Shit. Wat nu? Ik pijnig mijn hersens. Hoe heet hij ook alweer? Axel heeft het volgens mij gezegd, maar... "Eh... Hoi Janus!" Probeer ik. Ik zie aan Axels blik dat ik het goed heb. Maar toch kijkt Janus me verbaasd aan.

"Janus? Wie heeft je mijn aliennaam vertelt? Asjeblieft, noem me gewoon Jordan." Zegt hij. Ik knik. Dan kijkt hij naar Axel. "Wat doe je bij hem?"

"Hij heeft besloten met ons mee te doen!" Zeg ik.

"Echt waar? Daar zal vader blij mee zijn." Dan kijkt hij me even onderzoekend aan. Het zweet breekt me uit. "Wat doe je eigenlijk hier?"

"Ik eh..." Ik moet iets bedenken... "Ik was op zoek naar mijn ketting. Em kijk eens, ik heb hem gevonden!" Improviseer ik. Ik wijs naar Cassi's ketting, die nog altijd om mijn nek hangt.

"Besef je wel hoe gevaarlijk je bezig bent? Wat als vader erachter komt?"

Ik heb werkelijk waar geen flauw idee wie 'vader' is, maar dat mag ik niet laten merken. "Eh... Ik... Ik weet het. Het was stom van me... Kun jij me helpen ongezien terug te komen?"

"Dat moet wel lukken, denk ik. Maar je kunt echt niet zomaar wegsluipen, Cass. Je weet wat de consequenties zijn..."

Ik knik braaf, al heb ik geen flauw idee wat de consequenties zijn als Cassi zou proberen te ontsnappen. Gelukkig lijkt Jordan niets door te hebben.

"Je kunt je wel verstoppen achter in de bus. Er is een kans dat een van mijn teamleden je ziet, maar die zullen je heus niet verraden, daar zorg ik wel voor. Volg mij maar!"

Braaf lopen ik en Axel achter Jordan aan, naar een zwarte bus. Ik ga achterin zitten en Axel ploft naast me neer.

"Ik ga mijn team halen, jullie kunnen het beste zo stil mogelijk doen." Zegt Jordan, en hij loopt weg.

"Wat denk je, zou hij iets doorhebben?" Vraag ik zacht aan Axel als ik Jordan niet meer kan zien.

"Ik weet het niet. Je deed het best goed. Je hebt geluk dat je zoveel op Cassi lijkt."

Ik knik. "Dat kun je wel zeggen. Maar dan nog, ik ben Cassi niet. We zijn dan wel een tweeling, we zijn niet identiek. Bovendien is het duidelijk dat hij Cassi al kent. Ik heb de helft van de tijd geen idee waar hij het over heeft."

Axel knikt.

Dan gaat één van de deuren open en stappen de spelers van Gemini Storm in. Niemand ziet ons, op Jordan na. Maar hij weet dat we er zijn. Ik hou mijn adem in, mijn hart klopt in mijn keel. Ik heb veel stomme, roekeloze dingen gedaan, maar dit slaat alles. Wat zou er met Cassi gebeuren als dit mislukt? En met Julia? Waarom heb ik daar van tevoren niet beter over nagedacht? Wat als...

Nee. Niet aan denken. Ik schud mijn hoofd en de gedachte houdt op. Maar het angstige gevoel dat bezit van me heeft genomen laat me niet meer los.

Het lijkt uren te duren, alsof er geen einde aan komt. Als een nachtmerrie waar je maar niet uit ontwaakt. Onwerkelijk. Maar toch zo bedreigend. De hele weg durf ik me niet te bewegen, zelf mijn ademhaling voelt te luid. Uiteindelijk, als na een eeuwigheid, komt de bus tot stilstand. De deuren gaan open en de spelers van Gemini Storm stappen uit. Jordan wacht tot iedereen is uitgestapt, en richt zich dan tot ons.

"Wacht nog heel even, dan help ik jullie zo om binnen te komen." Zegt hij. Hij stapt ook uit.

"Axel?" Zeg ik zacht. "Wat als we ze niet vinden? Wat als ze niet hier zijn? Wat moeten we dan?"

"Ze zijn er vast, maak je geen zorgen." Zegt hij. "Het komt goed, echt waar!"

"Ik hoop het maar..." Mompel ik, niet echt overtuigd. "Maar wat als het misgaat? Wat als ze erachter komen wie ik echt ben? Wat als ze erachter komen wat we echt komen doen? Wie weet wat ze Cassi en Julia dan aandoen! Wat als alles misgaat? Wat moeten we dan doen, Axel?"

"Je moet stoppen met onzeker zijn. Jij en Cassi zijn al jullie hele leven samen, dus als er iemand is die goed kan doen alsof ze Cassi is, ben jij dat wel. Geloof in jezelf. Ik weet dat je het kan. Met je afvragen 'wat als...' Kom je niet verder. Wat komen moet, komt toch. En daar maken we ons wel zorgen over als het zover is."

"Wauw, Axel..." Zeg ik zacht. Ik word helemaal warm vanbinnen en ik voel dat ik bloos. Hij heeft gelijk, zoals altijd eigenlijk. Ik verdrink in zijn ogen, die doordat het zo donker is nu echt zwart lijken. De wereld om me heen, alle problemen vervagen. Het is alleen nog hij en ik, en ik wens dat dit moment voor eeuwig duurt.

Maar dat is natuurlijk weer teveel gevraagd. Want op dat moment komt Jordan terug, waardoor ik ruw terug wordt gebracht naar de realiteit. Hij wenkt dat we hem moeten volgen. Axel staat op en helpt me overeind. Op de plekken waar zijn hand de mijne raakt begint mijn huid te trillen. Zo snel mogelijk duw ik het verliefde gevoel weer weg. Dit is een slecht moment. Als ik de hele tijd dromerig voor me uit staar, val ik zeker door de mand. Cassi is alles behalve dromerig.

We volgen Jordan een stukje de bergen in, tot we bij een scheur in de bergwand komen. "Loop hier doorheen." Zegt Jordan. "De tunnel komt uit achter een van de boekenkasten in de bibliotheek. Je kunt er door naar binnen, maar niet naar buiten. Ik zie jullie straks." En hij sprint weg.

Ik adem diep in en stap de tunnel in. Het is er donker, koud en vochtig, maar naarmate ik verder doorloop wordt het steeds warmer en droger. Totdat ik voor me een soort van muur voel. Ik tast hem af, op zoek naar een opening, als er opeens iets verschuift. Een boekenkast, precies zoals Jordan gezegd heeft. Ik knipper met mijn ogen tegen het felle licht. Langzaam krijgt alles een beetje vorm.

En dan zie ik haar. Ik knipper nog een paar keer met mijn ogen, bang dat ik me vergis. Maar ze verdwijnt niet. Ik kan wel schreeuwen en gillen van blijdschap, maar ik doe het niet. Ik kan nog maar een ding uitbrengen, zacht en breekbaar.

"Cassi?"

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen