Ik kijk uit het raampje van het vliegtuig. Met elke meter die we stijgen voel ik de afstand tussen mij en Cassi groter worden. Het is ondraaglijk. Ik heb haar daar achtergelaten, en hoewel het waarschijnlijk voor haar het veiligste was, voelt het alsof ik haar in de steek heb gelaten. Mijn hoofd weet dat ze haar niets zullen doen, maar mijn hart zegt dat ik terug moet gaan om haar te redden. Dat zal moeilijk gaan: ten eerste zit ik in het vliegtuig, kilometers van de grond verwijderd. Ten tweede hebben we dit keer een complete escorte, wat eigenlijk wel een heel slimme zet is geweest van de detective. Alsof hij wist dat ik het liefst weer op zoek zou gaan naar mijn zusje. Al is het best voor de hand liggend.

"Het komt vast goed. Als we op Okinawa zijn kan er niets meer gebeuren." Zegt Axel tegen me.

"Het kan me niets schelen als er iets met mij gebeurd, als Cassi maar veilig is." Zeg ik.

"De detective weet wat hij doet. Het komt allemaal goed." Even is het stil. "Je gelooft me niet, hè?"

Ik zucht. "Axel... Ze zullen ook doorkrijgen dat jij en Julia weg zijn. Wat als ze Cassi daar verantwoordelijk voor houden? Wat dan? Wat zullen ze met haar doen?"

"Ze kunnen haar hoogstens laten escorteren. Ik denk dat ze haar gewoon dag en nacht in de gaten gaan houden."

Ik huiver bij de gedachte dat Cassi de hele dag vergezeld wordt door Xavier. Of erger: Dave. Ik hoop met heel mijn hart dat ze het geluk heeft dat Jordan de taak krijgt haar in de gaten te houden. Ik geef het niet graag toe, maar hij is de enige 'alien' die ik oprecht aardig vind en vertrouw. Als ik dit hardop zou zeggen, en Cassi was erbij geweest, hadden we meteen weet een discussie gehad over het feit dat hij geen alien is. Tranen springen in mijn ogen bij de gedachte aan haar. Snel veeg ik ze weg. Ik heb nu echt even geen zin in medeleven van iemand hier. Ik heb het gevoel dat er toch niemand is die me begrijpt.

De rest van de vlucht staar ik naar buiten, naar het dikke wolkendek, terwijl ik me afvraag waarom ik toch zo'n slechte zus ben.

"We gaan zo landen." Zegt de stem van de detective. Ik kijk op.

"Dat kan."

"Weet je, misschien moet je je broer maar even bellen, als we straks geland zijn."

Een steek van pijn gaat door me heen als ik aan Paolo denk. "Wat moet ik dan tegen hem zeggen? Hij denkt dat we bij Raimon zijn. En hij vraagt sowieso naar Cassi."

"Vertel hem gewoon dat het goed met je gaat. Ik durf te wedden dat hij zich ook zorgen om jullie maakt."

Ik bijt op mij lip. Hij heeft gelijk. Maar ik haat het om tegen Paolo te liegen. En als ik hem bel, en hij vraagt naar Cassi, zit er niets anders op. In mijn de-verbinding-valt-weg-truc trapt hij toch niet. Maar aan de andere kant... Wil ik zo graag even zijn stem horen. Ik wil dat hij tegen me zegt dat het goed met me gaat, en daarna een lang verhaal begint over zijn team. Ik wil dat alles weer normaal wordt. Maar het woord 'normaal' is momenteel zo'n beetje de slechtst denkbare omschrijving van mijn leven. En ik denk niet dat daar snel verandering in zal gaan komen...

"Goed." Zeg ik dan. "Ik zal hem straks wel even bellen."

De detective knikt. "Goed zo. En maak nu je gordel maar vast, we gaan landen."

Een tijdje later staan we op het kleine vliegveld in het zuiden van Okinawa, Naha AirPort. "En wat nu?" Vraagt Axel.

"Ja, waar moeten we heen? En waar slapen we eigenlijk? Wat moeten we hier de hele tijd gaan doen? Kunnen we trainen? Wanneer kunnen we terug naar het team? Als ze zouden weten dat we hier zijn, zouden ze dan komen?" Vraag ik.

De detective kijkt me geïrriteerd aan. "Stop je dan nooit met vragen stellen?"

Ik geef hem een boze blik terug. "Is dat een probleem dan?"

De detective zucht. "Goed dan. Jullie gaan een tijdje bij een vriend van mij wonen, hier op Okinawa. Daar zijn jullie voorlopig veilig."

"En wat is het antwoord op mijn andere vijf vragen?"

"Dat komt straks wel. Ik wil jullie nu aan iemand voorstellen." Hij wenkt een grote jongen, die meteen aan komt lopen. "Fayline, Axel, dit is Thor Stoutberg. Jullie blijven een tijdje bij hem wonen." Hij richt zich tot Thor. "Ik laat deze twee nu aan jou over. Ik ga terug naar Tokyo." Hij wil zich omdraaien en weglopen, als Axel hem tegenhoudt.

"Wacht." Zegt hij. "Kunt u... Kunt u tegen Julia zeggen dat ik haar mis, en dat ik van haar hou?"

De detective knikt. "Dat zal ik doen." Dan loopt hij weg.

Daar staan we dan: Axel, Ik en een jongen die we net ontmoet hebben, op een klein vliegveld in de verste uithoek van Japan. Er valt een ongemakkelijke stilte. Niemand van ons weet iets te zeggen.

"Dus..." Begint Thor dan. "Jullie komen een tijdje bij ons wonen. Gezellig."

"Ons? Wie bedoel je met 'ons'?" Vraag ik -Oké, misschien heeft de detective gelijk en stel ik echt teveel vragen.

Hij lacht bulderend. "Heeft Greg het niet verteld? Mijn broertjes en zusje natuurlijk! Kom maar mee. Ik woon hier niet ver vandaan. Ik zal ze zo aan jullie voorstellen!" We lopen achter hem aan, tot hij stilstaat bij een gebouw, dat neem ik aan zijn huis is. "Jongens, we hebben bezoek!" Roept hij. Vijf kinderen - vier jongens en één meisje- komen aanrennen. "Fay, Axel, dit zijn Leon, Theo, Lucas, Appie en Freya. Kinderen, dit zijn Fay en Axel."

"Aangenaam." Zeg ik vriendelijk, maar de kinderen verstoppen zich onmiddellijk achter hun grote broer.

"Niet zo verlegen zijn, ze zijn heel aardig." Zegt Thor.

De grootste jongen, Leon, zet voorzichtig een stap in de richting van Axel. "Ga jij met ons voetballen?"

Axel en ik kijken elkaar aan en glimlachen. Ik denk dat het hier nog best gezellig kan gaan worden...

Reacties (3)

  • MrsNeymessi

    Nu kan Fay zich bezig houden met AxelxD

    3 jaar geleden
  • Kyonakoenen

    Fay bij Thor. Dat gaat waarschijnlijk nii zo goed.

    3 jaar geleden
  • Opperbibbsie

    Haha nu is Fay bij Thor beland!
    Ik wil meerrrrrr!
    Snel verder!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen