Foto bij 018

De dagen kropen voorbij, terwijl mijn moeder zieker en zieker werd. Mijn vader zag ik nauwelijks meer. Hij kwam alleen thuis tussen zijn werk en zijn vertrek naar de kroeg in om eten te eisen, dat we in stilte opaten. Hij vroeg niet naar mijn moeder of naar mij en ik vroeg niet naar hem. Na afloop bracht ik altijd een bord naar mijn moeder toe, maar ze at niet meer. Ik zag haar vermageren en ik wist niet meer wat ik nog kon proberen.

Ik bezocht de kerk steeds vaker, maar niet om te bidden. Het was fijn om er te zijn, zonder mensen om me heen. Soms praatte ik met de pastoor, maar nog vaker niet. Hij wist precies wanneer hij me met rust moest laten. Het was fijn om te weten dat er nog iemand voor me was. Als ik zou gaan, zou ik dat kwijtraken. Hij was nu de enige reden voor me om te blijven.

Mijn moeder had niet lang meer. Hoe moest ik dat mijn vader vertellen? Hij sliep al nachtenlang slecht, dat kon ik horen. Hij leek te rouwen om zijn vrouw, maar liet dat nooit zien. Hij liet haar elke dag en elke nacht in de steek. Mijn hart brak elke keer weer als mijn moeder om hem vroeg. Ik verzweeg het feit dat hij waarschijnlijk dronken in de kroeg zat. Ik wilde dat ze hem herinnerde als een goed man als ze ging. Als de man die hij ooit was geweest.

Die nacht zat ik weer naast haar bed, starend naar de slapende vrouw die ik nog nauwelijks herkende als mijn moeder. Mijn vader was waarschijnlijk weer vertrokken naar een kroeg, maar ik moest blijven. Ik kon hem niet weer gaan zoeken.
“Justine…” Ik dacht eerst dat mijn moeder weer droomde, maar ze had haar ogen open. Ze leek helderder dan ze dagenlang was geweest.
“Justine, waar is hij?”
Ik keek weg. “Hij is niet hier.”
“Waar is hij?”
God, kon ik echt leugens vertellen aan een stervende vrouw?
“Hij is in de kroeg.”
Ik probeerde niet bitter te klinken, maar ik kon het niet verbergen.
“Wanneer komt hij terug?”
“Dat weet ik niet. Ik weet nooit wanneer hij terug is.”
“Ik zie Emile in mijn dromen, lieverd. En Leon. Dan verwelkomen ze me in de Hemel.”
Ik glimlachte, maar mijn ogen werden vochtig.
“Het zal niet lang meer zijn voordat ik ze zie.”

Reacties (5)

  • LilsEvans

    Ik vind het mooi hoe God en zijn hemel hen troost biedt. Mooi hoe dit verhaal de mooie kant van geloof laat zien, de hoopvolle lichte kant.

    4 jaar geleden
  • Helvar

    Nooh, so sad she's losing everyone ):

    5 jaar geleden
  • Thuria

    Echt mooi geschreven (:
    Het voelt heel realistisch aan, ook omdat het geen ellenlange beschrijvingen zijn van de kamer of het bed waarin haar moeder ligt. (Dat kan ook mooi zijn hoor) Maar dit leest lekker (:

    5 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Dit is zooo zielig!

    5 jaar geleden
  • Heronwhale

    Neeeneeneeneeneeneeeeeeeeeeeeeeeeee ZE MOET BLIJVEN. justine moet niet naar t front en die moeder moet blijven leven(huil)
    Mooi geschreven, vooral dat laatste stuk(huil)

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen