Foto bij 22 - The Final Stand

Ik vraag me af of ik dit binnen een bepaald aantal woorden kan houden. Dat laatste hoofdstuk moest in twee stukken :p

Dit is nog niet het einde :o ik moet nog wat schrijven

Brithuns POV

      "Tot zover, oude man." Ik grijnsde lichtjes naar Ehtmordon toen ik zag hoe Lhaindir de edelsteen om zijn nek deed. Zijn ogen gloeiden blauw van de kracht en door zijn telekinese kreeg hij makkelijk een rotsblok de lucht in. Het was echter pas nadat hij de controle over de steen had, hij de controle over zichzelf verloor. Plotseling schreeuwde hij en begonnen ook zijn aderen blauw te gloeien. Hij stortte op zijn knieën neer en krabde met zijn nagels over de grond om de pijn te weerstaan. Een soort energiecirkel vormde zich om hem heen en hij krijste het uit. Het was de kracht van de steen, hij was niet de oudste van zijn generatie, het werd misschien teveel voor hem.
      "Lhaindir!" Het kleinere zusje stopte met waar ze mee bezig was, waarna ze naar haar broer rende. Ik draaide mijn hoofd snel naar de jonge prins die haar begeleidde, waarna ik tegen hem schreeuwde, "Stop haar!"
      "Cherchill!" Ook hij kapte waar hij mee bezig was, waarna hij achter het blonde meisje aan rende. Ikzelf had niet veel tijd om erover na te denken, want voordat ik nog een woord kon uitroepen, duwde Ehtmordon me opzij.
      "Verdomme!" Ik haalde uit met mijn zwaard en probeerde hem terug te duwen, maar brute kracht was niet echt mijn expertise. Ik kon dit nu niet gebruiken, niet nu ik een manier moest vinden om Lhaindir uit die bijna verlamde staat te halen.
      "Ik word niet zo snel verslagen, afvalbloedje." Hij gromde en hakte met zijn zwaard op het mijne. Ik hield de klap met moeite tegen en probeerde een uitweg te vinden. Vechten in zulke krappe hoekjes kwam mij nooit goed uit. Gelukkig vond ik snel een boom waartegen ik kon oplopen, waarna ik zo over Ehtmordon heen sprong. Met een klein beetje meer ruimte om me heen, kon ik een stuk behendiger vechten. Ehtmordon stak zijn zwaard weer richting mij en ik ontweek hem en stak terug, een sierlijk maar precies dansje dat door een verkeerde plaatsing van drie millimeter al fataal kon zijn.
      "Het elfse niet verleerd, zie ik?" Hij wist me op precies de juiste onderwerpen te prikkelen en ik moest mezelf ervan weerhouden om erin te trappen. Zodra ik mezelf verloor, was het gedaan. Dit was de man die mij trauma's bezorgde, de man waar ik mijn hele puberteit nog nachtmerries van had. De man die dacht dat het grappig was om een vrouw bruut te executeren voor de ogen van haar man en haar peuterzoon. En dat met als reden dat elven als het superieure ras niks met mensen te maken mochten hebben. Dit was de man die mijn vader binnen nutteloze seconden wist te verminken in de strijd, omdat hij een corrupte koning had omgekocht en zo geen andere tegenstanders hoefde te verwachten.
      "Ach, word je emotioneel?" Ehtmordon trok spottend zijn wenkbrauwen op, wetende dat hij deze laatste minuten nog wat van Elnarils krachten in zich had. Om dat te bewijzen, trok hij zelf een steen uit de grond. Ik trok mijn zwaard en stond klaar om de rots af te ketsen, maar snel merkte ik al dat die steen niet voor mij was bedoeld.
      De steen zoefde langs mijn hoofd en bleek richting het andere jongetje te gaan, Rínor, Ehtmordons eigen zoon. De jongen schrok en liet zijn aangespannen boog vallen en kon zich net op tijd beschermen, zodat hij gelukkig niet heel erg gewond raakte en alleen een stuk verderop belandde. Ehtmordon keek alsof hij moest kotsen van zijn bloedeigen zoon, waarna hij zijn mond weer opentrok, "Dat gebeurt er als je ons koninkrijk verraadt, Rínor! Zie je het?! Nu ben jij óók een van hen!"
      "En jij..." Voordat ik me om kon draaien, stond de elfenkoning al recht voor mijn neus. Hij sloeg mijn helm van mijn hoofd en greep me bij de keel, waarna hij me van de grond tilde en mijn zwaard uit mijn handen glipte. Ik snakte naar adem en keek wanhopig naar Lhaindir, maar hij leek ook geen vooruitgang te boeken. Ehtmordon grinnikte, "De steen is te lang in mijn bezit geweest, ik ben nu de eigenaar. Waarom denk je dat de Thorthels hem zo lang hebben kunnen gebruiken zonder dat hij het daglicht te zien kreeg? Diegene die hem het langst bij zich heeft gedragen, is de rechtmatige eigenaar tot zijn dood. Lhaindir zal geen kracht over de steen hebben totdat ik uit het zichtveld van dat ding verdwijn!"
      "Die steen is niet van jou...!" Ik gromde, waarna ik hem probeerde te trappen met mijn benen. Ehtmordon lachte en kneep mijn keel steviger dicht, "Van wie dan wel? Van jou? Je weet toch dat je van de troon verstoten bent? Heb ik trouwens al gezegd dat je echt je vaders ogen begint te krijgen? Hij kneep ze ook net zo hard dicht toen hij onder mijn zwaard stierf."
      "Stop!" Ik schreeuwde en probeerde zijn vingers van mijn keel los te wringen. Hij mocht niet over de beelden beginnen die ik zelf al verdrongen had. Ik kon er niet aan toegeven.
      "Ehtmordon wist echter waar hij mee bezig was, want dit was precies hoe hij mijn vader ook te pakken kreeg. Zelfs de manier waarop hij nu zijn lippen likte, en de volgende woorden die hij exact hetzelfde fluisterde, "Alanis kon ook zo mooi om haar leven worstelen toen de beul haar tegen het blok drukte."
      Dit was echt het moment waarop ik doorsloeg en hem hard van me af begon te trappen. Ademhalen werd ook steeds moeilijker voor me, het moest niet veel langer duren of ik was er echt geweest. "Geef op, halfelf. Er is geen plek voor jou in deze wereld." Hij grijnsde, maar toen zag ik zijn ogen opeens groter worden. Er klonk een geluid van schurend metaal en scheurend vlees. Hij snakte zelf naar adem en verloor zijn grip op mij, waardoor ik al hoestend op de grond stortte en met tranende ogen opkeek.
      "Brithun!" Een al te bekende stem riep mijn naam, waarna ik het geluid hoorde van een zwaard dat uit een lichaam getrokken werd en er een hand voor mijn ogen verscheen. Zwakjes pakte ik hem beet, zodat ik mezelf omhoog kon trekken. Cadeyrn legde zijn handen op mijn schouders en keek me bezorgd aan, maar toen werd hij opeens in zijn been gestoken. Arvellon gilde en hielp hem overeind, waarna ik boos naar Ehtmordon keek. De koning bleef ondanks het gat in zijn borst gewoon staan, waarna hij zijn zwaard terugtrok, "Zie ik nu dat mijn broers bloedlijn ook al aan het mixen met de mensen is...?"
      "Het is die edelsteen die hem in leven houdt. Omdat hij hem als langste bij zich heeft gedragen, is hij nu de eigenaar, wie hem ook draagt."
      "Maar hij heeft hem niet als langste bij zich gedragen..." Cadeyrn keek me doordringend aan, waarna het ook in mijn hoofd schoot. Ik wierp mijn blik op Arvellon en fluisterde, "Arvellon, krijg Cadeyrn bij Lhaindir in de buurt. Alleen hij mag binnen de cirkel komen."
      "Maar Cadeyrn is geen elf..."
      "Dat maakt niet uit, doe het, snel!" Ik was bereid om Ehtmordon nog een keer aan te vallen. Alles om Cadeyrn bij die steen te krijgen. Langs me schoot een pijl, recht in Ehtmordons borst, waarna er nog een in zijn schouder schoot. Ik keek om en zag Cherchill en Edwyrd staan, beiden een boog in hun hand, terwijl ze op de elfenkoning bleven schieten. Mooi, dit gaf ons genoeg tijd om hem tegen te houden zolang Cadeyrn nog onderweg was.
      Het was echter alsof de pijn hem krachtiger maakte, want met iedere pijl leek hij steeds minder humanitair te worden. Grommend trok hij wat pijlen uit zijn borstkas, maar ik weerhield hem ervan om dat te blijven doen door naar hem uit te halen met mijn zwaard. Behendig ontweek ik zijn eigen aanvallen en timede ik mijn sprongen zo zodat de pijlen van de twee jonge elven zijn lichaam bleven doorboren. Dit was het langste gevecht dat ik had meegemaakt. Ik was zowel fysiek als mentaal moe, maar toen leek er iets te gebeuren.
      Cadeyrn stapte de energiecirkel binnen en viel direct op zijn knieën door zijn wond, maar toen hij zijn rechterhand op die van Lhaindir legde, gebeurde er iets magisch. Ook Cadeyrns ogen lichtten op en zijn wond genas meteen, waarna de twee jongens opstonden. Precies tegelijkertijd staken ze hun handen op, waardoor het grote rotsblok opnieuw de lucht in zweef. Alles leek in slowmotion te gaan toen er ook nog eens een laag gegrom klonk en de draak als een schim voor het zonlicht achter de steen verscheen.
      "Wat... maar hoe is het mogelijk...?!" Ehtmordon keek vol angst naar de scène voor ons, waarop Cadeyrn en Lhaindir synchroon antwoordden, "Jouw tirannie heeft te lang geduurd, Ehtmordon Glingaeron. Het is bij Evroins wil dat hier een eind aan wordt gemaakt. Je zult in een eeuwig drakenvuur branden voor jouw daden, want je schaadde niet alleen de mensen en elven, maar ook dit prachtige land. Ga heen, en kom nooit meer terug."
      Ik sprong snel uit de weg voordat de rots op Ehtmordon gericht werd. De draak liet nog een krachtig geschreeuw horen, waarna hij de steen onderdompelde in de vlammen die hij uit zijn bek spuwde. Met een supersonische snelheid werd deze op Ehtmordon gelanceerd en ik zweerde dat ik al zijn daden voor zijn ogen voorbij zag vliegen en hij realiseerde wat hij had misdaan, maar het was al te laat.
      Ik keek weg toen de rots de grond doorboorde, waarna al het blauwe rondom de edelsteen verdween en hij uit de hanger op de grond kletterde. Cadeyrn en Lhaindir grepen er allebei naar, maar zodra hun rechterhanden het blauwe materiaal raakten, trokken hun littekens weg en lichtte het juweel op. Direct trokken de twee hun hand weg, alsof het een soort shock had gegeven, waarna de edelsteen barstte en er een blauwe waas uit verscheen. De glinsterende stof vervormde zich tot een menselijke vorm en de draak landde ernaast. Alle gevechten stopten en iedereen keek naar de schim, waarna de man de draak aaide en sprak, "Mijn naam is Evroin, de drakenrijder, zoon van Elnaril."
      Direct was het stil. Evroin was de zoon van Elnaril? De drakenrijder knikte bevestigend op de onuitgesproken vragen, waarna hij verder ging, "Lang geleden, toen mijn vader de steen op Nythena Dorei creëerde, deed hij dit om de vrede te herstellen. Er waren oorlogen om het land en de provincies, maar er was één iemand die dit alles wist te stoppen. Dat was ik, met mijn draken, maar jullie kennen die verhalen al. Mijn vader wilde echter een manier die zelfs zou werken als ik er niet meer was, en creëerde de edelsteen uit de zielen van mijn drakenkinderen." Naast Evroin verschenen nu vijf andere draken, alle vijf net zo doorzichtig en schimmig als de rijder zelf, "Vijf draken, vijf krachten. Een voor iedere zoon, een voor iedere bloedlijn. Ik had alleen nooit verwacht dat diezelfde steen van vrede een van de grootste oorlogen op Estorix zou veroorzaken. Daarom zal ik deze steen nu vernietigen en laat ik de draken terugkeren naar Nythena Dorei."
      Meteen stegen de vijf draken op, waarna ze halverwege in de lucht hun oorspronkelijke vorm terugkregen en richting het eiland vlogen. Evroin keerde zich nog even richting Cadeyrn en Lhaindir, waarna hij ze toesprak, "Dank jullie wel voor jullie inzet. Als jullie niet tegen de idealen van jullie soort waren gekeerd, was deze oorlog heel anders afgelopen. Het is tijd voor mij om te gaan, maar jullie werk is nog lang niet klaar. Deze wereld heeft een stel nieuwe leiders nodig, en ik heb er op dit slagveld al een aantal gespot. Ik hoop dat Estorix weer in zijn eer kan worden hersteld, met of zonder mijn draken. Vaarwel, en bedankt." Hij glimlachte en ging in rook op, waarna Lhaindirs draak gaapte en ook op wilde stijgen. De elf stopte hem onbewust, waarna hij voorzichtig zijn hand uitstak. Hoewel hij geen litteken meer had, leek er niks mis te zijn, want de draak likte zijn gezicht en beukte hem speels omver, waarna hij weer klaar stond om te vertrekken.
      "Goed, Arrow, ga naar je nieuwe vriendjes. Ik zal je missen, echt waar..." De prins knuffelde zijn draak nog een keer, waarna die opsteeg en ook richting het eiland vloog, maar niet om nog eventjes gedag te zeggen met een speels grommetje.
      "Nou, die is flink plat, hè?" Cadeyrn was ondertussen al naar mij toe gelopen, waarna hij naar de rots staarde en in zichzelf gniffelde. Ik gaf hem een stevige elleboog en trok halfhartig een chagrijnig gezicht, maar al snel glimlachte ik en sloeg ik een arm om hem heen, waarna ik met mijn knokkels over zijn hoofd wreef, "Goed gedaan, Elwíck! Ik wist wel dat je een goede aanwinst voor mijn team was."
      Een hele nieuwe wereld zat op ons te wachten en ik wilde er stiekem wel als eerste zijn.

Reacties (1)

  • Helvar

    Woohooo, Ethmordon is dood ^^

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen