Foto bij Hoofdstuk 55

Zonder me te bewegen kijk ik Eloise aan. Ik zeg niets, ik kijk haar alleen maar aan. Ik probeer me voor te stellen hoe het eruit moet zien, maar het lukt niet. De angst houdt me in het hier en nu. Plotseling vraag ik me af voor wie zou zij naar huis zou moeten. Misschien heeft zij wel een even grote reden om naar huis te moeten als ik. Haar gezicht staat koel, maar ik kan de twijfel lezen in haar ogen. De explosie van pijn die ik verwacht blijft uit, terwijl ik haar aanstaar. Ik kijk naar haar, zij naar mij.
Ik weet niet wat ik ermee wil bereiken. Nu is er niemand meer over die me kan helpen. Niemand die haar aandacht kan afleiden, zodat ik kan ontsnappen. Mijn geluk is definitief op, nu ik op het randje van de dood balanceer. Ik voel mijn hart angstig kloppen tegen mijn borstkas, alsof het nog niet weet dat binnen enkele seconden mijn leven zal eindigen. Mijn hartslag dreunt in mijn oren, en even ben ik bang dat ze het kan zien, mijn angst.
Ik wil niet bang zijn en ik wil al helemaal niet bang zijn voor Eloise. Dat ik dat wel ben is een bijzaak.
Ergens vraag ik me af of ze het wel kan. Ze was boos, maar ik kan niets. Ik ben compleet weerloos en overgeleverd aan haar genade. Maar het is niets voor het meisje dat ik zag langskomen in het trainingscentrum. Dat zachtaardige meisje zou dit niet kunnen, ondanks de Spelen zelf.
Misschien is er nog genoeg van haar over om me te laten leven. Maar dat is ook geen oplossing. Dit is het einde van de Spelen, de spelmakers zullen ons weer bij elkaar brengen. Er moet iemand dood, de een kan niet naar huis, zolang de ander leeft.
Misschien blijft ze wel zo lang staan dat haar spieren verzuren, en ze per ongeluk de pees loslaat. Misschien zal ze haar ogen sluiten, om niet te zien hoe het leven uit me weg vloeit. Misschien zal ze zonder met haar ogen te knipperen loslaten. Misschien zal ze woedend me dood martelen. Ik weet het niet, maar zij lijkt evenals te twijfelen. Misschien is het meisje van het trainingscentrum toch niet zo ver weg als ik dacht.
Verschillende minuten gaan voorbij. Althans, zo lijkt het te voelen. Misschien zijn het in werkelijkheid maar een paar martelende seconden die voor haar even lang lijken te duren als voor mij. Mijn hand prikt en trekt een beetje. Bijna onbewust laat ik mijn blik ernaar afdwalen, en schud ik het lieveheersbeestje eraf. Het duurt een seconde, misschien twee, voordat ik besef dat ik heb weggekeken, en de dood te dichtbij is. Met een ruk kijk ik op, de angst met alle macht onderdrukkend.
Ze staat er nog steeds. Onbewogen. Misschien kan ik zelfs wel iets van spijt van haar gezicht aflezen, maar ik weet het niet zeker. Momenteel heb ik niet heel veel vertrouwen in mijn mensenkennis, vooral niet op dit moment.
Ik word me opeens heel erg bewust van mijn wapens. De pijlen in mijn laars, hoewel een boog ontbreekt, nog even dodelijk. Het zwaard op mijn rug, dat ik binnen een seconde in mijn hand kan houden. Onwillekeurig vraag ik me af of ik het zou redden, als ik een onverwachte schijnbeweging maak, en naar mijn zwaard grijp. Maar het antwoord ligt in het verleden al voor me klaar. Zolang zij haar pijlen en een boog heeft en ik niet, ben ik er geweest. Dat heeft onze confrontatie toen Anthony net was gestorven wel erg duidelijk gemaakt.
Bovendien, ze lijkt een ervaren schutter te zijn. Grote kans dat ik de dekking van de bomen niet eens haal. In het meest positieve geval kom ik twee stappen ver. Als ik ergens nog een sprankje geluk over heb, kom ik nog één stap verder. Dan zijn het er nog dik drie voor de boom me bescherming kan bieden. Het enige dat ik nog kan, in de laatste minuten van mijn leven is naar mijn moordenaar kijken. En zij kijkt terug.
Eigenlijk wil ik niet dat mijn moeder en Jason dit zien. Niet dat ik zo het leven zal laten. Zo zonder hoop, maar gedoemd om te sterven. Ze moeten wegkijken. Wat ik hen aandoe, is onbeschrijflijk. Ze verdienen het niet. Jason niet, die er na Ella mij er nog bij krijgt. Wachtend op de dood, alsof het me niets kan schelen. Alsof het me niets uitmaakt dat ik hen achterlaat, dat ik alleen maar wacht op mijn onvermijdelijke lot.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen