Foto bij Hoofdstuk Achtendertig - Ana

Het leek op een dauwstreep, maar het was simpele condens die over het raam naar beneden parelde. Het kwam door de kou van buiten. Er een dik pak sneeuw, maar in de pickup truck was het warm. Van binnen voelde ik me ook warm, maar dit was geen prettig gevoel.
      Ik legde mijn hand op mijn buik elke keer dat we door een kuil of over een hobbel heen reden, maar het hielp maar weinig. Mijn buik was strak. En glad. En plat. Maar elke keer dat ik door elkaar geschud werd betrok mijn gezicht door de stekende, maar zeurende pijn in mijn baarmoeder.
      We reden door de bossen in de bergen, en ik kreeg het steeds benauwder met elke plek die we passeerden, plekken die me steeds bekender voorkwamen.
      Ze zouden me terug afzetten waar ze me hadden gevonden. Een hogere Nederlandse officier van de Dutchbat force (een deel van het VN leger), had zeker wel een uur lang door gerateld over waarom ze niet konden ingrijpen. Hij had het gehad over een Artikel 6 en een Artikel 7, maar ik snapte het maar half. Wat ik eruit kon opmaken was dat ze nu werkten volgens de wetgeving van Artikel 6 van de Verenigde Naties, wat kort gezegd inhield dat ze vrede moesten bewaren, en niet afdwingen. Ze waren nauwelijks bewapend, en hadden instructies geen conflicten aan te gaan. Pas als de VN zou pleiten tot ingang van Artikel 7 (vrede afdwingen), zouden ze zwaarder bewapend worden en meer mogelijkheden hebben, maar dat had de VN nog niet gedaan. Daarnaast, had de officier gezegd, hadden ze alle mensen die ze hadden nodig in Srebrenica. Een dorp zo'n twee kilometer van het ziekenhuis waar ze me naartoe hadden gebracht. Waarom weet ik niet.
      Het enige wat mij resteerde was om zelf terug te gaan. Om de veiligheid van mijn zusje zeker te stellen. Ik kon niet anders, ook al stond ik op het punt om in tranen uit te barsten, met elke meter die we dichterbij het drop-punt kwamen. Ze hadden me enkel schone kleren gegeven, en me onderweg gestuurd.
      De auto stopte. De Nederlander achter het stuur draaide zich om en keek naar me. Ik keek hem met dode blik terug aan. 'We're here.' sprak hij voorzichtig. Hij stapte uit, en de soldaat in de bijrijdersstoel stapte ook uit, waarna hij het portier voor mij openmaakte en ik mijn voeten voorzichtig in de sneeuw zette.
      'Do you recognise this place?' vroeg hij, proberende zich ervan zeker te maken dat dit de goede plek was. Ik keek even rond. Ik zag nu 10 keer meer dan voorheen, maar ik was er zeker van dat dit de plek was waar ze me hadden gered. 'Yes.' Hij zuchtte. Het was duidelijk te zien hoe hij simpelweg orders volgde, maar het zelf helemaal niet eens was met deze beslissing.
      'You know what to do, right?' vroeg de ander. 'Yes,' ik slikte. 'Get captured.' legde ik uit. 'All you need to do after that is wait. Your presence has been noted, we will do everything we can to convince the UN to set up a rescue mission.' Ik k nikte zachtjes.
      'Alright then. Go on. We'll be right behind you, until they find you. If they don't come back for you we'll take you back so you won't freeze to death.' 'I doubt it.' antwoordde ik. Iedereen zuchtte een laatste keer.
      'Go on. They'll be looking for you.'
      Ik reageerde niet meer op wat hij zei, en draaide me richting het bos. Ik begon te lopen, en ik bleef lopen. Steeds meer in de richting van het kamp. En ook al zag en hoorde ik ze niet meer, wist ik dat de twee Nederlanders me schaduwden. Het liet me er echter niet veiliger op voelen.
      Na misschien twintig minuten rond banjeren, hoorde ik stemmen. Ik stopte in mijn voetsporen en hield mijn adem in om te luisteren. Ik herkende het gelach meteen. Het was een vrij zacht gelach, van best wel dichtbij. Ik zette nog een paar stappen, en daar, door de bomen, kon ik ze zien.
      Peterus, Jorane en Dimitri stonden met hun gezicht in mijn richting (ze zagen mij echter nog niet), alledrie een geweer op hun rug en een sigaret in hun hand, maar de enige persoon die met zijn rug naar mij toe stond, die zou ik uit duizenden herkennen.
      Darius.
De paniek die bij me toe sloeg wist ik te onderdrukken. Ik ademde diep in door mijn neus, en uit door mijn mond, met mijn gedachten bij Daria, en zette daarna een paar stappen naar voren, waardoor ik het gezichtsveld van de drie Serviërs instapte.
      Dimitri was de eerste die mij opmerkte, en zijn wenkbrauwen schoten omhoog terwijl hij Peterus een por gaf en Darius met een blik seinde. Darius, echter, draaide zich tergend langzaam om, met die eeuwige grijns allang op zijn gezicht. Hij trok zijn wenkbrauwen ook op, maar niet uit oprechte verbazing. Uit een zieke, gespeelde, kleinerende verbazing.
      'Ah, Ana. Daar ben je.' Mijn gezicht stond al strak van angst, maar toen merkte ik plotseling hoe zijn blik van mijn gezicht, naar mijn buik viel.
      Zijn grijns was plotseling verdwenen, en hij greep naar het geweer op zijn rug. Hij pakte het onmiddellijk aanvallend vast, tegen zijn schouder aangezet, en met zijn rechteroog door de lens kijkende, klaar om te schieten.
      'Op je knieën!' riep hij plotseling hard. Ook de andere drie hadden hun wapens erbij gepakt. Nu pas was voor het eerst te zien dat het echte, getrainde militairen waren, die precies wisten wat de meest tactvolle manier was om een potentieel gevaar onder controle te krijgen.
      Het enige wat mijn gezicht uit zou kunnen hebben uitgestraald was doodsangst, terwijl ik langzaam door mijn knieën in de ijskoude sneeuw zakte.
      'Handen op je achterhoofd!' Ik volgde Dimitri's orders meteen, terwijl hij en Darius, geweer geheven, dichterbij kwamen. Even bleven ze gespannen, maar stil staan terwijl ze alle vier de omgeving scanden terwijl ze mij nog onder schot hielden. Ze leken niets te vinden, ook al wist ik dat de twee Nederlanders dichtbij waren.
      'Wie heb je meegenomen?' vroeg Dimitri agressief, maar beheerst. 'Niemand.' Ik moest zo ontzettend veel moeite te doen om niet in huilen uit te barsten. Plotseling liet Dimitri zijn geweer zakken, om het vervolgens achterstevoren vast te pakken, en de houten loop van het geweer met brute kracht tegen de zijkant van mijn hoofd aan te slaan.
      Ik schreeuwde van schrik en pijn, en dit was eigenlijk het enige wat me ervan verzekerde dat hij me niet bewusteloos had geslagen. Voor enkele seconden lieten ze me creperen in de sneeuw, terwijl ik probeerde van ze weg te komen. Maar zodra ik ook maar een beetje probeerde overeind te komen, kreeg ik een harde trap op mijn rug die me weer naar de grond sloeg. Een pijnlijke steek in mijn baarmoeder. Ik kermde van pijn, terwijl ik merkte hoe Dimitri naast me neer knielde. Achter hem stond Darius.
      'Ana.' sprak hij streng. 'Waar zijn ze?' Ik haalde mijn neus op, maar het hielp niet om het bloed dat eruit stroomde te laten stoppen met het rood maken van de witte sneeuw.
      'Ik weet niet waar je het over hebt.' kreunde ik pijnlijk, terwijl een paar tranen mijn wangen bevochtigden.
      'Je weet dondersgoed waar hij het over heeft.' onderbrak Darius.
      'Laatste keer, Ana. Waar zijn ze?' herhaalde Dimitri. Ik keek hem aan, maar bleef stil, waarna ik mijn hoofd van hem afwendde. Zijn mondhoeken trokken strak van woede, zich realiserende dat hij geen antwoord zou krijgen.
      Dimitri sprak geen woord meer voordat hij me nogmaals tegen de grond aan duwde, en daarna zijn hand tegen mijn hoofd aanzette, om het zo met zijn druk tegen de grond aan te houden.
      Ik begon in stilletjes gehuil, terwijl ik voelde hoe hij zich over mijn heen boog, en eerst mijn jas, en daarna mijn rok omhoog schoof. Mijn panty trok hij met gemak kapot, wat me uit schrik even deed kermen terwijl ik het geluid hoorde van een gesp die werd losgemaakt.
      Maar de grootste, luidste schreeuw van pijn uitte ik toen hij zich plotseling met immens veel kracht in mij forceerde. Het geschreeuw, terwijl de verkrachting pas echt begon, ging door de schokken over in een luid, rauw gesnik en gehuil, terwijl het voelde alsof 10 duizend messen tegelijk mijn baarmoeder aan stukken reten.
      Mijn ogen had ik stijf dichtgeknepen uit pijn, maar zodra ik ze weer opende, zag ik ze opeens. De twee Nederlanders, verstopt tussen de bomen. Eerst keken ze nog toe, maar daarna wendden ze hun blikken af, en verlieten ze de plaats delict terwijl ze de vrede bewaarden. Ik kon Darius horen door mijn harde gesnik heen.
      'En? Zien ze je nu?'

Reacties (5)

  • khira

    Ik ben echt sprakeloos... ik zit hier echt geluidloos en super veel te huilen op dit moment(huil)

    2 jaar geleden
  • Fennec

    Yeah, regels :/

    3 jaar geleden
  • Heronwhale

    Omg op dit moment haat ik echt nederlanders. Vooral die twee , hoe kunnen ze nou niks doen!:@

    3 jaar geleden
  • xxJennyxx

    Omg wat erg. Ik zou het niet kunnen gewoon blijven staan en kijken

    3 jaar geleden
  • katl1

    Snel verder please!!!!!!!!!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen