Foto bij Hoofdstuk 20

Noël was hierheen gekomen met twee doelen voor ogen. Haar eerste missie – en waarschijnlijk ook de belangrijkste – bestond eruit om Zafron ten gronde te richten. Ze zou van haar hart een steen maken en hem van het leven beroven. Het was niet zo dat ze er tegenop zag iemand te vermoorden. Nee, in tegendeel: ze kon niet wachten tot ze Zafrons dode, glazige ogen zou mogen zien.
Haar tweede missie was van een compleet ander kaliber: Jesse en Stevey beschermen. Of Pim haar bescherming ook waard was, moest ze nog eens bekijken. Ze mocht die jongen niet zo, net zoals iedereen behalve Pim zelf.
Nu Jesse ervan door was gegaan, was ze gefaald in haar tweede missie. Maar ze gaf de moed niet op. Ze zou er alles aan doen om hem terug te vinden voor hij iets ontzettend stoms deed en – bijvoorbeeld – zichzelf in de Heilige Wateren zou werpen.
‘Verdomme,’ mompelde ze, starend naar het meer, maar wat haar ogen zagen, was enkel een oogverblindende leegte. Wit, open, wijd. Ze kon zich wel inbeelden waarom Zafron had besloten dat zijn slachtoffers alles in het wit zouden zien en niet in het zwart. Wit was ruim, er was plaats voor verbeelding. Zwart – zeker het zwart in deze wereld – was verstikkend.
‘Wat is er aan de hand?’ Dat was Alluka, ze herkende zijn stem uit de duizenden. Ze had het mormel het liefst vermoord, maar als ze dat zou doen, was ze Jesse – en misschien ook wel de naïeve meeloper Stevey – vast en zeker kwijt. Waarom moest Jesse nu zo nodig vriendjes worden met uitgerekend dat rotwezen?
‘Dat weet je best,’ snauwde Noël bits. Meteen bedekte ze haar mond en wierp ze een blik in de richting van de tenten. Die woorden kwamen er luider uit dan verwacht. Gelukkig had ze op het eerste gezicht niemand gewekt. Nog niet… Ze hoopte dat ze haar frustraties kon bedwingen en dat ze niet zou beginnen tieren omdat dit bos zo’n oneerlijk slachtveld was.
‘Jesse?’ hoorde ze Alluka in haar hoofd fluisteren. Ze luisterde naar de regelmatige slagen van zijn staart in het stilstaande water. Alluka was enorm stil, maar sinds ze haar zicht verloren had, was haar gehoor eens zo scherp. Alluka’s bewegingen stelden haar meer gerust dan haar eigen ademhaling, die gejaagd en bezorgd was.
‘Hij is weg.’ Haar gezicht verstrakte. ‘Heb jij hem weggestuurd?’ Als dat zo was, zou ze geen seconde aarzelen en Alluka vermoorden. Het was niet meer dan logisch dat een mens een vis vermoorde. Als ze geluk was, kon ze hem nog roosteren boven een haardvuurtje en hem opeten. Ze had ooit eens horen zeggen dat meermensenvlees uitzonderlijk lekker smaakte.
‘Nee,’ antwoordde Alluka kort. Ze merkte hoe hij een beetje naar achter zwom, klaar om onder het wateroppervlak te verdwijnen en haar alleen achter te laten. ‘Ik heb hem wel zien vertrekken.’
‘Waar is hij naartoe gegaan?’
‘Je weet net zo goed als ik dat de richtingen in dit bos nooit hetzelfde zijn. Als hij naar links is gegaan, kan het zomaar zijn dat jij naar rechts moet gaan om hem te vinden.’
Ze maakte een geërgerd geluidje met haar tong. ‘Heb je geprobeerd hem tegen te houden?’ Ze lachte en beantwoordde haar eigen vraag. ‘Natuurlijk niet, jij wilt gewoon dat er zo veel mogelijk mensen in die Heilige Wateren vallen zodat je een nieuwe, nutteloze Waterleider vindt. Maar luister; die zal er nooit komen. En als hij er komt, zal ik degene zijn die hem vermoordt.’ Ze had het best vaak over moord voor iemand die nog maar één keer eerder een mensenleven had genomen. Het verbaasde haar dat ze geen enkele emotie voelde wanneer ze het had over het nemen van een leven, terwijl het de eerste keer zo beangstigend was geweest. ‘Ik zal Jesse niet laten sterven. Zeker niet in die Heilige Wateren.’ Ze beet op haar lip en tikte zenuwachtig op haar bovenbeen.
‘Het lijkt bijna alsof je echt om hem geeft.’ De spot in Alluka’s stem was onmisbaar.
‘Dat doe ik ook.’
‘Je bent nog steeds even goed in mensen bedriegen, zie ik.’
‘Ik kan hetzelfde zeggen over jou,’ brulde ze. ‘Je bent zo’n goede manipulator. Ik ben bijna jaloers op je talent. Maar is het niet zwaar? Altijd maar liegen en bedriegen? Verlang je nooit naar een vriend? Je moet vast eenzaam zijn.’ Ze laste een kleine pauze in en begon daarna te giechelen. ‘Oh, wacht… Het spijt me. Ik was bijna vergeten dat je gewoon een vis was. Je hebt helemaal geen emoties. Je bent een voorgeprogrammeerd monster dat enkel in dit bos leeft om mensen van het leven te beroven.’
Ze keerde hem de rug toe en slenterde terug naar de tenten. Op dat moment streek haar vleermuis neer op haar schouder. Het beestje landde een beetje wankel, maar hervond al snel zijn evenwicht. ‘Wat is er, lieverd?’ vroeg ze aan het dier.
Maar ze wist het antwoord al.

Reacties (5)

  • Slughorn

    Ik ben heel benieuwd naar die Zafron.
    En wat doen die vleermuizen? :o

    3 jaar geleden
  • LilsEvans

    Pffft nu denkt ze ook nog onaardig over Stevey. En ze is een moordenaar. Ik wil meer weten over Zafron though.

    3 jaar geleden
  • Altaria

    I like it! I really do!

    3 jaar geleden
  • Croweater

    Oeh leuke pov! Van mij mag alles overigens wel in de personale verteller.^^

    3 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Woahhh plottwist 0.0

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen