Beep...
      Beep... Beep...
Mijn ogen bleven gefocust op het beeldscherm, maar mijn blik zag er waarschijnlijk dood uit. Toen hoorde ik opeens meer geluid uit het apparaat komen. Een hele snelle hartslag. De vrouw lachte van een soort innerlijk geluk, waarom weet ik niet. Dit ging haar niets aan.
      'Het is een jongetje. Een kerngezond baby jongetje.' sprak ze voorzichtig om haar enthousiasme niet al te veel te laten zien. Als ik me goed concentreerde kon ik wel een soort vorm uit de echo opmaken, maar eigenlijk was het één grote vlek. Ik zuchtte even. 'Haal het weg.' sprak ik rustig.
      'Wil je het niet meer zien?' vroeg ze verbaasd. 'Nee.' sprak ik duidelijk. 'Haal. het. weg.' Ze keek me even stil en geschrokken aan, en ik keek haar dood en vastbesloten aan.
      'Ik denk niet dat je daar zo'n overhaaste beslissing over moet maken. Het is ook het leven van jouw kindje waarover je bepaalt.' Ik moest moeite doen om niet schreeuwend alle redenen op te noemen voor waarom dat een belachelijke uitspraak was, maar het lukte. 'Ik neem geen overhaaste beslissing. Ik wil het weg. Ik weet dat het nog niet te laat is.' Ze keek haast beledigd. Toen stond ze plotseling op en liep ze de kamer uit, waarschijnlijk om iemand anders erbij te vragen. Ik wilde niet nog een keer naar het scherm kijken, dus mijn ogen vielen op het infuus aan mijn linkerpols.

Ze hadden me direct naar het ziekenhuis gebracht, om me op van alles te laten onderzoeken. Ik was aan een infuus gelegd met een vloeistof waar volgens die dokters verschillende soorten belangrijke vitaminen en voedingsstoffen inzaten, maar daarnaast lieten ze me vooral veel sinaasappels eten en drinken; volgens de dokters had ik een dramatisch tekort aan vitamine C binnengekregen.
      Ze hadden me onderzocht op van alles. Geslachtsziektes: niets. Schurft: niets. Scheurbuik: nog net niet. Mijn oogletsel was nogal snel opgelost, de oogdruppels die mij gegeven waren werkten zeer snel en ik had het meeste van mijn zicht weer terug.
      En nu hadden ze het lef om mij dit te laten zien, wat ik eigenlijk helemaal niet wilde zien, maar ze hebben me er praktisch toe gedwongen. Misschien hadden ze gedacht dat dit ervoor zou zorgen dat ik beter na zou denken over mijn keuze, maar eigenlijk was er nooit een keuze geweest. Er was alleen maar geluk tot mogelijkheid geweest.
      De deur ging weer open. Een militair kwam binnen, met de verpleegster achter zich aan, terwijl hij nog iets mompelde: 'Dat bepaalt ze zelf wel.' Gelukkig.
      'Hoe voel je je?' vroeg hij aan me. Het was een nogal oude man, maar hij zag er erg vriendelijk uit. 'Ondanks alles goed.' mompelde ik, en er verscheen een schampere glimlach op zijn gezicht terwijl hij een stoel uit de hoek van de kamer pakte en hem naast het ziekenhuisbed neerzette. Terwijl hij ging zitten gaf hij de verpleegster het gebaar dat ze de echo-apparatuur maar weg moest halen. Ze verliet de kamer.
      'Hebben jullie iets gevonden?' vroeg ik hem. Ze hadden beloofd het gebied rondom de plek waar ze me tegen het lijf waren gelopen in een ratio van 2 km te doorzoeken. Zijn glimlach verdween direct van zijn gezicht. 'Het...' Hij wist duidelijk niet hoe hij zijn zin moest beginnen. 'Nee.' zei hij naar een paar seconden aarzelen. 'Maar we hebben wel tientallen Servische soldaten moeten ontlopen. Het stikt er daar van. De VN geeft ons geen toestemming om in te grijpen.' Door die uitspraak was ik stom verbaasd. 'G-geen... geen toestemming?' bazelde ik, waarna ik begon te ratelen: 'Geen toestemming? Is het feit dat daar in de buurt onschuldige vrouwen verkracht en vermoord worden niet reden genoeg? Geen toestemming? Dat... dat is een militaire basis ze moeten toch iets van... belangrijke informatie hebben die ook nuttig kan zijn voor de VN?' Ik klonk niet boos maar verward en zuchtte om niet in tranen uit te barsten, en dat merkte hij, omdat hij een beetje medelijdend fronste. 'Wij kunnen niet ingrijpen zonder toestemming van de VN, daar kunnen wij niets aan doen.' Ik raakte met de uitspraak gefrustreerder.
      'Mijn kleine zusje zit daar!' riep ik uit. 'Mijn kleine zusje, ze is nog maar 8 jaar en nu is ze daar helemaal alleen.' Ik moest steeds meer moeite doen om niet in tranen uit te barsten. Op een gegeven moment mislukte dit ook gewoon. 'Je weet niet wat ze haar aan kunnen doen. Je weet niet wat voor 'n beesten het zijn!' jammerde ik terwijl tranen langzaam over mijn wangen begonnen te stromen en ik heftige (voor zover dit mogelijk was met mijn infuus) handgebaren maakte. 'Jullie moeten haar daar weghalen. Ze is nog maar 8, nu nog onschuldig. Ze is nog onschuldig maar je weet niet wat ze met haar gaan doen als ze erachter komen dat ik ben ontsnapt.' Hij keek me ernstig en nog steeds enigszins medelijdend aan terwijl hij me door liet ratelen en uitpraten. Maar ik kon niet meer uit mijn woorden komen, dus stopte maar met praten en keek hem wanhopig aan met tranen dwarrelend over mijn gezicht.
      'We kunnen niets doen.' herhaalde hij nogmaals duidelijk. 'Dan doe ik het wel.' sprak ik teleurgesteld. 'Zet me maar weer terug want zonder mij is zij zo goed als dood.' Ik had eigenlijk verwacht dat hij gelijk iets zou uitroepen als: 'Geen sprake van.' Maar dat deed hij niet.

Reacties (4)

  • khira

    WHAT?!!!!!!

    3 jaar geleden
  • Heronwhale

    GAAT ZE TERUG? WAAROM GRIJPEN ZE NIET IN! Dat slaat nergens op! Rot mensen! Ik vind het zo sneu voor haar(huil)

    3 jaar geleden
  • xxJennyxx

    Omg grihp in of laat haar zus het doen!

    3 jaar geleden
  • katl1

    Snel verder please!!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen