Bart werd wakker met verkrampte spieren en een lichaam dat overal pijn leek te doen. Zonder nadenken rekte hij zich met een lange zucht uit en kromp meteen weer in elkaar toen een pijnscheut door zijn arm en borstkas schoot. Vloekend klauwde hij met zijn vingers in de aarde en en trok een hele kluit bosgrond los. Voorzichtiger dan voordien draaide hij zijn hoofd rond. Hij ontdekte de resten van een vuurtje en glimlachte. Hoe een blind meisje dat had klaargespeeld was hem een raadsel. Waar was het meisje trouwens? Zou ze hem ook in de steek gelaten hebben? Waarschijnlijk was ze gewoon even ergens anders. De gedachte dat hij weer alleen gelaten was raakte hem zo hard dat hij er liever niet aan dacht. Paniek was wel het laatste waar Bart wat aan had. Het veiligste was om gewoon te wachten en te hopen dat het vreemde meisje of iemand anders hem zou helpen. Maar Bart was niet van plan zijn leven in de handen van het lot te leggen. Kreunend en steunend ging hij rechtop zitten, steunend op zijn goeie arm. De druk op zijn borstkas was onaangenaam maar niet ondraaglijk. Dus probeerde hij op te staan. Hij wilde zich optrekken aan een lage tak maar door zijn gewicht brak die tak en met een bons viel hij achterover. Met zijn ogen stijf dichtgeknepen schold hij de afgekraakte tak uit en gooide hem van zich af. Opnieuw ging hij rechtop zitten en duwde zich met zijn tanden stijf op elkaar geknepen omhoog. Langzaam plooide hij zijn benen onder zijn lichaam en stond wankel op. Met een grijns richte hij zijn hoofd op en... Zag het meisje staan! "Proficiat, ik dacht dat het je nooit zou lukken", sprak ze hem toe. Bart's mond viel letterlijk open. "Hoe lang sta je daar al?" "Ongeveer van toen je die arme tak uitschold." "En je vond het niet nodig me even recht te helpen?" "Het is je toch zelf gelukt, of niet soms?" Bart zuchtte en haalde zijn schouders op. "In ieder geval bedankt voor de hulp." "Ik dacht dat je het nooit zou zeggen", klonk het antwoord en ze haalde een waterzak van achter haar rug die ze hem toewierp. Bart ving het op met zijn ene hand en bleef gegeneerd staan kijken. "Geen dorst?" "Toch wel... Maar ik kan het niet openen", gaf hij toe. Het meisje lachte en liep op hem toe. Ze opende de waterzak en Bart leste zijn dorst met een flinke teug. "Bedankt. Je hebt me trouwens nog niet verteld hoe je heet." "Dat heb ik inderdaad nog niet gedaan. Ik haal wat te eten voor je." Het blinde meisje draaide zich om en verdween in het bos. Bart wilde haar achterna gaan maar ze riep dat hij op haar moest wachten. Ze zou zo terugkomen. Grinnikend draaide hij zich om.

Illiana wandelde door het bos terug naar het kleine houthakkersdorpje dat ze haar thuis mocht noemen. Waar was ze in 's hemelsnaam mee bezig? Ze wist dat de jongen gevaarlijk kon zijn en het leven dat ze kende in één klap kon veranderen. Toch wilde ze hem helpen. Ze kon hem niet zomaar aan zijn lot overlaten, dat verdiende hij niet. Toen de jongen om haar naam had gevraagd had ze hem afgescheept. Ze probeerde hem ook afstandelijk te behandelen, want ze wilde geen band opbouwen met de jongen. Hij moest hier zo snel mogelijk vandaan. Ondanks wat ze gezien had, was ze toch niet bang als ze bij de jongen in de buurt was. Maar ze wilde niet dat haar thuis enig risico liep. In het dorp aangekomen haastte ze zich naar binnen waar iedereen net aan de ontbijttafel zat. Niemand verbaasde zich erover dat ze weg was geweest. Dat deed ze wel vaker. Ze hield ervan om alleen in het bos te zijn, en naar het lied van de bomen te luisteren. Ze ging naast haar moeder zitten die haar een kus op haar voorhoofd gaf. Ze glimlachte terug. Het onbijt verliep behoorlijk stil. Illiana at met opzet trager. Haar vader en oudere broer stonden op en liepen pratend naar buiten. Illiana's moeder liep mee om hen uit te zwaaien. Ze hadden een lange werkdag voor de boeg, het houthakkersleven is zwaar. Terwijl niemand op haar lette verborg Illiana wat van het bruine brood in haar kleren. Toen haar moeder weer binnenkwam, stond ze op en zei dat ze een wandeling zou gaan maken. "Wees voorzichtig", riep moeder haar na.

Ze haastte zich zo snel als haar benen haar konden dragen terug naar de open plek in het bos. De jongen intrigeerde haar, ze vroeg zich af wat zijn verhaal was. Op de open plek aangekomen zag ze hem rechtop tegen een boomstam zitten. Hij staarde naar het bladerdak en leek op een andere plek te vertoeven. Pas toen Illiana in zijn gezichtsveld ging staan knipperde hij met zijn ogen en keerde hij terug in de werkelijkheid. "Oh, hoi", sprak hij geschrokken. Ze stak haar hand uit en rijkte hem zonder iets te zeggen het brood aan. Hij keek haar even aan, haalde toen zijn schouders op en begon te eten. Het verbaasde haar dat hij geen opmerkingen maakte over zijn karige maaltijd. De jongen moest haar gedachten geraden hebben want hij zei: "Eten is eten. Bedankt voor de moeite." Illiana ging in kleermakerszit voor hem zitten. "Kijk," begon Bart, "ik zit met een vraag. Het gaat over je ogen." Hij zweeg even en vatte haar zwijgen op als een teken om door te gaan. "Ik heb het gevoel dat jij niet hetzelfde kan zien als ik, klopt dat?" "Dat klopt", antwoordde het blinde meisje geamuseerd. Ze vond het grappig hoe hij zijn woorden met zorg uitkoos om haar toch maar niet te kwetsen. Opzettelijk bleef ze zwijgen. Bart voelde zich duidelijk ongemakkelijk bij haar stilzwijgen en stak nog een stuk brood in zijn mond. Toen hij uitgekauwd was zuchtte hij diep. "Ik heb zo het gevoel dat je hiervan geniet." Glimlachend bleef Illiana hem aanstaren tot hij het niet meer kon houden en gewoon zei waar het op stond. "Je ziet eruit als een blinde, maar ik heb het gevoel dat je door me heen kunt kijken. Dat kan natuurlijk aan het feit liggen dat ik ongelooflijk slecht ben in het praten met meisjes, maar ik denk dat er meer is." "Langzaam knikte ze. "Je hebt gelijk. Ik zie de dingen anders. Het is moeilijk uit te leggen." Hij keek haar geïnteresseerd aan en wilde nog wat vragen, maar Illiana was sneller. "Hoe kwam je onder die boomstam terecht?" Bart's gezicht vertrok. "Een ongeluk." Ze wist dat hij loog, maar vroeg niet verder. "Sorry", sprak ze. "Geen probleem. Nogmaals bedankt trouwens. Voor alles." "Graag gedaan. Wanneer ben je sterk genoeg om weer weg te gaan, denk je?" Barts gezicht betrok. "Geen idee, ik hoop snel.' Dan breng ik je niet in gevaar, dacht hij er zelf nog bij. Ondanks het feit dat hij zelf weg wilde, was hij toch teleurgesteld dat ze hem blijkbaar zo snel mogelijk wilde zien vertrekken. Hij keek haar aan en zijn blik verstarde. 'Wie is dat daar?' klonk het verbaasd van achter Illiana.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen