Foto bij hoofdstuk 8

De mannen kregen algauw de bevestiging van Meralons woorden. Een half uur later al kwamen de soldaten de kelder weer in. De handen van de Jagers werden weer vastgebonden. Jager Jack keek Liam, zijn leerling aan en rolde met zijn ogen. Alsof we ergens heen kunnen, mompelde hij in zijn baard.
Daar stond weer de commandant die, zo wisten ze nu, Glad scheen te heten. Halts ogen schoten vuur bij het zien van die zelfvoldane glimlach van hem. Die gast dacht zeker dat hij hen nu klein had gekregen. Nou, mooi niet! Will zag de blik van zijn oude leraar en bedacht dat hij, als hij die Glad was, heel snel weg zou gaan. Glad was zich echter van geen kwaad bewust. Hij keek naar die groep mannen voor hem en wat hij zag beviel hem allerminst. Hij had een groep verslagen en gebroken mannen verwacht, geen groep trotse Grijze Jagers die met de kin omhoog en de borst vooruit woedend naar hem keken. Vooral die twee die hij net toch half bewusteloos had laten slaan zouden toch op zijn minst moeten stoppen met lachen en die leerlingen hoorden bang te zijn. Maar dat waren ze allemaal niet.
Crowley zag de man kijken en glimlachte, die man was niet tevreden, nou mooi zo. Toen de man begon te praten dacht hij dat niet meer.
Ik wil informatie van jullie, over de verdediging van Araluen. Kan ik die niet zachtzinnig krijgen dan doe ik het hardhandig, begrepen?
De Jagers zeiden niks.
Zijn er vrijwilligers om mij iets te vertellen misschien?
De Jagers zeiden niks
Niemand, zei Glad?
De Jagers zeiden niks.
Woedend keek hij hen aan. Nou dan moeten jullie het ook zelf maar weten. En tegen zijn mannen, pak ze! en zorg dat je met informatie terugkomt bij mij!
Voor ze het wisten werden de Grijze Jagers vastgepakt en meegenomen naar hoeken in de kerker. Will keek om zich heen en zag dat Halt, Gilan, Crowley en Steve naast hem liepen. Algauw had hij daar echter geen aandacht meer voor. Ze werden op hun knieën gedwongen en vrijwel direct daarna hoorde hij een stem die zei: je hebt nog een kans om je over te geven. Nooit, antwoordde Will en toen een snijdende pijn. En daarna nog eens en nog eens. Tot hij de tel kwijtraakte. Naast zich hoorde hij Steve schreeuwen en hij draaide zich om in een poging hem te beschermen. Meteen kreeg hij weer een klap. Hij negeerde die en probeerde bij Steve te komen. Toen voelde hij nog een klap en nog een. Hij kon niet helder meer denken en kon ze niet meer negeren, maar hij weigerde nog steeds zich gewonnen te geven. Ineens volgde er een korte pauze. Dankbaar ontspande hij zich een beetje. Naast hem lag Halt, ze keken elkaar aan en Halt knikte naar Steve. Hij moest wel bewondering hebben voor wat hij toen zag. Ondanks alles had Steve zich blijkbaar nog niet gewonnen gegeven. Ze zagen de tranen over zijn wangen lopen, maar hij bleef met zijn hoofdschudden en tegen zijn bewaker zeggen dat hij toch niks zou zeggen. Toen was het rust moment voorbij. Alles begon weer van voor af aan. Zo ging het telkens, bijna een uur lang, maar de Jagers gaven niet toe. En dat zouden ze niet gaan doen ook.

Will werd de kerker weer ingeduwd. Hij was kapot, alles deed hem zeer en zij rug brandde helemaal. Hij liet zich op zijn knieën zakken en wilde het liefst slapen. Toch deed hij dat niet. Sommige Grijze Jagers waren er erger aan toe dan hij, vooral Crowley had het zwaar en de leerlingen hadden ook zorg nodig. Crowley liet zich kreunend naast hem neervallen. Hij zag dat de anderen zich met de leerlingen bezig hielden, maar iemand hield hem tegen. Het was Sean, die was niet meegenomen en liet zich nu op een knie naast Crowley zakken.
Ga jij maar rusten ik zorg wel voor hem.
Dankbaar knikte Will naar Sean en zocht een zo comfortabel mogelijke plek. Hij zag de anderen dat ook doen en hij keek om zich heen. De groep Jagers was nu definitief gebroken. Ergens zag hij nog die vastberadenheid, maar de wanhoop en pijn overheerste.Tot iemand, hij kon niet zien wie, begon te neuriën. Het was de melodie van 'een huisje in het bos', het clublied van de Grijze Jagers. Een liedje vol heimwee, maar ook vol hoop. Hij zag schouders omhoogkomen en ruggen die gerecht werden. Aarzelend begonnen de eerste zachtjes mee te zingen totdat de hele groep zachtjes meezong met het liedje. Toen het af was zag hij dat sommige leerlingen al lagen te slapen. Uitgeput als ze waren van de verschrikkelijke dag.
Zachtjes zei hij tegen Halt: zullen we ooit dat huisje in het bos weer terugzien?
Ik hoop het, mompelde Halt.
Het moet gewoon, zei Will. We komen hier uit en dan gaan we terug naar Araluen.
Ja, beaamde Halt.
Met een beetje meer hoop dan voorheen liet Will zich achterover zakken. Het moet we komen terug, fluisterde hij. Hij dacht aan Alyss, aan Arnaut, Cassandra, Pauline, Jenny. Allemaal waren ze in Araluen en hij zou daar ooit terugkomen. Met zijn gedachten bij Alyss viel hij in slaap.

Reacties (1)

  • GoCrazy

    kei goeie story!!! pleasse schrijf verder, ik wil zoooo graag weten hoe het verder gaat!!!!

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen