Na een tijd van minuten of uren - ik ben al mijn gevoel voor tijd verloren - komt er iemand naast me zitten. Een hand wordt op mijn rug gelegd. 'Cass...'
Het is Claude.
Ik schuif opzij, zodat de hand van mijn rug valt en ik sta op. Mijn gezicht is nat van de tranen en dat verpest de boze blik die ik Claude toe werp.
Hij staat ook op, maar hij stapt niet dichterbij. 'Ik weet hoe je je voelt, Cassi,' sust hij zacht.
'Nee!' schreeuw ik. 'Je weet er niets van! Jullie weten er allemaal niets van! Jullie hebben geen greintje menselijkheid meer, en ik... Ik hoor bij jullie... Ik ben een monster! Heb je gezien wat er met die jongen gebeurde, Torch?' mijn stem klinkt kil. 'Hij was bewusteloos. Bewusteloos! En dat kwam door mij!'
Ik sla een paar keer hard tegen de muur aan en laat me dan huilend door Claude in een omhelzing getrokken worden. 'Je bent geen monster,' fluistert hij. 'Als iemand van ons geen monster is dan ben jij het wel. Jij bent Cassi, oké? Gewoon Cassi, mijn Cassi, Cassiane Bianchi.'
Ik leg mijn hoofd op zijn schouder en zie zijn shirt donker worden van mijn tranen. Als ik eindelijk gekalmeerd kijk ik Claude aan. Hij veegt mijn haar uit mijn gezicht en pakt mijn hand. 'Dank je, Claude,' fluister ik schor. Hij glimlacht. 'Kom mee, je moet iets eten en iedereen maakt zich zorgen om je.'
Ik knik braaf en loop mee naar de eetzaal. Claude doet de deur open en binnen een paar tellen hangt Isabelle om mijn hals. 'Oh, Cassi! Ik... Ik was... Och, wat ben jij een lellebel!'
Ik lach zacht. 'Sorry, Izzy. Ik had even... Tijd nodig,'
Het hele team verzamelt zich om me heen. Ik zie Claude nog snel naar me glimlachen voordat hij wegloopt.
'Is alles goed, Cassi?' vraagt Xavier, hij kijkt me niet aan.
'Met mij is alles goed,' antwoord ik. 'Echt waar!' voeg ik er verontwaardigd aan toe als Isabelle sarcastisch knikt. Opgelucht gaan de meesten weer zitten, alleen Xavier blijft staan. Eindelijk kijkt hij me aan. Ik probeer iets uit zijn lichaamstaal te halen, maar hij verraad niets.
'Cassi, ik... Het spijt me dat die jongen geblesseerd is. Dat was nooit onze bedoeling geweest! Je schot is nog sterker dan ik had verwacht,' ratelt hij. Ik zeg niets, want alles wat in mij opkomt is niet geschikt om nu te zeggen. 'Mag ik kijken hoe het met hem is?' vraag ik na een lange stilte.
'Cassi, je weet best dat zoiets niet kan,' zucht Xavier.
'Alsjeblieft?' ik kijk hem smekend aan. 'Dan ga jij toch mee?'
Een tweestrijd speelt zich af op zijn gezicht totdat hij uiteindelijk knikt. 'Oké dan, maar dan gaan we meteen! Ga jij je eerst maar omkleden, daarna vertrekken we.'
Ik kijk even verbaasd naar mijn kleren en ik zie dat ik nog steeds mijn tenue draag.
Met grote stappen loopt Xavier de eetzaal uit en met een tevreden lachje ren ik naar mijn kamer.

In normale kleding staan Xavier en ik voor het ziekenhuis.
'Weet je zeker dat dit een goed idee is?' vraagt Xavier met opgetrokken wenkbrauwen.
'Nee!' lach ik, ik stap resoluut naar binnen en Xavier volgt me met tegenzin. Xavier vraagt wat aan de balie en we lopen naar een kamer. "Shawn Frost" staat er op het naamplaatje. Ik klop op de deur en ga naar binnen. De jongen ligt in het bed, hij ziet er niet goed uit. Ik bijt hard op mijn lip.
'Dit was echt geen goed idee,' concludeert Xavier. Hij legt zijn hand op mijn rug en leidt me naar het bed.
'Shawn? Ik weet niet of je me kunt horen, maar: het spijt me,' zeg ik met een brok in mijn keel. Misschien heb ik het me verbeeld, maar ik durf te zweren dat hij zijn hand beweegt. 'Xavier!' roep ik. 'Volgens mij bewoog hij!'
Shawn bevestigt mijn woorden door zacht te kreunen en zijn hand weer te bewegen.
'Hij wordt wakker! We moeten gaan!' zegt Xavier vlug terwijl hij me de kamer uittrekt.
Met een opgeluchte glimlach op mijn gezicht loop ik naast Xavier terug. We lopen langs de kade als ik ineens een bekend figuur zie zitten. Dat is Nathan!
Maar waarom zit hij daar zo alleen en lijkt hij zo verdrietig? Ik wil naar hem toe lopen maar Xavier houdt me tegen. 'Het kan niet, Cassi,' zegt hij.
Ik kijk verdrietig Nathans kant op. 'Ik weet het,' antwoord ik zacht. Dan loopt Mark ineens naar Nathan toe. 'Zie je wel? Anders stond jij daar nu tussen,' zegt Xavier. Ik negeer hem en loop voorzichtig dichterbij.
'Ik kan dit niet, Mark. Ik ben niet zo sterk als jij.' hoor ik Nathan zeggen.
'Daarbij, ik heb nog iets te doen. Iets anders waar ik dit team niet bij kan gebruiken.'
'Nathan? Waarom?' stottert Mark verschrikt.
'Dat is... Interessant,' mompelt Xavier. Ik sla hem. 'Interessant? Jij ongevoelige eikel! Dat is...' ik val stil als Nathan opstaat.
'Ik stap uit het team, Mark.' Zegt hij met gebogen hoofd.
'Nathan...' fluister ik zacht.
'Cassi, we moeten gaan,' zegt Xavier. Hij trekt aan mijn arm en ik word meegetrokken.
'Xavier... Komt het door ons dat Nathan...?'
Xavier schudt vastbesloten zijn hoofd. 'Nee, hij had gewoon iets te doen, hoorde je dat niet?'
Ik sluit mijn ogen. 'Niet waar, het komt wel door ons,' zeg ik zacht. 'Nee! Het is...' Xavier wordt onderbroken door het geluid van zijn mobiel. Hij kijkt me even doordringend aan, maar pakt dan zijn telefoon. Ik kijk subtiel mee en trek dan verschrikt de telefoon uit zijn handen.
Snel klik ik op het rode hoorntje. 'Xavier... Dat was Paolo! Hij heeft vast de wedstrijd gezien!' roep ik met grote ogen.
'Maar dat is...'
'Je begrijpt het niet!' schreeuw ik in zijn gezicht. 'Paolo dacht dat ik bij Raimon speelde. Hij... Ik... Hij weet, wist niet dat ik bij Alius speel!'
Paniek raast door mijn lichaam en ik laat Xaviers telefoon bijna vallen als hij weer gaat. Ik klik weer op het rode hoorntje, maar het gaat bijna mis. Ik klik bijna op het groene hoorntje omdat mijn handen heel erg trillen. Ik tril over mijn hele lichaam.
'Wat moet Paolo wel niet denken?' kreun ik.
Xavier pakt zijn telefoon terug en legt voorzichtig een hand op mijn rug. 'Het valt vast mee,' probeert hij onhandig.
Zijn telefoon trilt en hij kijkt ernaar. 'W-wat is er?' vraag ik angstig.
Xavier laat zijn telefoon zien. Een sms.

"Cassi? Wat is dit! Ik dacht dat je... Raimon? Wat doe je bij Alius?! Ik herkende je amper! Bel me, alsjeblieft! Anders bel ik Fay!"

'Cassi?' vraagt Xavier bezorgd.
Ik heb mijn armen om mezelf heen geslagen en probeer mijn ademhaling onder controle te houden. 'Xavier... Ik... Paolo...' ik sluit mijn ogen en kan niet meer helder nadenken.
'Rustig maar, het komt goed,' sust Xavier me. Hij slaat een beetje onzeker zijn armen om me heen en wrijft troostend over mijn rug.
Op ieder ander moment had ik geen weggeduwd, maar nu heb ik er de kracht niet voor. Ik blijf stil staan terwijl mijn gedachten alle kanten op razen.
Na een paar minuten bevrijd ik mezelf uit Xaviers omhelzing. 'W-we moeten terug naar Alius,' zeg ik. Mijn stem klinkt veel breekbaarder dan de bedoeling was.
'Ja, kom mee,' zucht Xavier.

Terug op Alius ga ik naar mijn kamer. Ik sleep mezelf naar mijn bed. Onder mijn kussen ligt nog een tekening van Julia.
Ze heeft ons getekend. Axel, Fay, zichzelf en mij. We kijken allemaal blij en gelukkig. Ik val in slaap met en droom over de wereld zoals Julia hem getekend had. Zonder deze pijn en dit verdriet.

Reacties (5)

  • MrsNeymessi

    Mentaal gaat het niet zo goed met Cassi.. :c

    3 jaar geleden
  • DeNaamIsGideon

    Wow, now this is starting to get interessting.

    3 jaar geleden
  • Amberfoster

    leuk maa het lief zou ik door willen lezen maar ja snel verder

    3 jaar geleden
  • Kyonakoenen

    Cassi en Claude of Cassi en Xavier, ik heb al shipnames: of Cade of Cassier

    3 jaar geleden
  • Opperbibbsie

    Haha LELLEBEL! Beste woord ever!
    Cassi en Claude..... Te cute!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen