Foto bij 029

De man hielp me de koets op, en ik zag dat ik niet de enige was. Ik nam de plek tegenover een jonge vrouw met donker haar die niet veel ouder kon zijn dan ik. Ze glimlachte vriendelijk, maar verlegen naar me.
“Ik ben Justine,” begon ik.
Ze leek blij te zijn dat ik begon en begroette me. “Ik ben Éloïse.”
Het was even stil tussen ons, totdat Éloïse me voorzichtig vroeg:
“Ben je zenuwachtig?”
“Ja.”
Ze lachte opgelaten. “Ik ook. Heb je enig idee wat we kunnen verwachten?”
Ik knikte. “Een vriendin van me, Anna, werkt al in dit hospitaal. Ik heb haar geschreven en ze zegt dat het hard werken is, maar dat het werk het waard is. Verder weet ik eigenlijk ook maar weinig.”
“Het moet fijn zijn om al iemand te kennen.”
Ik knikte. Ze leek erg nerveus en dat kon ik haar niet kwalijk nemen. Ook mijn hart klopte in mijn keel als ik dacht aan wat ons te wachten stond: zouden we het wel aankunnen? Maar de realiteit van de situatie was nog niet helemaal tot me doorgedrongen, terwijl die bij Éloïse vooraan in haar hoofd zat. Misschien moest ik ook maar eens goed beseffen wat ik aan het doen was, want het voelde alsof een deel van mijn geest in Parijs was achtergebleven.

Twee andere vrouwen kwamen nog, en ze stelde zich voor als Marie en Juliette. Hoewel we wat kleine gesprekken hadden, waren we allemaal allang weer stil toen de koets eindelijk in beweging kwam. Naar mijn mening had het wachten veel te lang geduurd, maar nu het zover was, begonnen de zenuwen flink toe te slaan. Ik had een hoop gezien in mijn tijd in het ziekenhuis, maar ik wist niet wat ik nu tegen zou komen. Afgaande over wat ik had gehoord, zou het niet simpel worden.

“Hoe lang denken jullie dat de oorlog door zal gaan?” vroeg Juliette, een beetje terughoudend. Er kwam geen antwoord. Niemand wist precies wat en hoe lang, en dat maakte de toekomst zo onvoorspelbaar en eng.

De eerste kilometers die we reden was over een goed begaanbare weg, maar al gauw werd het terrein hobbeliger en minder groen. De grond begon te lijken op de modder waar ik zo vaak over gedroomd had. Waar mijn broers in waren begraven… Rillend keek ik weg. Daar wilde ik nu niet over denken. Ik was hier voor de levenden en niet voor de doden.

Reacties (4)

  • LilsEvans

    Oh wauw, die omslag is zo mooi! Dat laatste stukje, brrrr. En dan die laatste zin die toch weer zo positief is en doorzettingskracht toont om het verleden te accepteren en zich te richten op de toekomst! <3 Wel blij dat ze nu al een beetje contact heeft met de anderen daar. Ze was zo alleen thuis en nu heeft ze toch al drie mensen die ze kent buiten Anna c:

    4 jaar geleden
  • Croweater

    Ik moest ook rillen door die laatste zinnen... Knap gevonden!

    5 jaar geleden
  • Thuria

    Mooii
    (:
    Ik ben benieuwd hoe het zal zijn bij het ziekenhuis!

    5 jaar geleden
  • katl1

    Snel verder please!!!!!!!!

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen