Foto bij Hoofdstuk 22

Waar was je?’ Wat een leuk ontvangst. Ik keek Noël aan met een slaperige blik. Eigenlijk zou ik het liefst van al in mijn slaapzak kruipen. De slapeloosheid van de afgelopen nacht begon een zware tol te eisen. Nadat Alluka me een fris bad had gegeven, was ik weer even helemaal alert geweest, maar nu waren mijn hersenen sloom en begon de slaperigheid mijn lichaam over te nemen.
‘Ik was…’ Ja, waar was ik eigenlijk geweest? Kon ik Noël vertellen dat ik op zoek was gegaan naar een vriend die waarschijnlijk al dood was? Waarschijnlijk niet. Maar wat moest ik dan? Die meid was een wandelende leugendetector. ‘Ik was een eindje wandelen.’ Alluka’s parel – de Kern – voelde zwaar aan in mijn broekzak, alsof het een of ander verboden goed was.
‘Een einde wandelen? Met welke intentie?’
‘Ik had wat frisse lucht nodig.’
‘Daarvoor hoef je niet te wandelen. Je kunt ook gewoon ademen terwijl je stilstaat, weet je.’ Noël keek me priemend aan en op dat moment verbaasde het me dat ze echt blind was, want ze leek perfect te weten in welke richting ze haar ogen moest wenden. ‘Lieg niet tegen me.’
‘Ik… Wilde mijn hoofd even leeg maken.’ Dat was niet helemaal gelogen.
‘En?’
‘En?’ herhaalde ik.
‘Je verzwijgt iets.’ Plotseling nam Noël mijn hand beet. Haar ogen waren naar de grond gericht, maar ik voelde haar bezorgdheid. Ik had me er vroeger zo aan geërgerd dat blinden me nooit recht aankeken, omdat het deed uitschijnen dat ze niet geïnteresseerd waren in mijn verhaal. Een aantal jaar geleden had ik echter beseft dat je gesprekspartner aankijken niet de enige manier was om interesse te tonen – in tegendeel.
‘Luister, Jesse. Ik ben hier niet om je te pesten, en eigenlijk voel ik ook wel aan dat je hier niet over wil praten, maar ik ben een irritante vrouw die er niet tegen kan als mensen liegen. En ik wil altijd alles weten, dat is misschien nog wel mijn slechtste eigenschap.’ Ze glimlachte ingetogen, haast verlegen. ‘Op deze manier ga je eraan onderdoor. En dat wil ik niet. Als er ook maar één manier is waarop ik je kan helpen, zeg het me dan. Want als jij niks zegt, weet ik niet of ik iets kan doen om je pijn te verzachten.’
‘Je kent me één dag,’ zei ik fluisterend. ‘Zo snel vertrouw ik iemand ook weer niet.’
‘Alluka wel,’ zei ze met een bittere stem, die overliep van jaloezie.
‘Alluka…’ Ik kon de argwaan niet uit mijn stem filteren. ‘Hoe weet jij zijn naam?’
Dat maakte haar stil. Haar gezicht vertrok, alsof ze doorhad dat ze door de mand gevallen was. ‘Ik ben hier nog al eens geweest. Hij was hier ook al, alleen was hij toen nog een onschuldige snotneus die er niet eens in slaagde om iemand het water in te sleuren, laat staan ze te laten verdrinken. Zijn moeder was een heel ander paar mouwen, als Neminis er niet was geweest, zou ik hier misschien niet langer staan.’
‘Oh.’
‘Ieder meermens is hetzelfde,’ vulde Noël haar uitleg aan. ‘Het zijn eerder dieren dan mensen. Hij heeft je gezegd dat je me niet moet vertrouwen, hè? Ik had het kunnen weten. Hij heeft echt een hekel aan me.’
‘Heb je zijn moeder vermoord?’ Ik snapte niet waarom ik opeens zo’n wrok voelde jegens Noël. Mijn verstand schreeuwde dat ik haar moest vertrouwen, dat ze aan mijn kant stond en dat Alluka inderdaad een leugenaar was, maar mijn gevoel liep de andere richting uit en smeekte me om Alluka een kans te geven.
‘Nee.’ Noël draaide zich om. ‘Ik wilde gewoon zeggen dat je altijd op mij kunt rekenen.’ Ze hurkte neer bij de rosten vlak voor het meer. Ik had uitzicht op haar rug, maar toch voelde het alsof ik door haar bekeken werd. ‘Ga nu maar slapen, ik zal de wacht houden.’
‘De wacht?’ zei ik met een spottende glimlach. ‘Voor wat?’
Ze lachte even spottend terug. ‘Voor alles, Jesse. Voor alles.’

Ik had me gewikkeld in mijn slaapzak en staarde naar de wand van onze zeer sexy uitziende tent. Toen ik terug was gekomen, lag Pim al vredig te slapen en daar was ik blij mee. Ik had geen zin om ook nog eens met hem de confrontatie aan te gaan. Niet nu. Liever nooit, om eerlijk te zijn.
Hoewel Pim een irritante jongen was, sliep hij toch op een vrij aangename manier. Als ik niet beter wist, zou ik zeggen dat ik helemaal alleen was in deze tent, zo stil was hij.
Ik sloot mijn ogen voor een klein moment, maar voor ik af kon dalen in een diepe slaap, voelde ik iets kietelen op mijn arm. Slaperig opende ik één oog. Een klein insect – nee, wacht, een spin – kroop via mijn arm omhoog. Geïrriteerd sloeg ik het dier van mijn huid, klaar om het vervolgens dood te slaan, maar voordat ik dat kon doen, zag ik hoe het dier zijn voorste pootjes beschermend voor zijn hoofd hield net zoals een mens zou doen in dezelfde situatie.
Was ik dan echt zo moe, of was dit weer zo’n geweldig trucje van het bos? Ik had wel eens gehoord dat mensen vaker hallucineerde vlak voor ze in slaap vielen, maar dit zag er zo verdomd echt uit.
Ik wreef de slaap uit mijn ogen en keek nog eens. Meteen werden mijn ogen zeker drie keer zo groot van verbazing. Was die spin zonet vijf keer groter (en hariger) geworden, of sloeg mijn slaperige brein helemaal door?
Voorzichtig raakte ik de spin aan met mijn vinger. Ondertussen had het dier al bijna de grote van een vogelspin. Hij voelde zo echt aan… Maar was dat niet de bedoeling van een hallucinatie, dat het echt leek?
De spin stak zijn voorste poot naar me uit alsof hij mijn hand wilde schudden. ‘Aangenaam,’ lachte ik, half doorgeslagen. ‘Maar nu ga ik slapen,’ zei ik tegen de spin, waarna ik me neerlegde, onwetend over het drama dat zich zeven uur later zou afspelen door mijn domme brein.

Reacties (6)

  • LilsEvans

    Why couldn't it be a butterfly? *sad Ron Weasley face*

    3 jaar geleden
  • Grace

    die gif bezorgde me rillingen!

    3 jaar geleden
  • Altaria

    Spinnen zijn niet kwaadaardig. oky sommige wel, maar echt niet allemaal

    3 jaar geleden
  • racetrack

    Spinnen zijn kwaadaardig. Altijd. Kijk maar naar de enge familie van Aragog.

    3 jaar geleden
  • BOOKWURM

    Oeh eerste reactie altijd leuk

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen