Foto bij Hoofdstuk 54

Als ik wakker word, is het licht. De zon is al helemaal op en de lucht is zachtblauw. Ik kan me geen dromen of nachtmerries herinneren, maar ik heb de hele nacht geslapen. Ik voel me uitgerust en vredig. Het opkomende schuldgevoel druk ik zo goed en kwaad als het kan weg. Ik ga met mijn vingers door mijn haren. Het bloed dat er nog aan kleeft probeer ik niet te zien. Ik haal verschillende takjes uit mijn haren, probeer alle blaadjes er tussenuit te vissen. Daarna probeer ik de ergste klitten eruit te krijgen. Hoewel ik me niet kan herinneren dat ik zo verschrikkelijk lang in de Arena geweest ben, lijkt het eeuwen geleden dat Minka mijn haren glanzend had geborsteld en elk haartje op zijn plek lag. De klitterige bende die het nu is geworden lijkt er geenszins meer op. Mijn moeder zou meer dan een uur lang mopperend bezig zijn alle klitten uit mijn haar te kammen, als ze een goed moment heeft. Hoewel het minder dan een seconde nodig zou hebben om alles te ontwarren, met de geavanceerde technologie die ze daar hebben. Ondanks de moeilijke, zelfs levensgevaarlijke douches die ze daar hebben, wil ik me momenteel nergens anders liever bevinden. Alle viezigheid van me af laten stromen, en me weer een beetje mens kunnen voelen. Daarna heerlijk warm droog geblazen worden, en wit glanzende kleding aan doen, die mijn lichaam perfect zal omsluiten en zal voelen als een wolkje zo zacht.
Met de gedachten aan het Capitool komt ook de gedachte aan eten mee. Ik heb nog niet naar mezelf kunnen kijken, maar ik weet dat het niets goeds zal zijn. Ondanks dat ze proberen de tributen weer een beetje op te lappen voor het laatste interview van die Spelen, is het altijd duidelijk hoe erg ze zijn vermagerd. Zelfs de beroeps, die al het eten hadden dat hun hartje begeerde. Mijn maag trekt samen bij de gedachte.
Resoluut knipper ik met mijn ogen. Genoeg over het stomme Capitool met zijn eten, daar ben ik niet nu. En voor ik daar ben, is het nog een lange weg te gaan. Ik probeer op te staan, terwijl ik mijn protesterende spieren negeer. Terwijl ik me omhoog trek aan de boom, zie ik een spotgaai zitten.
Ik sta stil. Neem zijn verschijning in me op, evenals de fijne herinneringen die heet beestje meebrengt. Even kijk ik alleen maar naar hem, helemaal stil en zonder me te bewegen. Dan open ik mijn mond en zing zacht het vijf tonige deuntje van thuis. Mijn stem beeft en trilt, is zelfs een fractie vals. Vanbinnen krimp ik ineen, nu ik niet eens het liedje van thuis geloofwaardig kan zingen. Afwachtend kijk ik naar het zwart met witte wezen, terwijl in de stilte mijn wanhoop groeit. De ene seconde van stilte lijkt meer dan een minuut te duren. Dan herhaalt de spotgaai het. Het trillen eruit gezuiverd, het valse ongedaan gemaakt. Hij is niet de enige. Een andere vogel hoort het ook. En herhaalt het. En nog een. Het vertrouwde geluid vloeit over me heen, terwijl er een glimlach op mijn gezicht doorbreekt. Thuis. Wacht maar, tot ik thuis ben. Na een paar wankele stappen, los van mijn boom, ga ik zitten in het zachte gras. Laat het gezang me omgeven, me terug te laten vliegen naar thuis.
Maar ik lijk de enige te zijn die ervan geniet. Met een vreemd, trillend geluid flitst er iets vlak voor mijn ogen langs. De zilver-zwarte waas blijft voor mijn ogen hangen. Ik frons mijn wenkbrauwen, maar als ik met mijn ogen knipper, is het weg. Langzaam volgen mijn ogen de richting waar de was op ging. Een zilveren pijl is trillend in het hout van een oude eik blijven zitten. De pijl is een exacte kopie van de mijne, die nog in mijn laars zitten. De komst van de moordende pijl gaat samen met een golf van schuld. Het schuldgevoel wordt echter onderdrukt door een plotselinge steek van angst. Die pijl was namelijk niet van mij. Langzaam draai ik mijn hoofd in de richting waar de waas vandaan kwam. Eloise’s pijl glimt in het ochtendlicht. De scherpe punt staat op mij gericht.
Ik kan nergens heen, weet ik. Het heeft geen zin, ik ben te dichtbij, te makkelijk te raken. Gisteren wilde ik dood, nu ik twijfel staat hij voor mijn neus. Het zachte geluid van de spotgaaien houdt op.

Reacties (1)

  • EvilDaughter

    Oh nee!
    Gelukkig kan ik het volgende hoofdstuk ook nog lezen!

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen