Foto bij 21.2 - Battle for Glory

En hier komt deel 2

Ik ben best gestrest, merk je het aan mijn schrijven? :p

Ik heb dit trouwens wel op 1 nacht geschreven, was vannacht om 00:00 begonnen:D(kon niet slapen)

Jamils POV

      "Hé, kijk eens wie we daar hebben, het is ons geliefde prinsje!" Ik grinnikte naar het bruinharige elfenjoch, waarna hij een tikkeltje beangstigd terugkeek. Dat was ook wel terecht overigens, aangezien ik op zo'n stoer paard zat. Een beetje schichtig zocht hij naar troepen om zich heen, maar omdat de grotere mannen ook aangevallen werden, had hij maar een miezerig groepje krijgers tot zijn beschikking.
      "Wat staan jullie nu nog te lapzwansen?! Pak hem!" Aan zijn stemmetje te horen, was prins Triwon niet van plan om met mij te vechten, maar ik wilde toch wel wat koninklijk bloed op deze grond laten vloeien.
      "Ja! Kom! Kom en pak mij! Ik kan niet wachten..." Met een vrolijke grom sprong ik van mijn paard en trok ik mijn zwaard uit mijn schede. Vol adrenaline sprintte ik richting de muur soldaten, waarna ik door de eerste vlaag beukte en hun hoofdjes doorboorde met de stekels op mijn schouderplaten. Ik draaide een pirouette van vreugde waarbij ik de overige kopjes afhakte en de laatste man dwars door zijn borstkas neerstak. Oh, wat was het fijn om de leider van Iverum te zijn.
      "Kom, Triwonnetje, kom dan!" Ik schaterde van het lachen toen ik hem zo bang zag zitten, maar voordat ik het wist, hoorde ik glas onder mijn voeten uit elkaar spatten. Een lichtgele vloeistof spetterde in het rond en net voordat ik zag hoe het spul weg vrat aan mijn cape, kwam er een druppel in mijn oog en schreeuwde ik het uit van de pijn. Allemachtig, wat voor een vreselijk elixer was dat. Het voelde alsof ik mijn oog in de metaalsmelter had laten vallen.
      "H..a....ha..." Triwon trok een scheve grijns en liet toen een maniakale, onstabiele lach horen, "Hahahaha! Je bent misschien sterk, maar je bent wel dom! Natuurlijk laat ik je nooit in mijn buurt komen, engerd!"
      "Jamil! Hier!"
      Ik kreeg een flesje in mijn handen geworpen met een ander elixer, maar aangezien ik momenteel niet echt wat kon doen, je weet wel, met brandende ogen enzo, sprong Caleb van zijn paard af en goot hij het eens flink over mijn gezicht. Ik knipperde even en hoewel mijn rechteroog bleef tranen, kon ik met het linker nog goed genoeg zien.
      "Hè, bedankt hé. Jij mag een extra broodje uit de proviandkar halen." Ik gaf Caleb een stevig schouderklopje, maar toen schudde hij met zijn hoofd en trok hij zijn eigen zwaard, "Vandaag zal ik naast jou vechten."
      "Weet je het zeker...?" Ik was oprecht bezorgd, hij zou het nooit kunnen uithouden hier. We zagen elkaar misschien niet vaak, maar hij was wel mijn maatje. Ik wilde hem niet kwijt en Brithun al zeker niet.
      "Hè, zijn jullie een stel standbeelden?!" Triwon voelde zich zeker gerechtigd tot de overwinning van dit gevecht, maar hij had alsnog zelf geen moer uitgevoerd. Ik keek hem stom aan, maar toen begon hij weer te schreeuwen, "M-moet ik misschien nog een fles zuur naar je gooien?!"
      "Caleb, dek me, en zorg dat je niet gewond raakt."
      "Wacht, red jij-!", maar voordat hij zijn zin af kon maken, rende ik al richting Triwon. De prins wilde nog een raar flesje naar me gooide, maar ik rende te snel om geraakt te worden. Ik was dan misschien niet de slimste, maar ik leerde wel snel genoeg. Zodra ik in de buurt van zijn koets kwam, sprong ik omhoog om zo snel naar boven te klimmen. Het duurde niet lang voordat hij voor mijn neus zat te bibberen, waarna ik de pommel van mijn zwaard gebruikte om hem uit zijn kar te slaan.
      Triwon tuimelde over de grond en probeerde overeind te krabbelen, maar niet voordat ik hem weer tegen de grond aan trapte. Hij tufte op de grond en keek me fronsend aan, "Wat?! Kun je mij niet aan zonder je smerige vriendje?"
      "Jawel. Ik wilde gewoon een mooie hoek hebben." Met een grijns hief ik mijn zwaard, maar toen schreeuwde Caleb opeens mijn naam en rende hij richting mij. Snel trok ik hem achter me en versloeg ik de soldaten die achter hem aan zaten. Ik draaide me snel weer om en mijn kleinere maatje wilde weer naar een veiligere plek vluchten, maar voordat hij een stap kon zetten, pakte Triwon zijn zwaard af en hield hij het tegen Calebs borstplaat.
      "Caleb, nee!" Ik rende met al mijn macht terug om Triwons steek tegen te houden, maar het was tevergeefs. Toen ik eenmaal weer voor Triwon stond, trok hij het bebloede zwaard al uit Calebs borst. Ik ving mijn vriendje nog op voordat hij op de grond kon vallen en liet hem voorzichtig liggen, "Hou nog even vol, C'tje, ik kom je zo weer halen...!"
      Direct voelde ik mijn focus weer stijgen en gromde ik diep naar dat vervloekte elfenjoch. Hij moest eens leren... om zo'n truc uit te halen op dit moment. Ik verstevigde de grip op mijn zwaard en stampte woest richting Triwon. Ik had hem meteen moeten neersteken, klein rotjong dat het is. Zodra ik tegenover hem stond, hield hij Calebs zwaard voor zich in een poging om zich te verdedigen, maar het kostte mij maar drie stevige hakbewegingen voordat het metaal op de grond kletterde.
      Ik stak mijn zwaard in Triwons voet en duwde het nog eens hard aan zodat de elfenprins vooroverboog van de pijn. Vervolgens greep ik hem eens flink bij zijn haren en trok ik het zwaard uit zijn voet, waarna ik hem de lucht in tilde aan zijn haar alleen. Ik wilde er zeker van zijn dat hij doorhad wat hij mij had aangedaan. Ik zou hem niet makkelijk laten sterven.
      Tegen zijn verwachtingen in, stak ik mijn zwaard in de grond, zodat ikzelf geen wapen meer in mijn handen had. Zijn ogen waren gevuld met angst voor het onvoorspelbare, wat ik hem ook zou geven. Zonder enige aankondiging, pakte ik zijn pols beet, waarna ik eerst zijn schouder uit de kom trok en vervolgens nog zijn onderarm in tweeën brak. Hij schreeuwde het uit van de pijn, maar ik was niet van plan om nu nog te stoppen. Snel maakte ik werk van zijn andere arm, waarna ik hem ondersteboven hield en beide benen ook nog eens brak met een simpele kniestoot.
      Ik voelde de haat nog door mijn aderen stromen toen ik hem opnieuw bij zijn haren oppakte en hem in de ogen aankeek. Ik zag zijn pupillen trillen terwijl hij lichtjes stuiptrekte om bij te blijven ondanks zijn pijn. Ik perste mijn kiezen op elkaar en pakte beide enkels met mijn handen beet, waarna ik zijn kruis tegen het blad van mijn zwaard trok en mijn voet tegen het metaal zette. Ik had geluk dat ik mijn wapen vanochtend nog had geslepen, want het kostte mij maar drie flinke trekken voordat mijn zwaard door zijn hele lichaam sneed en ik zijn beide helften in mijn handen had. Met een diepe zucht liet ik zijn doormidden gesneden lichaam los, waarna ik mijn zwaard terug in mijn schede stopte en naar Caleb rende.
      "Caleb, Caleb!" Ik riep zijn naam en drukte snel beide handen op zijn wond, waarna hij moeizaam zijn ogen opende. Hij legde een hand op mijn schouder en glimlachte, "Je leeft nog."
      "Ja, nou en! Jij moet ook leven, gek!" Ik keek in het rond, maar nergens was er een genezer in de buurt. Opnieuw richtte ik mijn ogen op Caleb, maar hij begon al weer slaperig te doen. Hij was ook al veel bloed verloren, ik wist het eigenlijk al zeker dat hij het niet zou halen... Desondanks al die gedachten in mijn hoofd, bleef ik hard op de wond drukken, in de hoop dat hij het lang genoeg kon volhouden om genezen te worden.
      "Jamil..." Hij lachte zachtjes en legde zijn handen op de mijne, "Laat mij maar, ga de rest helpen..."
      "Ik ga je hier niet achterlaten, niet op deze manier! Desnoods til ik je zelf naar de koetsen!"
      "Jamil...!" Hij zuchtte eventjes en kreeg toen tranen in zijn ogen, "Ik val niet te redden."
      "Wat bazel je nu uit?!" Ik werd zelf een beetje emotioneel toen ik Caleb zelfs trots zag kijken, maar toen hij zijn hoofd schudde, rolde er een traan over zijn wang, "Ik was al stervende, Jamil."
      "Wat... hoe...?"
      "De genezers zagen het, ik werd zwak, ik voelde me iedere dag moe, het was alsof slaap niet eens meer werkte. Ze zeiden dat ik nog maximaal een maand te leven had, Jamil. Ik probeerde het uit te stellen, tot de zomermaanden, zodat we als leiders nog één keer samen konden feesten, maar het mocht niet zo zijn. Het werd alleen maar erger, ik kon niets anders doen dan wegrotten totdat de tijd me mee zou nemen." Hij snikte lichtjes en ik moest ook moeite toen om mijn tranen tegen te houden, "Ik kwam alleen mee zodat ik hier kon sterven, voor Rophrax, zodat mijn leven niet voor niks zou zijn. Ik had gehoopt dat het snel en pijnloos zou zijn, en dat jullie het niet hadden hoeven zien. Ik wilde niet dat je dit had hoeven zien, of dat je dit alles had geweten..." Hij snikte en keek me met rode ogen aan, "Sorry, Jamil. Ik wilde het echt niet zo hebben. Ik wilde niet dat jullie dachten dat ik niets kon of dat ik zwak was, maar ik wilde ook niet dat jullie zagen hoe ik er echt aan toe was."
      "Caleb, shhh... Het is goed." Ik omhelsde hem en voelde hoe schokkerig hij ademhaalde tegen mijn borstkas, "Wij hebben je nooit echt als een nutteloos lid van onze factie gezien. Je bent ons beste maatje, en dat weet je zelf ook. Je kan niet meer veranderen wat er is gebeurd, maar het mag duidelijk wezen dat wij jou nooit als minderwaardig hebben gewaardeerd. Wij respecteren je keuzes en als dit is wat je wilt, dan leg ik me daarbij neer. Hoeveel pijn het me ook doet." Ik beet op mijn lip en blies mijn ingehouden adem uit, "Wat wil je dat ik tegen Brithun vertel?"
      Toen hij niet antwoordde, verloste ik langzaam de omhelzing en zag ik hoe hij niet meer ademhaalde. Eventjes stikte ik in mijn eigen inademing, maar toen pakte ik met een pijnlijk besluit zijn zwaard van de grond en vouwde ik zijn vingers over het handvat, waarna ik mijn armen onder zijn rug en knieholtes stopte en hem optilde. Direct nadat ik opstond, hadden een aantal leden van Rophrax me door, waarna ze een seintje doorgaven en een pad voor mij vrij hielden.
      Ik liep voorzichtig richting de karren van de ziekenboeg, waar ik hem zachtjes neerlegde en een deken over zijn lichaam trok. Ik keek nog even toe hoe vredig hij leek te slapen, maar jammer genoeg zou hij deze keer niet meer wakker worden. Ik maakte oogcontact met een van de genezers, waarna ze een blik wierp op Caleb en even leek te schrikken. Nadat ze me met een vragende blik om bevestiging vroeg en ik dat gaf, pakte ze een hoorn uit de kar en liet ze onze drietonige rouwklanken horen.
      Hoewel ik dacht dat het bericht dat hun leider was gevallen Slatirs moed zou wegnemen, was dit niet precies het geval. De krijgers sloegen hun ogen neer, maar Aelwin trok de vlag van hun factie uit iemands handen en stak hem hoog in de lucht. Het duurde niet lang voordat een aantal leden zijn voorbeeld volgden en al snel begon de hele factie te schreeuwen en te rellen. Ik glimlachte lichtjes toen ik zag hoe enthousiast Calebs leden hun wraak zouden nemen, maar voor mij was het spel wel klaar.
      "Ga je niet meer het slagveld op?" De genezer keek me vragend aan, maar ik schudde mijn hoofd, "Ik heb even geen zin meer."
      "Vertel leider Cwenburg dan maar dat je aan je oog geholpen moest worden." Ze gaf me een zwak glimlachje en pakte een verband, waarna ik mijn verdriet weg lachte, "Anders zou Brithun het zeker nooit geloven!"
      Nu hoopte ik alleen dat mijn andere vriendje wel levend zou terugkeren.

Reacties (1)

  • Helvar

    Neeee, wat ben jij een evil geval! :C Niet die arme Caleb :C

    Hoe je Triwon liet vermoorden was ook wel een beetje erg gruwelijk... Beetje GoT stijl:P

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen