De kobold was een kop kleiner dan Sherlock, met een schrander, donker gezicht, een puntbaardje en lange vingers en voeten. Hij zal vast ook lange tenen hebben dacht Sherlock en besloot Banning het woord te laten doen. De kobold boog toen ze naar binnen liepen. Nu stonden ze voor een tweede dubbele deur, van zilver, met een gegraveerde tekst:

Treed binnen, maar sla acht,
Op het lot dat hier de hebzucht wacht.
Wie neemt wat hij niet heeft verdiend
Krijgt een hoge rekening ingediend.
Wie diep in de aarde een schat opspoort,
Die nooit aan hem heeft toebehoord,
Is hierbij gewaarschuwd: dief, u stuit,
Op meer dan alleen de verwachtte buit!


'Ziet ernaar uit dat ze het meer moeten hebben van intimidatie dat van bewaking,' merkte Sherlock op, terwijl twee kobolden buigend de zilveren deuren openden die bleken te leiden naar een reusachtige marmeren zaal waar nog een stuk of honderd kobolden op hoge krukken aan een lange balie zaten en in dikke grootboeken krabbelden, munten afwogen met koperen weegschalen en edelstenen bestudeerden door een loep. De zaal had duizend deuren, merkte Sherlock op, waar kobolden mensen in en uit leiden. Hij liet Banning het woord doen en wisselde genoeg geld voor paar semesters. Als eerste regelden ze een paar gewaden (Sherlock was niet in staat te zeggen dat het onmogelijk was gewaden voor alle gelegenheden te hebben, aangezien hij nog steeds niet kon praten dankzij Bannings' spreuk) zonder dat er iets bijzonders gebeurde. Ze gingen naar een winkel voor schrijfbenodigdheden en Sherlock raakte ontzettend geïntrigeerd door flesjes inkt die van kleur veranderden. Ze kochten zijn boeken in Klieder en Vlek, waar bijna ieder oppervlak gevuld was met boeken; boeken zo groot als stoeptegels, boeken zo klein als postzegels; boeken vol vreemde tekens en symbolen(Hij herkende een Pentagram op een boek waarop stond Magie onder dreuzels; Wicca voor beginners) en een paar boeken waar helemaal niet in stond. Banning moest hem bijna wegslepen bij Vervloekingen en Tegenvervloekingen (Betover Vrienden en Verwar u Vijanden met de Nieuwste Wraaknemingen: Haaruitval, Knikknieën, Stotterstuipen en nog veel meer
'Ik keek alleen hoe ik ik Mycroft kon vervloeken, mijn broer.'
'Ik zeg niet dat dat geen goed idee is -daarover kan ik niet oordelen-, maar je mag nooit magie gebruiken in de Dreuzelwereld, behalve onder heel speciale omstandigheden,' zei Banning. 'En bovendien zouden die vervloekingen toch niet werken. Je moet nog een hoop studeren voor je op dat niveau bent.'

Ze kochten ook nog een mooie weegschaal met gewichten om toverdrankingredienten af te wegen en een opvouwbare koperen telescoop. Daarna gingen ze naar de Apothekerij, die erg stonk maar uiterst fascinerend was. Er waren tonnen met slijmerige smurrie waarvan Sherlock zich afvroeg of het drakensnot was en gedroogde wortels en poeders en aan het plafon hingen veren, slagtanden en klauwen. Terwijl Banning de eigenaar om de basisingrediënten vroeg, bekeek Sherlock hoorns van eenhoorns en keveroogjes. Toen ze weer buiten stonden, keek Sherlock op zijn lijst.
'Alleen nog een toverstaf.'
'Daarvoor moet je bij Olivander zijn.' 'Olivander' bleek een smal en sjofel winkeltje te zijn. Afbladderende gouden letters boven de deur vermelden Olivander: Maker van exclusieve toverrstokken sedert 382
'Er staat een r teveel,' merkte Sherlock op.
'Ja, ik kan het ook niet helpen dat de schrijver niet kan typen,' brak Hagrid de vierde muur.
'Oeps...was het zó zichtbaar?' vroeg de schrijver.
'Ja, eigenlijk wel,' antwoordde Sherlock.
'Nou ja, ik heb jou ook superieure observatie- en deductievaardigheden gegeven,'zuchtte de schrijver en verbeterde het. In de stoffige etalage van het winkeltje-('Ja, waarvan anders?,' onderbrak Sherlock hem. 'Van de stoeptegels soms?' prompt begon de schrijver daarop voort te borduren 'In de stoffige etalage van de stoeptegels...' om met een diepe, gefrustreerde zucht de vierde muur weer op te trekken.) In de stoffige etalage van het winkeltje lag een enkele toverstok op een vaal-paars kussen. Ze gingen naar binnen (Sherlock brulde zo hard dat de muur weer brak 'JA, WAT ZOUDEN WE ANDERS DOEN?' Met een zucht bouwde de schrijver maar een dubbele muur.) en achter in de zaak klingelde een bel. In het kleine winkeltje stond een enkele stoel, die Banning met enige moeite beklom. Sherlock had veel vragen, maar voor hij zelfs maar een vraag kon stellen stond er al een man voor hem. 'Goedemiddag,' zei deze. Achter hem kraakte de stoel vervaarlijk.'Gaat u het plot vooruithelpen of gaat u nuttige informatie geven?' vroeg Sherlock. De man knipperde verrast met zijn ogen. 'Waar heb je het over?'
'U bent echt blind hé...,' zuchtte Sherlock.
'Ik geloof dat we van u grootse dingen kunnen verwachtten, meneer...?' Sherlock negeerde de niet bepaald subtiele hint en bleef de man aanstaren. Olivander kwam een stap dichterbij en instinctief ging Sherlock klaarstaan om hem van zich af te gooien als hij nog een stap dichterbij zou doen. Dat deed Olivander, daarbij de staarwedstrijd voortzettend. Ze stonden nu bijna neus aan neus. Bliksemsnel gooide Sherlock hem van zich af. Waarop Olivander Sherlock naar zijn stafarm vroeg, zonder enige emotie over de heftige reactie van Sherlock.
'Ik ben rechts.'
'Dus u bent behoudend, asociaal, egoïstisch en anti-buitenlander? Zo zit dat toch met dreuzels die gaan stemmen?'
'Drie van de vier goed (Ik ben asociaal, en egoïstisch, te oordelen naar wat iedereen beweert maar niet anti-buitenlander) en ik heb geen flauw idee hoe "dreuzels" stemmen.'
'Zou u uw arm willen uitsteken? Prima, dank u.' Het meetlint nam Sherlock's maten: schouder tot vinger, pols tot elleboog, schouder tot vloer, knie tot oksel en als laatste de omtrek van zijn hoofd.
'Mijn verontschuldigen voor de woordgrap, maar die reactie vroeg er gewoon om.'

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen