Foto bij Hoofdstuk 23

Ik werd wakker met het gevoel dat er iets heel harigs tegen mijn gezicht aandrukte. Ik ging meteen van het ergste uit en vermoedde dat Pim zich vannacht in zo’n bocht had gedraaid dat zijn hoofd tegen dat van mij aandrukte en ik daarom zijn haren in mijn gezicht voelde kriebelen. Al snel werd mijn theorie teniet gedaan. Ik hoorde Pim gillen, en hij leek niet heel erg dicht bij te zijn als ik op zijn stemgeluid af mocht gaan.
Slaperig opende ik een oog. Ik zag een zwart iets met duizenden kleine haartjes. Toen ik de koude lucht over mijn gezicht voelde gaan, merkte ik dat onze tent verdwenen was. Verward keek ik op, om meteen tot een nogal akelige conclusie te komen: meneer Spinnetje was een beetje gegroeid, zo erg dat zijn hoofd gevangen zat in wat ooit onze tent had moeten voorstellen. Zijn harige poot stond vlak naast mijn gezicht geparkeerd, terwijl zijn lichaam heen en weer bewoog in een poging de tent van zijn hoofd te schudden.
‘Dit moet een droom zijn,’ mompelde ik. ‘Laat dit alsjeblieft een droom zijn.’
‘Jesse, maak dat je daar wegkomt, idioot!’ hoorde ik Noël roepen. Haar getier kwam amper boven Pims gegil uit. En dan beweerden ze dat vrouwen bang waren voor spinnen. Ach ja, ik zou waarschijnlijk ook beginnen te hyperventileren zoals Pim als ik niet enorm slaperig was geweest.
Ik wilde opstaan, maar merkte toen dat ik nog steeds gevangen zat ik mijn slaapzak. Zonder na te denken rolde ik weg, nog steeds ingepakt in mijn slaapzak, om na een paar meter te stoppen met rollen omdat Steveys benen me (gelukkig) tegenhielden.
‘Blijf daar niet zo liggen en kruip uit die slaapzak zodat we kunnen vluchten!’ zei ze. De angst in haar stem viel niet te missen, al kon ze haar vrees voor het gigantische spinnenmonster iets beter verbergen dan Pim, die nog steeds alleen maar in staat was om te gillen.
‘Wanneer is die reuzenspin verschenen?’ vroeg ik terwijl ik uit de slaapzak klauterde.
‘Ongeveer een uur geleden,’ zei Noël, die zich bij Stevey voegde en me recht trok zodra ik me uit de slaapzak had gewurmd. ‘Het verbaasde me dat je niet eerder wakker werd. Serieus, Jesse, er staat een reuzenspin naast je hoofd en iedereen begint te roepen en te tieren, maar je slaapt er gewoon doorheen?’
Ik haalde een schouder op. Ik had altijd geweten dat ik een vaste slaper was. ‘Ik was moe,’ lichtte ik Noël en Stevey in.
Noëls lippen krulden omlaag. ‘En ik maar denken dat Pim hier de grootste idioot was.’ Daarna glimlachte ze weer even. ‘Maar laten we gaan, voordat Pim zijn stem verliest omdat hij niks anders kan doen dan gillen.’
Ik fronste even. ‘Wacht… Die spin is een uur geleden verschenen.’ Ik wierp een zijdelinkse blik op Pim, die nog steeds op dezelfde plek stond, versteend door angst. Het verbaasde me dat hij niet meteen de andere kant uit rende, hij stond haast vlak voor dat gedrocht. ‘Wat hebben jullie het afgelopen uur dan gedaan? En dacht niemand eraan om me even wakker te maken, misschien?’
‘Dat vertellen we later wel,’ zeiden Stevey en Noël haast in koor.
Stevey nam mijn hand beet, klaar om me mee te sleuren indien nodig, maar net op dat moment schoot Pims volume de hoogte in. Angstig keek ik naar hem. Het eerste wat ik zag was de spin. Je kon er niet naast kijken; het beest was er eindelijk in geslaagd onze mega gezellige blauwe tent van zijn hoofd te slingeren en trippelde nu dreigend onze richting uit. Noël en Stevey stonden op het punt het hazenpad te kiezen – ergens diep vanbinnen was er een stemmetje dat zich afvroeg waarom Noël het beest niet gewoon plette met haar reuzenhand, misschien was ze bang dat ze een reuzennagel brak tijdens het hele proces –, maar ik zag al van ver dat het geen zin meer had; de spin was sneller dan wij ooit zouden kunnen zijn.
En de volgende vraag: waarom transporteerde Noël ons niet gewoon, zoals ze eerder had gedaan? Stond er een limiet op haar magiegebruik?
Vlak voor me hield de spin even halt. Ergens in de verte hoorde ik Pim hysterisch roepen dat het dier acht ogen had en ik moest de neiging onderdrukken om naar hem te roepen dat iedere spin acht ogen had en hij aan kwam zetten met nogal oud nieuws. Maar voor me stond een reuzenspin, dus dat was waarschijnlijk niet zo’n slimme zet. Ik kon beter zwijgen. Opgaan in de omgeving. Misschien zag hij wel helemaal niet zo goed met zijn acht ogen.
En toen kromp hij plots tot ongeveer de grootte van de gemiddelde husky. Het gebeurde zo plots dat ik eerst niet doorhad wat er gebeurd was, tot ik Pim hoorde gillen: ‘MAAK HET DOOD. MAAK HET DOOD NU HET NOG KLEIN IS. MAAK HET DOOD.’
‘Rustig,’ zei ik, maar niet luid genoeg, want Pim bleef maar gillen. Blijkbaar had hij een serieuze spinnenfobie te pakken.
Om Pim nog wat extra op te jutten, hurkte ik bij de spin neer en aaide over zijn harige hoofd. ‘Wie is er een lieve spin? Wie is er een lieve spin? Ja, jij bent een lieve spin,’ zei ik vertroetelend. Pims gezicht trok op dat moment zo bleek weg dat ik even vreesde dat hij flauw zou vallen.
‘Jesse,’ zei Noël met een geforceerd vriendelijke glimlach. Ik zag duidelijk dat ze haar woede probeerde te onderdrukken. ‘Vind je nu zelf ook niet dat je een tikkeltje roekeloos bezig bent?’
Mijn blik ging van de spin naar Noël en terug naar de spin. ‘Ik noem hem Emiel.’ Alsof hij wilde aantonen dat hij echt wel een heel erg onschuldig schootspinnetje was, verkleinde Emiel nog iets meer, tot hij terug het formaat had van een vogelspin die een beetje was gekrompen in de wasmachine.
‘Wie is er een brave spin?’ zei ik op dezelfde vertroetelende manier. Als Emiel een staart had gehad, zou hij vast en zeker beginnen te kwispelen. Het dier hield van me, dat voelde ik.
‘Je blijft verrassend kalm,’ merkte Stevey op. Ze beet even op haar lip en liep daarna naar Pim – het scheelde niet veel of die jongen kreeg een hartaanval.
‘Het is vreemd,’ zei Noël, die haar hand in een bijna moederlijk gebaar op mijn schouder legde. ‘Dit bos lijkt echt heel erg op je gesteld te zijn. Bijna alsof je hier echt thuishoort.’ Op dat moment kon ze haar argwaan niet langer verbergen. Het was wel duidelijk wat ze insinueerde: ik was een deel van het bos. Of, met andere woorden: Noël dacht dat ik het grote kwaad was dat ons allemaal blind maakte.

Reacties (5)

  • Slughorn

    Ik zie nu pim echt als een gillende keukenmeid daar staan.
    Een voet optrekkend, doodsangst van een spin (':

    Misschien brak ze een reuzenagel...

    Hahaha! Wat erg!

    Ik vind de spin leuk! Waarschijnlijk niet als ik tegenover de spin had gestaan. Maar ik vind hem leuk.
    En ik ben wel een beetje met Navigator eens, de conclusie komt een beetje uit de lucht vallen.

    3 jaar geleden
  • LilsEvans

    Die. Spin. Is. Cute. Het is een spin met het gedrag van een hond. Geniaal. En nu heeft Jesse iets dat hij kan gebruiken als verdediging naast zijn ogen: Emiel de über awesome waakspin. Nooit oordelen op uiterlijk. Dit bewijst het maar weer. En misschien he vinden ze Jesse gewoon aardig omdat hij respectvol is en niet iedereen uit wil moorden Noël. Heb je daar al aan gedacht? Nee zeker.

    3 jaar geleden
  • Grace

    tot hij terug het formaat had van een vogelspin die een beetje was gekrompen in de wasmachine. zaaaalig

    Die laatste conclusie maakte ik niet direct, maar doordat ik minstens een maand niet heb gelezen, ben ik waarschijnlijk wel enkele dingen vergeten (:

    3 jaar geleden
  • Altaria

    Noel is wel heel erg anti niet?

    3 jaar geleden
  • Croweater

    Euh wauw, de laatste conclusie die hij uit haar worden trekt komt wel een beetje uit de lucht vallen voor mijn gevoel.

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen