“En je hebt hem niet vermoord? Wauw, Cassi, sinds wanneer heb jij je woede zo goed onder controle?” Vraag ik.

Ze lijkt een beetje te schrikken en wordt rood. “Ik eh… nou, ik…” Mompelt ze.

Ik zucht. “Zeg op, wat is er gebeurd?”

“Claude hield me tegen.”

“WAT?! Wat had die jongen daar te zoeken?”

“Hij eh… Hij heeft er alleen maar voor gezorgd dat ik Dave niet vermoordde, dat is alles!”

Ik wil net iets schreeuwen over dat Claude een verschrikkelijke alien is, als ik Axels hand op mijn schouder voel. “Kalmeer, Fay. We kunne beter een manier zoeken om hier weg te komen.” Zegt hij. Hij richt zich tot Cassi. “Jij kent het gebouw. Weet jij een goede ontsnappingsroute?” Hij schuift de kaart naar haar toe.

“Misschien…” Mompelt ze. Dan wijst ze een plek op de kaart aan. “Hier.” Zegt ze vastbesloten. “Dit is de plek waar ik over verteld heb. Hier is het raam. Het is niet erg hoog, ik denk dat we er wel uit kunnen klimmen.”

“Ook met Julia?”

“We tillen haar wel op.”

Ik kijk Axel aan, en hij knikt. “Oké, dus dan wordt dit ons plan.” Zeg ik. “Wanneer gaan we het uitvoeren?”

“Ik denk dat we dat het beste vanavond kunnen doen.” Zegt Axel. “Epsilon heeft straks een wedstrijd tegen Raimon, dus dan zijn er niet zo veel mensen op de Academie. Dat lijkt me het veiligste moment.”

Ik knik. “Dat lijkt me een goed plan. Wat vind jij, Cassi?”

Cassi, die tot nu toe mar een beetje voor zich uit staarde, schrikt op uit haar gedachten. “Eh ja, vind ik ook… Wat zei je precies?”

Ik zucht en rol met mijn ogen. “Ik vroeg of je het een goed idee vindt als we vanavond ontsnappen, omdat er dan niet zoveel mensen op de academie zijn.”

“Oh. Eh, ja. Dat lijkt me een goed idee.”

“Maar waar gaan we heen als we hier weg zijn?” Vraagt Axel. “Thuis weten ze ons te vinden, dus dat is geen optie.”

Ik sta op en begin door de kamer te ijsberen. “Hm, daar heb je gelijk in. Maar waar kunnen we dan wel heen? Wacht, misschien kunnen we alsnog naar Okinawa gaan!”

“Okinawa?” Cassi kijkt me vragend aan.

“Ja, Okinawa. Leg ik straks wel uit.”

“De detective zal wel niet heel erg blij met ons zijn…” Mompelt Axel.

Ik knik. “Tja, we zijn toch zomaar weggegaan…”

“Detective? Weggegaan? Waar hebben jullie het allemaal over?” Vraagt Cassi.

Ik zucht. Ik weet dat ze net zolang zal doorzeuren tot ze het hele verhaal gehoord heeft, en dat kan ik nu even niet gebruiken. “Nou, de detective hielp ons met de zoektocht naar jou we Julia. Maar door dat telefoontje van jou kwamen we er zelf achter waar je was. Toen de detective ons naar Okinawa stuurde, waar we veilig zouden zijn, besloten we jullie zelf maar te gaan zoeken. Zodoende kwamen we hier.”

“Aha. En jullie hebben daarna natuurlijk niets meer van je laten horen…”

Axel en ik schudden ons hoofd. “Komt goed, hij helpt ons wel, ik weet het zeker.” Zegt hij. “Laten we nu dan onze spullen bij elkaar rapen. Niet dat dat erg veel is…”

Ik lach. “En misschien kunnen we wat eten uit de keuken halen. Het wordt een lange tocht… Ik denk niet dat mijn bereik hier op de berg goed genoeg is om hem te kunnen bellen en te vragen of hij ons op komt halen...”

“Dat is geen slecht idee. Ik denk dat ik bij het eten straks wel wat mee kan nemen, en als jij dat straks ook doet, Cassi, hebben we wel voor een tijdje genoeg.” Zegt Axel.

“Dus dan hebben we dus een plan…” Zeg ik zacht, en Axel en Cassi knikken.

Axel staat op. “Ik ga het aan Julia proberen uit te leggen. Jullie kunnen vast jullie spullen pakken en de beste route naar die kamer uitstippelen.”

Cassi en ik knikken. “Tot straks dan!”

“Tot straks!” Zegt Axel en hij loopt de kamer uit.

“Goed, aan de slag dan maar!” Zeg ik tegen Cassi. Ze knikt en we beginnen spullen bij elkaar te rapen, zoals mijn telefoon en Julia's stiften en tekeningen.

“Dus…” Begint Cassi, terwijl ze Julia's tekening van Axel en mij oppakt. “Je gaat naar een tropisch eiland… Wat romantisch…”

Ik geef haar een duwtje tegen haar schouder. “Het is niet romantisch als je kleine zusje erbij is. En bovendien is het geen vakantieoord, alleen maar een onderduikadres.”

Ze grijnst van oor tot oor, terwijl ze de laatste paar spullen in de tas doet. “Tuurlijk joh, wat jij wilt. Goed, gaan we die route nog tekenen, of hoe zit dat?” Zegt ze, en ze trekt de kaart naar zich toe. Met een potlood begint ze alle mogelijke routes uit te tekenen. “We kunnen zo gaan… Maar dan moeten we langs de kamer van Xavier. Of zo, maar dan moeten we door de eetzaal, en er is een kans dat die op slot zit…”

“Hm… Ja! Dat is een goed idee! Volgens mij staan bijna al die kamers leeg!”

“Super! Dan doen we dat!” Ik rol de kaart op en stop hem in de tas, als er op de deur geklopt wordt. Ik kijk verschrikt op. Cassi gebaart dat ik me snel moet verstoppen, en terwijl ik dat doe, schuift ze de tas uit het zicht en gaat op bed liggen.

“Kom binnen.” Mompelt ze dan. Xavier stapt naar binnen, en Cassi kreunt. “Wat wil je van me? Ga toch weg!”

“Hoi Cassi… Wat is het hier… opgeruimd…” Zegt Xavier, en hij kijkt wantrouwend de kamer rond.

“Ja dus? Mag ik tegenwoordig ook al niet meer haar eigen kamer opruimen?”

“Nee… laat maar. Ik wilde vragen of je mee ging eten.”

Ze zucht, staat op en pakt haar krukken. “Het is dat ik honger heb, anders had je fijn alleen kunnen eten.” Dan loopt ze achter hem aan de kamer uit.

Zodra ik zeker weet dat ze weg zijn kom ik tevoorschijn. Ik kan nu alleen nog maar wachten. En hopen dat ze niet vergeet eten mee te nemen…

Na een tijdje hoor ik haar krukken op de gang. Snel verstop ik me, voor het geval Xavier bij haar is. Maar ze is alleen. “Ben je er klaar voor?”

Ze knikt. Ons plan kan beginnen...

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen