Foto bij Hoofdstuk 19

Voor een meerman was Alluka vrij goed in steenharde argumenten verzinnen. Voordat ik was vertrokken op mijn zoektocht – met droge kleren – vertelde hij me dat ik niet zou moeten gaan; ik zou gegarandeerd verdwalen, omdat het bos geen vaste vorm heeft en mijn omgeving dus subtiel zou veranderen tot ik de weg terug niet meer zou vinden. Daarnaast bevonden zich er ook nog eens een heleboel gevaren in het bos. En we mochten niet vergeten dat de duisternis drie keer zwarter werd wanneer ik dieper in het bos zou verdwijnen.
Wel, hij had gelijk.
Ik durfde te wedden dat ik hier een half uur eerder ook al was geweest, dezelfde bosjes, dezelfde bomen, dezelfde bloemetjes… Maar dat was onmogelijk. Ik was altijd in een rechte baan blijven lopen, er was geen enkele manier waarop ik een rondje had kunnen maken.
‘Geweldig,’ mompelde ik. Ik sloot mijn ogen voor een paar seconde en ademde diep in om mijn kalmte te bewaren. Daarna opende ik ze weer, maar zo leek het niet.
Ook Alluka’s derde argument werd bevestigd: duisternis. Ja, natuurlijk; de nacht was duister. Er was alleen één probleem: bij het meer had ik een grote, schitterende maan gezien en er was geen wolkje aan de lucht geweest. Hoe kon het dan zo donker zijn? Dit was geen normale duisternis. Zelfs in het donker konden je ogen wennen aan het zwart en begon je toch vage contouren te zien, maar hoe langer ik staarde, hoe meer beknellend de alles omhullende duisternis werd.
Nee, dit was niet langer ‘gewoon’ duisternis. Dit was niets; een gat in het universum. Het zwartste zwart.
Het zwart leek zich naar me uit te strekken, me aan te raken, zich om me heen te wikkelen als een bloeddorstig monster dat me wilde laten stikken om me vervolgens op te peuzelen. Misschien was het dat ook wel, in dit bos was je nooit zeker.
Ik had de tent nooit mogen verlaten.
Maar voor spijt was het nu te laat.
Ik dacht terug aan Alluka, die me vlak voordat ik was vertrokken een grote parel had gegeven. Het ding had een diameter van ongeveer vijf centimeter. Alluka had gezegd dat het mijn weg zou verlichten. Was dit waar hij op doelde? Zonder verdere vragen te stellen liet ik mijn hand in mijn broekzak glijden. Even was ik mijn eigen broekzak kwijt en dacht ik dat de rest van mijn lichaam verdwenen was, dat ik verdwenen was, maar toen vond ik de vertrouwde stof van mijn broek en voelde ik de opluchting door mijn lijf stromen.
Ik vond de parel en hield hem hoog in de lucht. Eerst gebeurde er helemaal niks en ik begon te peinzen dat Alluka me misschien voor de gek gehouden had, of dat ik hem verkeerd begrepen had.
En toen begon de parel te stralen. Het was moeilijk om de kleur van het licht te beschrijven, het leek een mengelmoes tussen wit, pasteloranje en een lichte tint roze, maar op hetzelfde moment zou je ook kunnen zeggen dat er gele tinten (of misschien zelfs blauw) in verwerkt waren. Laten we het erop houden dat het een regenboogparel was.
‘Dat is best mooi,’ hoorde ik iemand zeggen. Ik dacht dat ik het onbewust zelf had gezegd, want die woorden beschreven precies wat er om ging in mijn hoofd. Een paar seconde later besefte ik dat mijn stem echter heel ander klonk, en dat mijn lippen zich niet bewogen hadden.
‘Wie is daar?’
Hoewel de parel de duisternis voor een deel verdreef, bleef het donker – te donker om de eigenaar van de stem op te kunnen sporen. En toch… Iets vertelde me dat ik al lang wist wie mij in dit eenzame bos vergezelde. Ik had zijn stem eerder gehoord.
‘Boris?’ gokte ik. Ik vroeg me af waarom mijn spieren zich niet opspanden, klaar om op de vlucht te slaan indien nodig. Ik voelde me rustig. Té rustig.
Geritsel in de struikjes trok mijn aandacht. Ik scheen met de parel in de richting van het geluid en zag hoe een klein wezentje uit het struikje gewaggeld kwam. Ik had het dier nog nooit eerder gezien. De enige manier waarop ik het kon beschrijven was een groot, pluizig bolletje met vier kleine pootjes, twee kleine oren, een schattige snoet en twee felle ogen die me nieuwsgierig aankeken. Het dier zag er over het algemeen extreem aaibaar uit.
‘Wat een lieverd,’ zei ik, terwijl ik mijn hand naar het beestje uitstak. Als een kat maakte het dier zich groter, waardoor zijn hoofd mijn hand raakte nog voor ik gehurkt naast hem zat. Het kwam pas in me op dat schijn bedroog toen ik Boris voor me zag verschijnen. Voor iemand die afgeschilderd werd als de slechterik, zag hij er extreem onschuldig in het licht van Alluka’s parel.
‘Dat,’ zei hij, wijzend naar mijn lichtbron, ‘is echt heel mooi.’ Het klonk bijna alsof hij me ieder moment kon aanvallen om het ding uit mijn handen te wrikken en het voor zichzelf te houden. ‘Weet je wat het is?’
‘Een parel?’ gokte ik, maar ik wist dat mijn antwoord fout was zodra ik Boris’ afkeurende blik zag.
‘Het is een Kern.’ Boris knielde voor me neer. ‘Ieder wezen in dit bos heeft een Kern. Je kunt een dier alleen doden door de Kern te vernietigen.’
Ik staarde naar de lichtbol in mijn hand. Had Alluka iemand vermoord om me deze Kern te bezorgen?
Boris schudde zijn hoofd alsof mijn gedachten van mijn gezicht af te lezen waren. ‘Als het dier van deze Kern dood was, zou het geen licht meer geven. Dan zou het überhaupt niet meer zijn dan een hoopje as.’ Hij sloot zijn ogen. ‘Ik gok dat Alluka zo verstandig was om je deze Kern te geven.’ Het sarcasme was duidelijk hoorbaar in zijn stem. ‘Zorg er goed voor,’ adviseerde hij, al klonk het meer als een waarschuwing. ‘Als je het kapot maakt, gaat er een leven verloren.’
Ik knikte zwijgend.
‘Oh, ja, nog een ding; dat diertje is niet iets wat je zou moeten aaien en knuffelen.’ Ik keek Boris niet-begrijpend aan. ‘Ze zorgen voor de meeste slachtoffers in dit woud. Het zijn carnivoren die zowat alles opeten wat hun pad kruist, of het nu een eekhoorn is of een olifant; ze vermoorden alles en iedereen. Het is maar dat je het weet.’ Boris glimlachte gespeeld vriendelijk. De volgende keer dat ik met mijn ogen knipperde was hij verdwenen, evenals het kleine diertje. Het hele scenario van daarnet was zo vreemd dat ik mezelf afvroeg of ik het mezelf niet gewoon had ingebeeld.

Reacties (5)

  • SonOfGondor

    Wauw, dat is bizar

    3 jaar geleden
  • LilsEvans

    Dat was... bizar. Wtf die Boris is echt... hmmm idk. Kernen zijn wel cool though. Beter is Jesse er voorzichtig mee.

    3 jaar geleden
  • Grace

    Dat van die kern vind ik super origineel en interessant!

    3 jaar geleden
  • Altaria

    Is het Noëls kern? Dat ze daarom niemand vertrouwd? Dat zou wel een plottwist zijn trouwens....

    3 jaar geleden
  • Croweater

    Tof!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen