Opeens voel ik een arm om me heen. Als ik opkijk, kijk ik recht in de ogen van Axel. Hij veegt de tranen van mijn wangen. “Rustig maar.” Zegt hij zacht. “Het komt allemaal goed.”

“Paolo heeft de wedstrijd gezien.” Zeg ik.

“Dus hij weet dat Cassi bij Alius Academie is? Dat moet een schok geweest zijn. Wat heb je gezegd?”

“Dat ik het later allemaal uitleg. Dat ik veilig ben.”

Hij knikt. “Dat is denk ik het beste.” Hij kijkt naar buiten, waar het inmiddels al donker is. “Misschien kun je maar beter wat gaan slapen. Even je gedachten op een rijtje zetten.”

Ik knik en sta op. “Misschien heb je gelijk. Welterusten, Axel.”

“Welterusten Fay.”

Ik draai me om en loop weg, naar de logeerkamer. Ik laat me op bed vallen. Mijn telefoon trilt. Ik kijk naar het scherm. Een herinnering, iets dat ik lang geleden, thuis in Italië, in mijn agenda heb gezet. Een wedstrijd van Paolo, vannacht. Nou ja, in Italië is het gewoon overdag, maar hier niet. Ik moet kijken. Ik moet zeker weten dat hij in orde is. Ik moet hem gewoon even zien. Ik heb nog een paar uur tot het begin van de wedstrijd. Ik kan beter wat gaan slapen. Ik stel mijn wekker in, kruip onder de dekens en val meteen in slaap.

Zodra mijn wekker gaat schiet ik overeind. Ik zet hem snel uit en sla mijn benen over de rand van het bed. Zo stil mogelijk sluip ik naar de woonkamer en ga op de bank zitten. Ik zet de televisie aan en zap net zolang tot een voetbalveld in beeld verschijnt. Ik zoek het veld af, tot ik mijn broer vind. Opgelucht laat ik mijn adem ontsnappen. Hij is oké, dit is het bewijs. Ik ga verzitten en wacht op de aftrap.

De wedstrijd begint, Paolo gaat meteen in de aanval. Hij scoort de ene na de andere goal, de hele wedstrijd geeft hij het andere team geen kans om aan de bal te komen. Hij bewijst maar weer eens waarom hij ‘de witte meteoor van Italië’ genoemd wordt. Ik glimlach. Zijn bewegingen, zijn manier van spelen… Precies zoals ik dat van mijn broer gewend ben.

Een hand op mijn schouder maakt dat ik bijna tegen het plafond aan vlieg van schrik. Ik draai me met een ruk om, en kijk recht in de prachtige, donkerbruine ogen van Axel. “Hoi Axel.” Zeg ik.

Hij gaat naast me zitten. “Schrok je van me?”

“Een beetje.”

Hij werpt een blik op de televisie. “Wat ben je aan het doen?”

“Ik kijk de wedstrijd van mijn broer. Ik wilde gewoon zeker weten dat hij in orde zou zijn. En bovendien had ik het hem beloofd, lang geleden…”

Axel knikt. Zwijgend kijken we de wedstrijd af. Langzaam schuif ik steeds dichter naar hem toe, en leg mijn hoofd op zijn schouder. Axel glimlacht. “Hij is goed, die broer van jou.” Zegt hij. “Voetbaltalent zit duidelijk in de familie.”

Ik knik. “Zowel Paolo als Cassi zijn geweldige voetballers.”

“Klopt. Maar ik doelde eigenlijk op jou.”
Ik wordt knalrood. “Oh… echt waar? Ik bedoel… Cassi en Paolo zijn veel beter…”

“Je bent een geweldige voetballer, Fay.”

“Vind je dat echt?” Vraag ik zacht.

"Ja. Ik meen het.” Dan buigt hij zich naar voren en zoent me. En jij laat me pas los als we adem tekort komen. Ik hoor de fluit, als teken dat de wedstrijd is afgelopen. Ik kijk naar het scherm. 7-0. Ik glimlach. "Weet je, misschien is het beter als we gaan slapen. Het is maar een idee… maar ik wil die kinderen niet het verkeerde voorbeeld geven…”

Ik lach. “Ja, ik denk dat je gelijk hebt.” Ik sta op en zet de televisie uit. “Welterusten Axel.”

Hij glimlacht naar me. “Welterusten Fay.”

Ik loop terug naar mijn kamer, plof op mijn bed en val met een gerustgesteld hart in slaap…

De volgende ochtend, of liever gezegd een paar uur later, word ik wakker gemaakt door het geschreeuw van vijf kleine kinderen. Vermoeid kom ik overeind. Dan wordt er op de deur geklopt. "Kom binnen.” Mompel ik. De deur gaat open en Axel komt binnen.

“Goedemorgen. Goed geslapen?” Vraagt hij.

Ik glimlach. “Vooral heel erg kort.”

“Dat krijg je ervan als je midden in de nacht een voetbalwedstrijd gaat kijken…”

Ik grijns. “Oké, daar heb je een punt.” Ik klim mijn bed uit en rek me uit.

“Hé Fay, ik dacht: misschien kunnen we zo even naar het strand…”

Ik kijk op. “Goed idee! Wacht even, ik kom er zo aan.” Snel schiet ik mijn kleren aan en raap ik mijn spullen bij elkaar. Ik prop wat te eten in mijn mond en trek mijn slippers aan.

“Rustig aan, we hebben alle tijd.” Grinnikt Axel. “Je hoeft je niet zo te haasten.”

“Ik heb er gewoon heel erg veel zin in.” Zeg ik.

“Ik merk het.” Zegt hij, terwijl hij zijn schoenen aantrekt. “Ik ben klaar. Kunnen we gaan?”

Ik knik en sprint naar buiten. Axel rent lachend achter me aan. Op het strand schop ik mijn schoenen uit en ren ik tot mijn knieën het water in. Axel blijft een paar meter verderop op het droge zand staan.

“Waar wacht je op? Het water is heerlijk!” Roep ik over het geraas van de golven heen. Ik loop terug naar het strand. “Kom je nog?”

Axel kijkt even aarzelend naar het water. “Is het niet veel te koud? Ik wil niet dat je kou vat…”

“Maak je maar geen zorgen, het water is heerlijk! Dit is Tokyo niet, dit is Okinawa!”

“Je hebt vast gelijk.” Hij glimlacht en schopt zijn schoenen uit. Dan zet hij een stap naar voren, het water in.

Ik ben blij dat ik zo slim ben geweest mijn zwemkleding onder mijn gewone kleren aan te doen. Zo snel als het gaat trek ik mijn strandjurk uit en gooi hem bij mijn slippers. Ik loop naar Axel toe. Hij pakt. Mijn hand. Even kijken we elkaar aan. Ik glimlach. Hij glimlacht terug. Dan rennen we op volle snelheid de zee in.

Reacties (4)

  • MrsNeymessi

    Ze zijn echt goals :3 *smelt weg*

    3 jaar geleden
  • Kyonakoenen

    Zo cute!!!!

    3 jaar geleden
  • Opperbibbsie

    Axel en Fay zijn Ookal zo CUTE!

    3 jaar geleden
  • Amberfoster

    ik wil net ergens aan beginnen dan komt 51 jaa

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen