Foto bij Hoofdstuk 53

Langzaam ga ik helemaal rechtop zitten, elke beweging zorgvuldig overwegend. Ik probeer mijn ademhaling te controleren, te kalmeren, door diep in en uit te ademen. Het is voorbij, en ik kan er niets meer aan doen. Ik vind het oneerlijk om de woorden uit te spreken, vanbinnen laat het me walgen. Maar het is de waarheid en ik moet verder. Het duurt oneindig lang voordat ik de gespen van mijn rugzak open krijg. De fles met water ligt bovenop, maar het duurt zeker nog vijf minuten voordat ik hem daadwerkelijk vast heb. Ik huil niet meer. Mijn lichaam heeft gewoon niet meer voldoende vocht. Mijn lippen zijn droog en gebarsten, mijn mond is voor het eerst echt droog en wordt ook niet meer vochtig. Het water uit mijn fles is een verademing, maar ik voel me nog even slecht als het op is.
Morgen zal Eloise me doden. Ze liet me leven zodat ik haar pijn kon voelen. Morgen zal ze me doden, zonder aarzeling. Wil ik nog wel naar huis? De vraag overvalt me vanuit het niets. Wil ik nog wel naar huis, na wat ik gedaan heb? Het antwoord, het egoïstische en zelfzuchtige antwoord is nee. Elke keer als ik mijn ogen dichtdoe zie ik Raikon, Marten, Levi. Voor de rest van mijn leven zal ik hen blijven zien. De littekens op mijn lichaam zullen me er overdag aan herinneren, het geschreeuw zal me ’s nachts uit mijn slaap houden. Ik wil zo’n leven niet. Ik wil niet met het feit moeten leven dat ik onschuldige kinderen heb vermoord, om er zelf beter van te worden. Ik wil niet in de winnaarswijk wonen, waar ik ver en afgezonderd zal zijn. Ik hoef al het geld van de wereld niet. Ik wil terug naar vroeger, naar Ella, naar mijn vader en naar mijn liefdevolle en vrolijke broer. Naar mijn moeder, bruisend van leven.
Maar al die mensen bestaan niet meer. De laatste persoon die ons huis nog een beetje in leven hield, was ik. En nu ben ook ik niet meer wie ik was. Thuis, is dood. En daar wil ik ook niet meer naar terug. De allersimpelste oplossing, is gewoon doodgaan. Dan hoef ik me nergens meer druk om te maken. Zo moeilijk kan het niet zijn. Geen nachtmerries, geen schuldgevoel. Geen verwijtende blikken, geen hatelijke blikken naar mij, als ik op de Zegetoer langs alle districten kom. Geen geroezemoes als ik ergens binnenkom, geen bange blikken voor de moordenares. Geen leven in de spotlight. Gewoon, heel simpel, doodgaan.
Maar zonder mij, overleven Jason en mama het niet. Duidelijker dan dat kan het niet zijn. Ze hebben me nodig, zonder mij zullen ze verhongeren, omdat hun inkomsten te karig zijn voor een maaltijd. Als ik hier sterf, laat ik hen aan hun lot over. Na al mijn misdaden, het zoveelste kruisje achter mijn naam, kan ik dat hen niet aandoen. Maar wat kan ik wel?
De keuze voelt verkeerd. Wie ben ik om te kunnen beslissen? Waarom zou ik moeten kiezen, tussen hen, en mezelf? Als ik het hardop denk, klinkt de keuze makkelijk. Logisch. En gemeen, als ik voor de ander kies. Hardop uitgedacht, moet ik voor hen kiezen. Ik laat mijn hoofd tegen een boom leunen. Als ik ook met mijn rug tegen zijn stam aan ga zitten, sluit ik mijn ogen. Ik probeer de gelukkige herinneringen de nare te laten verdrukken. In plaats van Raikons dode lichaam, denk ik terug aan het moment dat hij naar me knipoogde, toen we op de wagens stonden. Aan het moment dat hij zich voorstelde op de eerste trainingsdag. Aan zijn stem toen hij me vond, na Levi me had gebroken. Zonder hem had ik toen al het leven gelaten. Ik denk terug aan het moment toen alles goed was, en hij me kuste. Aan de vlinders in mijn buik, aan het gevoel dat ik vloog en alle narigheid achter me liet en een stukje van de hemel zag. Ik wil ook nog aan mijn moeder en broer denken, denken aan hun vreugde van vroeger, aan hun lach en aan hun armen om me heen, maar voor dat lukt ben ik in slaap gevallen.

Reacties (1)

  • EvilDaughter

    Awh ik ben zo benieuwd wat ze kist!

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen