Foto bij Hoofdstuk 21

Zafron hurkte neer bij de Heilige Wateren en liet een zucht van opluchting over zijn lippen rollen. Eigenlijk zou hij eerder verbaasd dan opgelucht moeten zijn. Het stemmetje in zijn hoofd had hem duizenden malen verteld dat ook deze poging tevergeefs zou zijn, maar in zijn hart had hij altijd geloofd dat het deze keer wel goed zou aflopen, zowel voor Zofron en het bos waarop hij zo trots was als voor de jongen die hij bijna letterlijk in de Heilige Wateren had gerold.
Hoewel Zafron al vanaf het eerste moment onbewust had geweten dat het deze keer wel goed zou komen, had hij toch een groot risico genomen. De jongen was gewond geweest, en hij wist maar al te goed hoe koppig en perfectionistisch de Heilige Wateren waren. Als iemand niet tot in de kleinste details voldeed aan hun eisen, zouden ze hem – of haar – zonder genade afwijzen en was de persoon gedoemd te verdrinken.
Hij staarde gebiologeerd naar het water. Het was zo lang geleden sinds de Heilige Wateren voor het laatst iemand hadden omgetoverd tot waterleider dat Zafron al helemaal was vergeten hoe het proces in werking ging – en hoe prachtig het was, want dat was het zeker.
Het vlies waarin Tobio zich bevond, zag eruit alsof het uit duizend kleine diamantjes was gemaakt en schitterde zelfs onder het wateroppervlak. Hij kon de blauwe draadjes zien, die rechtstreeks verbonden waren met Tobio’s lichaam. Geen woorden konden vatten hoe mooi alles eruit zag, al zou Zafron nooit met zekerheid kunnen zeggen of het ook echt zo was.
Hij was namelijk blind.
De ogen waren niet de enige manier waarom mensen dingen konden waarnemen, daar was hij al snel genoeg achter gekomen. Of om precies te zijn; hij was er nooit achtergekomen, hij had het altijd al geweten. Hij had nooit de kans gehad om dingen te zien zoals andere mensen dat deden. Het enige wat hij had, waren zijn overige zintuigen – en heel erg veel fantasie.
Hij had dit bos gecreëerd in zijn hoofd. Met zijn magie had hij ervoor gezorgd dat zijn fantasie werkelijkheid was geworden. Maar het nadeel aan geen steek voor ogen zien, was dat je nooit zeker was. Hij wist niet of alles er echt uitzag zoals hij het in zijn hoofd zag. Hij kon enkel gokken, en hopen dat hij zichzelf geen immens grote leugen voorhield.
‘Meneer Zafron?’ Die stem kende hij maar al te goed. Het was Boris, die getypeerd werd door het speelse in zijn stem – en stiekem hoopte hij dat die speelsheid nooit uit zijn stem zou verdwijnen, want Zafron vond het ontzettend mooi en onschuldig klinken.
‘Ja?’
Zafron hoorde hoe Boris zijn adem voor een paar seconden inhield. Hij kon voor zich zien hoe de jongen zijn ogen wijd open sperde en hij kon het ongeloof in Boris’ ademhaling bijna voelen. De arme jongen wist niet of hij zijn eigen ogen wel kon geloven – en Zafron kon het hem niet kwalijk nemen.
‘Mijn god, is dat een nieuwe waterleider?!’ Boris’ begon enthousiast op en neer te springen. Of nee, het was eerder huppelen dan springen. Nadat hij een paar meter in het rond gehuppeld had, begon hij vliegensvlug in rondjes te lopen. Uiteindelijk sprong hij één keer hoog in de lucht, om daarna tot stilstand te komen. ‘Waarom heeft u dat niet gezegd, meneer Zafron?’
Zafron had Boris al zeker vijftig keer gezegd dat de ‘meneer’ voor zijn naam nergens voor nodig was, maar het koppige joch bleef hem hardnekkig ‘meneer Zafron’ noemen.
‘Omdat ik het niet zeker wist.’ Zafron ging terug recht staan en veegde zijn natte hand af aan zijn broek. ‘Hij was gewond. Zwaar gewond. Eigenlijk eerder dood dan levend. En je weet hoe de Heilige Wateren zijn… Bovendien heb ik al vaker gedacht dat iemand geschikt was als waterleider, maar wezen de Heilige Wateren hem toch nog af.’
‘Maar…’ Boris’ stem was verdacht kinderlijk. Telkens wanneer hij extreem gelukkig was, leek hij zeker vijf jaar jonger te worden dan hij eigenlijk was; een klein kind, de onschuld zelf. ‘We hebben dus een nieuwe waterleider?’
‘Binnenkort,’ zei Zafron, en hij was niet in staat om een glimlach te onderdrukken. ‘Eindelijk.’
‘Dat is geweldig nieuws!’ Boris maakte opnieuw een sprongetje van vreugde. ‘Ik moet dit aan Neminis vertellen! Hij gaat zo blij zijn. Natuurlijk, wie gaat er niet blij zijn? Oh, en Alluka, die moet het ook weten. Hij is degene die het vaakst heeft gezeurd, omdat het echt een zooitje is in het water. En hij kan het weten, want Alluka heeft zowat de leiding overgenomen nadat Paris…’ Bij de gedachte aan de voormalige waterleider, slaagde Boris er niet in om zijn verhaal af te ronden. Het was al een aantal jaar geleden sinds Paris het leven liet, maar Boris had het nog steeds niet kunnen verwerken. Hij hechtte zich veel te snel veel te hard aan mensen en dat was zowel zijn mooiste als meest bedrieglijke eigenschap.
‘Alluka zal blij zijn, ja,’ zei Zafron om Boris uit zijn lijden te verlossen. ‘En Neminis ook.’ Zafron stapte langzaam naar Boris toe, die op zijn beurt een stap achteruit deed alsof hij bang was voor Zafron, al was het waarschijnlijk geen bewuste beweging geweest.
‘Ik moet nog iets zeggen,’ zei Boris. Zijn stem was zo vlak dat het Zafron rillingen bezorgde. Dit was niet zoals Boris. Hij was een open boek en zelfs als blinde kon Zafron precies zeggen hoe Boris zich voelde. Nu was het echter anders. Hij kon niet afleiden hoe Boris zich voelde, en dat maakte hem bang. Het voelde alsof hij een bepaalde controle verloor over zijn bos.
‘Wat dan?’
‘Noëlla,’ fluisterde Boris. Zijn stem brak. Op dat moment had Zafron hem willen troosten, maar als bosleider werd hij gedwongen om een bepaalde afstand te houden. ‘Ze is terug.’ Zijn stem werd harder, zelfzekerder. ‘We moeten de nieuwe waterleider beschermen tegen haar. Of… Of ze zal hem nog eens vermoorden.’ Boris vouwde zijn armen in elkaar en draaide zijn gezicht. Zafron had geen idee waar de jongen naar keek, maar hij gokte dat hij zijn ogen gericht hield op de Heilige Wateren, zwerend dat hij Tobio zou beschermen, kost wat kost. ‘Ik zal haar vermoorden.’
Moordzuchtig was wel het laatste woord waarmee je Boris zou kunnen beschrijven. Maar op dit eigenste moment kon Zafron geen enkel anders woord bedenken. Pure moordzucht, dat straalde Boris uit.
‘Boris, luister. Jij gaat helemaal niemand vermoorden.’ Boris wilde protesteren, maar Zafron snoerde hem snel de mond. ‘En al zeker Noël niet. Je blijft uit haar buurt, begrepen?’
‘Waarom?’ spuugde Boris uit. Hij was boos, niet op Zafron, maar op Noël. ‘Ik kan haar best aan. Je moet me niet onderschatten. En anders hebben we Neminis, toch? Hij is veel sterker dan die heks ooit zal worden. Samen kunnen we Noëlla vermoorden en het bos beschermen, toch?’
‘Als Noël het zou willen, zou ze Neminis met gemak kunnen vermoorden.’ Zafron verhief zijn stem een beetje. ‘Ze heeft een speciale kracht, Boris. En ik hoop met heel mijn hart dat je die kracht nooit zult moeten zien. Als ze zou willen, zou ze zelfs mij kunnen vermoorden…’
Boris leek niet te weten wat hij daarop moest zeggen. ‘Onmogelijk…’ bracht hij ademloos uit.
‘Je blijft uit Noëls buurt,’ benadrukte Zafron.
‘Meneer Zafron…’ begon Boris vervolgens onzeker. ‘Zou u alsjeblieft kunnen stoppen met Noëlla Noël te noemen? Het is een bijnaam. Lijkt net alsof jullie vrienden zijn.’
Zafron lachte een beetje in zichzelf. Boris zou eens moeten weten hoe goede vrienden ze ooit waren geweest. Ooit, zo lang geleden dat de herinnering stilaan begon te vervagen.

Reacties (8)

  • Slughorn

    Ik ben nu echt even in de war. Wie is de goede en wie is de slechte?
    Ik voel voor beide sympathie. Al moet ik zeggen dat ik Noel niet zo mag.

    3 jaar geleden
  • LilsEvans

    IK WIST HET! Ik wist dat Tobio de nieuwe waterleider zou worden. Ik vraag mij echt heel sterk af wie goed zijn en wie slecht. Noël is stom, maar is ze echt slecht of heeft ze het bij het rechte eind en hebben deze heren haar in een bitch veranderd? Het enige dat vaststaat is dat Jesse goede intenties heeft en dat Stevey goede intenties heeft, maar die zijn beide vrij onwetend. En hetzelfde geldt eigenlijk voor Tobio. Hmmmm interessant. En spannend ^^

    3 jaar geleden
  • Grace

    Na zolang niet meer gelezen te hebben, moest ik bij al de personages toch nog wel even goed nadenken :p maar tobio was die jonge die kon zien die neergeschoten werd, niet? Ja ja ik herinner het me weer!
    Misschien zijn Tobio en Noël blind geworden omdat ze op elkaar verliefd waren ooooh

    3 jaar geleden
  • Altaria

    Oky, nu ben ik heeeell nieuwsgierig naar hun geschiedenis samen

    3 jaar geleden
  • Croweater

    Ik ben benieuwd naar hun geschiedenis!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen