Foto bij ~1.3

Na een paar nachten slapen in de Lekke Ketel was het eindelijk zover. 1 september. Zweinsteinexpress. Die woorden schoten door mijn gedachten toen ik wakker werd van Sova.
      'Thanks, Sova!' ik onderdrukte een geeuw en ging me omkleden. Met veel gestommel verscheen ik in de gelagkamer van de Lekke Ketel, waar Louisa op me stond te wachten.
      'Ben je er klaar voor?' vroeg ze enthousiast.
      'Maar natuurlijk! En bovendien, wat kan er misgaan?' Op dit ogenblik dacht ik nog dat Zweinstein een ontzettend veilige school was.
      We liepen naar het station. Dit was de laatste keer in Londen lopen zonder dat ik Zweinstein gezien had! Bij perron 9 3/4 aangekomen, vertelde Louisa me dat ik recht op de stenen muur tussen perron 9 en 10 af moest rennen. Het was dat ik dit al gelezen had, anders had ik haar voor gek verklaard. Waarschijnlijk las ze de angst in mijn ogen, want ze zei: 'Het komt echt wel goed, Meredith. Je hoeft niet zo zenuwachtig te zijn.' Ik ontspande een beetje. Langzaam liep ik op de stenen muur af. Louisa pakte samen met mij het karretje beet en we renden ernaartoe. Gehuld in dikke rookwolken kwamen we op het perron aan. Vuurrood stond de trein daar, in zijn eigen mist. Overal hoorde ik stemmen. Ik pakte mijn hutkoffer van het karretje en gaf Louisa een enorme knuffel.
      'Zal je me schrijven?'
      'Maar natuurlijk! Ik zal je zeker laten weten hoe het is gegaan. Ik vind het wel eng, eigenlijk,', antwoordde ik.
      'Dat is helemaal normaal. En je brengt het er vast en zeker wel levend vanaf!' Ze knipoogde nog even. Ik klom in de trein en vond een lege coupé. Ik ging bij het raam zitten en keek naar alle tovenaars en heksen die op het perron stonden. Zouden de verhalen over Harry Potter echt waar zijn? Was de tovenaarswereld helemaal niet altijd zo vredig geweest?

Het leken een paar luttele seconden, maar in werkelijkheid was het vijf minuten dat ik alleen in een coupé zat. Algauw kwam er een meisje binnen met vlechtjes. Ze keek me even aan en ging toen tegenover me zitten.
      'Hey'
      'Hi. Ik ben Malina MacWilliam. Ravenklauw, tweede jaar. Jij?
      'Kan ik je vertrouwen?'
      'Jazeker, waarom?'
      'Ik ben 12 en een tweedejaars, maar ik heb Zweinstein nog nooit gezien. Ik moet nog gesorteerd worden.'
      'Wacht wát? Vertel alles.' Vanaf dat moment wist ik dat ik haar mocht. Ik vertelde haar, af en toe werd ik onderbroken door ongelovige kreetjes. We kletsen wat door en het onderwerp van de reis was Gladianus Smalhart. Vraag me niet waarom, maar Malina had een crush op hem. Ik vond hem walgelijk. Vreselijke glimlach.
      'Maar vind jij hem niet knap? De glimlach...' ze zwijmelde helemaal weg bij de foto van een chocokikker. Ze spaarde Smalhart kaartjes. Ze had er al zestien!
      'Nee. Walgelijke kop. Absoluut niet knap'.
      'Maar Meredith, kijk nou!'
      'Ik wil geen minuut langer naar zijn hoofd kijken.' Ik pakte mijn toverstok en begon het boek van klas 1 door te bladeren. Langzaam oefende ik de beweging van Lumos.
      'Zal ik het je leren?'
      'Wil je dat? Ik wil niet voor schut staan,' antwoordde ik terwijl ik het bloed naar mijn wangen voelde stromen. De rest van de reis besteedden we aan toverspreuken en docenten die of heel aardig waren, of juist niet. Malina keek op haar horloge en zei: 'Meredith! We moeten ons snel omkleden!' Vijf minuten later waren we allebei omgekleed. De trein kwam piepend tot stilstand, het was schemering.
      Hagrid stond zwaaiend met een enorme lamp te gebaren. Twijfelend liep ik op hem af, samen met allemaal andere eerstejaars. Hier begon mijn Zweinsteinavontuur pas echt!

Reacties (1)

  • GoCrazy

    Oeh spannend! Ik wou dat het me zelf overkwam:D

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen