Foto bij 023

Ik sliep die nacht niet thuis. De pastoor, die ik ondertussen François mocht noemen, had mij zijn bank aangeboden. Voor het eerst in nachten sliep ik goed, ik vroeg me zelfs niet af waar mijn vader was. Hoewel het verschrikkelijk was, voelde ik geen liefde meer voor hem. Hij had het verpest. Hij was het enige dat ik nog had en hij had zijn eigen dochter van hem vervreemd. Wat moesten zijn zoons nu van hem denken, vroeg ik me af. Zouden ze me vanaf hier kunnen zien?

De volgende ochtend leek alles weer heel even goed. De zon scheen door de ramen en zorgde ervoor dat ik vroeg wakker werd. Mijn nachtrust was ongestoord geweest en ik werkte me voorzichtig uit bed. Er was een gevoel van rust over me heen gekomen, dat ik in geen weken had gevoeld.

François was ook vroeg op, zoals ik wel verwacht had. Ik stond op om hem ontbijt te maken, maar hij vroeg me om te blijven zitten.
“Niet alle mannen zijn hulpeloos zonder een vrouw in huis,” zei hij vriendelijk en ik lachte voorzichtig.
Hij zette me als eerste een warme kop thee voor en ik klemde mijn handen eromheen, dankbaar voor de warmte.
“Het is troostrijk,” zei hij. “De warmte doet me denken aan de warmte en troost van God.”
Ik knikte. “Ik ben Hem dankbaar voor deze slaapplek. En u nog meer, natuurlijk.”
Hij zweeg, maar glimlachte.

Pas toen het ontbijt voor ons allebei klaar was, ging hij zitten.
“Hij is hier niet geweest vannacht,” zei hij tegen me. “Denk je dat hij weer bij je thuis is geweest?”
“Ja.”
Dat antwoord had hij verwacht.
“Wil je terug? Naar huis?”
Ik zweeg. Wilde ik terug? De plek die ik ooit thuis had genoemd was verdwenen. Mijn moeder was dood en mijn vader was zo goed als dood voor mij. Ik herkende hem niet meer als de man die hij ooit was geweest en het deed ontzettend veel pijn.
“Nee. Eigenlijk wil ik nooit meer terug.”
“Dat begrijp ik.”

Zwijgend aten we verder, terwijl de vraag wat ik nu moest doen boven onze hoofden bleef hangen. Ik kon hier niet eeuwig blijven, maar ik wilde ook niet naar huis.
“Je moet hier weg,” zei hij serieus. “Niet uit mijn huis, maar… uit Parijs.”
Ik knikte. “Ik weet waar ik heen moet.”

Reacties (4)

  • LilsEvans

    Het lijkt alsof ze geen andere optie heeft dan naar het front gaan. Ergens ben ik blij dat ze een weg voor zichzelf ziet, maar meh.

    4 jaar geleden
  • Thuria

    Mooi geschreven weer (:
    Dit voelt echt als zo'n vervolg stap in het verhaal haha.
    Ik denk ook dat ze naar het front gaat, en eerlijk gezegd vind ik het wel leuk ^^ (excuses als dit moordzuchtig overkomt ofzo, maar ja dan ontmoet ze haar grote liefde hoop ik en meer spanning en actie enzo)

    5 jaar geleden
  • Heronwhale

    Natuulijk, Amsterdam! Wat slim om daar heen te gaan (blijf weg bij het front!) Alhoewel, waarschijnlijk zit daar de liefde van haar leven of niet?

    5 jaar geleden
  • Helvar

    Meh, ze gaat dus naar het front....
    Al zou ik ook niet weten waar ze anders heen kan.

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen