Foto bij 23 - Coronation

Zo, ik was een paar dagjes in Zeeland dus ik kon niet echt schrijven. Waren jullie al bang dat het weer een half jaar zou duren? :p
Ach, ik pest maar, laat ik maar eens een hoofdstukje schrijven:)

Ik kan ook niet slapen. Het is nu 4u s ochtends en ik ben klaarwakker. Waarom.

      "Het is ons gelukt..." Brithun gaf een opgeluchte zucht en liet me los, waarna ik grinnikte en naar de soldaten op het slagveld keek. Elven en mensen die als gelijken naar de lucht staarden toen de draken richting hun thuiseiland vlogen. De realisatie dat er geen oorlog meer gevochten hoefde te worden. Dat we de zomermaanden vredig konden doorbrengen. Dat maakte ieder persoon gelukkig.
      "Jamil, Jamil!" Brithun glimlachte en rende naar de roodharige leider van Iverum, waarna Jamil hem opving in een ronddraaiende knuffel en Brithun dicht tegen hem aan knelde. Met een grijns zette hij onze halfelf terug op de grond, Brithun met tranen in zijn ogen en lachende, maar ergens was er nog een sombere blik in zijn ogen te vinden. Brithun merkte deze ook op, waarna hij een hand op Jamils schouder legde, "Wat is het, ouwe brombeer? Verdrietig dat je geen elven meer mag slachten?"
      "Nee, gewoon..." Hij zuchtte en wenkte naar de stoet van afgevoerde doden en gewonden. Brithun trok een medelijdende blik en wreef over Jamils schouder, "Iemand van jouw factie?"
      "Caleb..." Jamil zuchtte en kreeg al spijt van zijn woorden toen het ook tot Brithun doordrong. Hij keek naar mij en ik beet op mijn lip, maar voordat we iets konden zeggen, sprak Jamil alweer, "Hij wilde het. Volgens de genezers was hij ongeneeslijk ziek, het was zijn wens om voor Rophrax te sterven, zodat hij niet eerloos heen zou gaan."
      "Had ik hem nog maar gedag gezegd voordat ik vertrok... dan had hij kunnen weten dat het plagen niet gemeend was..." Brithun sloeg zijn hand voor mijn mond, maar Jamil schudde met zijn hoofd, "Ik zei hem dat we van hem hielden en dat we achter zijn keuze stonden, en we dat altijd al hadden gedaan. Hij is vredig gestorven in mijn armen..."
      "Gelukkig... Zolang het maar niet tegen zijn wil was..."
      Veel tijd om te rouwen hadden we niet, want er kwam al snel een oudere man naar ons toe. Brithun herkende de man als 'Sid Levra', maar toen hij wilde buigen voor de schijnbaar belangrijke man, schudde Sid Levra met zijn hoofd en ging hij zelf op zijn knie. Eventjes keken we verward naar elkaar op, waarna de oude man ons toesprak, "Die tijd is voorbij, de tijd van de oude leiders is voorbij. Nu is het tijd voor de nieuwe generatie om Estorix weder op te bouwen."

      Niet veel later stonden we met z'n allen in de grote kroningszaal van Eryneth. Het duurde nog eventjes voordat iedereen ook echt in de ruimte verzameld werd, want er moesten ook nog wat krijgsgevangenen meegeleverd worden. Een van die gevangenen scheen familie van Arvellon en co te zijn, want zodra de blonde man binnenkwam, schoot de familie Glingaeron me voorbij. Eventjes staarde ik schaapachtig voor me uit, maar toen besloot ik toch maar kennis te maken.
      "Uh..." Ik begon ook net zo schaapachtig, vooral toen ik Thanthel naast de blonde man zag staan. Of nou ja, het meeste van Thanthel, om het zo maar zachtjes uit te drukken. Ik trok een glimlach, "Ach, hè, die steen is nu vern-"
      "Dit is Cadeyrn, mijn vriend." Arvellon onderbrak mijn dom gebabbel, waarna ze me naar voren trok en voor de man zette, "Cadeyrn, dat is mijn vader, Eriston."
      "Oh, het is een eer om u te ontmoeten, koning Eriston," stamelde ik uit, waarop hij een beetje levensmoe zuchtte en zwak glimlachte, "Vandaag geef ik die titel door aan mijn zoon, omdat hij hem beter waardig lijkt te zijn dan ik. Maar alsnog, fijn om jou ook te zien, Cadeyrn. Het is wel mooi om weer eens een Elwíck aan de elfenkant te zien." Hij excuseerde zich alsof hij zich schaamde en liep ons snel voorbij, waarna ik dat maar respecteerde. Het duurde ook nog maar even totdat ik weer terug naar het midden van de zaal werd geroepen.
      "Zie hier, onze helden!" Voor een oude man kon die Sid Levra nog best goed joelen. Hij grinnikte toen de menigte langzaam aan begon te juichen en bekeek ons toen liefhebbend, "Ik neem aan dat jullie wel snappen waarvoor jullie hier staan. We hebben het misschien heel plotseling geregeld, maar jullie verdienen het om nu gekroond te worden. Tijdens mijn verdwijning heb ik de wereld goed in de gaten gehouden, zowel van de mensen als van de elven. Ik zag helden verschijnen en verdwijnen, maar een groepje krijgers bleef mij altijd bij. Zij verdienen het om de nieuwe leiders te worden, de nieuwe leiders van een nieuw tijdperk!"
      Eventjes staarden wij elkaar een beetje verbijsterd aan, maar goed, nadat een eeuwenoude held uit een klein kristal kwam en draken uit het niets toverde voor mijn neus, kon ik nog wel wat verrassingen aan. Sid Levra had een kar met verschillende kronen achter zich staan en pakte als eerste een vrij normale, gouden kroon, "Eerst de mensenprovincies, dat is wat ze verdienen, na al deze jaren vol kommer en kwel."
      Sid Levra liep meteen naar Jamil, die direct verward opkeek. Heel ongemakkelijk ging hij op een knie, aangezien hij nog best wel lang was tegenover Sid Levra, waarna de oude elf de kroon voorzichtig op zijn hoofd zette, "Jamil Eyer, hierbij benoem ik jou tot koning van Famrius, de nieuwe mensenprovincie met als hoofdstad Bal Kolduhr."
      "Ik zweer dat ik er voor mijn mensen zal zijn en ze zal beschermen zoals ik met Iverum heb gedaan." Het kwam er een beetje zwakjes uit, maar Brithun en ik klapten toch voor hem, waarna de rest van Rophrax voor hem juichte. Direct stak Jamil zijn vuist in de lucht en joelde hij mee, "Famrius is de beste!"
      Ongemakkelijk lachte ik om zijn enthousiasme, maar toen stond Sid Levra al voor me, nog een gouden kroon in zijn handen, eentje die wel iets meer versierd was dan die van Jamil. Hij glimlachte toen hij me nerveus zag worden, "Cadeyrn Elwíck, en wat voor een Elwíck. Voor jou zou het waarschijnlijk niet te onverwacht moeten komen, aangezien jouw vader een soortgelijke positie had toen hij nog leefde. Jou bekroon ik tot koning van Yulor en daarbij tot vertegenwoordiger van de drie menselijke provincies." Hij plaatste het zware ding op mijn hoofd en gaf me een schouderklopje, waarna Jamil zijn arm om me heen sloeg en Brithun naar me lachte, "Koning Cadeyrn, leider van alle mensen, wie had het geweten?"
      Ik stak stiekem mijn tong naar hem uit, waarna hij me stiekem prikte, "Koningen doen dat niet, viezerik," grapte hij nog erachteraan. Jamil stak meteen zijn pink in zijn neusgat om Brithun terug te plagen, maar gelukkig werden we op tijd gestopt voordat we ons volk teveel teleurstelden. Ik schraapte mijn keel en grijnsde, "Ik zal ervoor zorgen dat Yulor de leiderschap krijgt die ze verdient. Geld zal nooit meer voorop staan in tijden van nood, in plaats daarvan zal ik luisteren naar de belangen van het volk! We moeten onze grond niet verkopen, maar juist verbeteren, en dat is het eerste waar ik voor zal zorgen. Yulor zal weer het handelscentrum van Estorix worden, compleet met de eindeloze marktstraten!" Na mijn toespraak juichten de mensen weer, waarop ik nog trotser grijnsde. Het kostte waarschijnlijk veel moeite om de schade van Ehtmordon terug te keren, maar ik vertrouwde erop dat we de provincie weer perfect, of zelfs beter, konden herstellen als we samen werkten.
      "Dan, een onverwachtse kroning." Sid Levra pakte nog een kroon uit het kastje, en zocht in de menigte naar een bepaald persoon, "Bulgan?"
      De bergelf kwam verlegen naar voren. Ik keek even verward op, maar Brithun gaf me een stiekem glimlachje. Had hij dit geregeld? Ik wist dat de Yur na de oorlog nog een eigen woonplaats van hem tegoed hadden, maar dit had ik niet echt verwacht.
      "Het wordt tijd dat ook jullie een eigen plekje krijgen om te wonen. Ryfbel is het gebied tegen de kust aan, vol boerderijen en vruchtbare grond. Een perfecte plek voor natuurgebonden elven zoals jullie, hier kunnen jullie doen waar jullie goed in zijn en jullie zullen hier niet meer onderdrukt worden. Bulgan, jou kroon ik tot koning van Ryfbel, provincie van de bergelfen."
      We juichten toen ons Yurvriendje de kroon op zijn hoofd kreeg, waarna hij door het gejoel heen "Dankjewel!" schreeuwde naar Brithun. Mijn vóórmalige leider glimlachte en klapte mee, maar toen liep Sid Levra naar hem toe. De oude man had een vrij frappante kroon bij zich, maar ik nam aan dat dat een elfenkroon was, aangezien er nog een paar in de kar lagen.
      "Brithun Cwenburg, eerstgeborene van de Thorthel-familielijn en daarbij ook officieel de kroonprins. Het wordt tijd dat de kroon naar de officiële erfgenaam gaat. Hierbij kroon ik jou tot koning van Eryneth, leider over het zuidelijke deel van Menedith en waker over Nythena Dorei."
      "Ik zal Eryneths leiden voortzetten. Nythena Dorei zal alleen door zij die het waard zijn bezocht worden, maar ik zal net als vroeger ook studenten toestaan. Zowel mensen als elven! Ik zal over Eryneth heersen zoals mijn ouders ook deden..." Hoewel hij de hele tijd zo vrolijk deed, begon hij nu wel een beetje emotioneel te worden. Dat snapte ik ook wel, aangezien hij allebei zijn ouders, de originele heersers over Eryneth, had verloren en vervolgens ook zijn troonrecht afgenomen werd. Nu was hij eindelijk terug op het goede pad. Als troost ging Jamil maar tussen ons in staan, waarna we allebei een arm om ons heen kregen. Brithun lachte meteen alweer en duwde Jamil van zich af, waarna onze grote jongen ons losliet, want er stonden nog wat kronen op hoofden te wachten.
      "Prins Edwyrd Chandrelle. Deze kroning zal misschien nog minder onverwacht komen. Lysgroth ligt in duigen en heeft een leider nodig. Wie is er nou beter dan de erfgenaam zelf?" Sid Levra glimlachte en gaf de kleine jongen ook een kroon. Ik merkte dat er aan de elvenkant veel jongere personen aan de macht kwamen, maar Ehtmordon had ook wel flink wat bloedlijnen doen verdwijnen.
      "Ook de volgende kroning spreekt voor zich, ons tweede prinsje zal ook gekroond worden. Rínor Glingaeron is hierbij koning van Barhador, zowel van de provincie als van de hoofdstad." De laatste kroon uit de kar kwam op Ehtmordons zoontje terecht en de jongen glimlachte een beetje.
      "En als allerlaatste..." Sid Levra kreeg van Eriston een zilveren kroon overhandigd, waarna hij naar Lhaindir liep, "Prins Lhaindir Glingaeron wordt hierbij gekroond tot koning van Rhosgeth en vertegenwoordiger van de elven."
      Dit keer was het aan de elven om te joelen, op hun manier. Arvellon klapte vrolijk naast me en lachte, waarna ze haar broer nog een knuffel gaf. Lhaindir knuffelde haar terug en keek toen terug naar zijn volk, "Ik zal als eerste het gebied dat wij in Yulor hebben bezet terug aan de mensen geven. Vervolgens zal ik de grenzen weer openen. Er komt nu een tijd waarin we niet zullen spreken over mensen en elven, maar over vrienden. Nieuwe vrienden, oude vrienden... Ik vertrouw erop dat we vanaf vandaag alleen maar meer vrienden maken. Rhosgeth en de elvenprovincies zijn nu in goede handen!"
      We juichten nog één keer en we feliciteerden elkaar nog met elkaars titels, maar toen vonden we het zelf ook wel weer genoeg geweest. Jamil had namelijk weer een barbecue van Iverum geregeld en toen ik het versgevangen wild binnen zag rijden, begon ik spontaan te kwijlen.

      Het duurde niet lang of ons groepje was alweer bezopen door de mede en het bier. Na al het vechten kon ik ook wel drie hele koeien op, maar ik had al wel stiekem gezien dat Arvellon er nog een meer op had. Voor een mooi elfenmeisje kon ze zeker een eind weg vreten.
      "En toen... Kwam er een beer! En Brithun rende bang weg, maar ik...! Ik pakte een bijl en ramde zo zijn harses in!" Jamil was enthousiast verhalen aan het vertellen terwijl Brithun sarcastisch alles 'bevestigde'. Ik had wel de grootste lol van mijn leven, maar ik wist dat we snel alweer naar huis moesten.

      Het begon al pikkedonker te worden en we konden niet allemaal in Eryneth blijven logeren, dus verzamelden we onze spullen en maakten we ons gereed om te vertrekken. Arvellon had al een tikkeltje dramatisch afscheid genomen van de rest van haar familie, maar nu was het onze beurt.
      "Bedankt voor je hulp, Brithun. Als ik niet bij Vriad had gezeten, zaten we waarschijnlijk nog steeds middenin de oorlog." Ik meende het echt. Alles wat ik mee had gemaakt, kwam doordat Brithun me in zijn factie had opgenomen en er alles aan deed om mij te helpen. Hij glimlachte en knikte, "Geen probleem. Ik moet toegeven dat ik een aantal keren ook afhankelijk van jou ben geweest. Ik heb ook niet altijd mijn beste kant laten zien, maar ondanks dat alles ben je ons toch altijd trouw gebleven. Jouw invloed heeft Vriad, nee, Rophrax doen veranderen in een leger dat de kwaadaardige elfenkoning trotseerde. Ik ben blij dat ik jou heb ontmoet en dat je uiteindelijk toch voor mij koos."
      "Je spreekt wel als een echte koning, B'tje." Jamil wurmde zich nog een beetje erg aangeschoten tussen ons in. Ik verwachtte dat hij een grapje zou maken, maar toen ineens barstte hij in tranen uit, "Dus je komt niet meer mee naar huis?! Dan zit ik helemaal alleen daar! Geen Brithun, geen Caleb, geen Cadeyrn."
      "Och, grote jongen." Brithun gaf een medelijdend glimlachje en omhelsde zijn beste vriend, "Ik zal nog vaak genoeg op bezoek komen. We kunnen toch gewoon brieven blijven schrijven?"
      "En we houden gewoon iedere maand een groot feest voor iedereen, zodat we elkaar niet lang hoeven te missen," zei ik troostend. Brithun knikte naar me en gaf Jamil nog een schouderklopje, "Ik zal er zijn wanneer de zomerfeesten in Famrius gebeuren. Jullie wilden mij er al een paar maanden naartoe sleuren, dus dit keer zal ik echt gaan."
      We zorgden ervoor dat Brithun het echt beloofde, maar toen werd het toch echt wel tijd om te gaan. Brithun bleef achter met Arneth, terwijl het grootste gedeelte van Rophrax, Jamil, Arvellon en ik richting het mensenrijk liepen. Bij de splitsing tussen de wegen naar Famrius en Yulor zei ik Jamil en de krijgers van Rophrax nog gedag, waarna ik met Arvellon richting Yulor vertrok. Nog even en deze wegen werden weer volop bezocht door mensen en elven als gelijken. We moesten nog eventjes door de zure appel heen bijten, maar ik had het gevoel dat Estorix eindelijk weer de goede kant op ging.

Nou, dat was het dan alweer. Ik doe denk ik nog wel een epiloogje en als het erg aanslaat, kan ik ook nog wel een klein prequelletje doen over de originele oprichters van Rophrax en hoe het in detail zat met Brithuns ouders enzo.

Stiekem zie ik Brithun en Jamil zo voor me na de kroning:


Een vriendin stuurde me fanart en sindsdien ship ik ze zo hard aaaaaa(zip)

Reacties (2)

  • Storiefan

    Waarom eindigen dat soort verhalen áltijd in een kroning/ kroningen? Ik bedoel, je hebt het leuk gedaan hoor, daar niet van, maar het ist zo cliché!

    5 jaar geleden
  • Helvar

    Wohoo, eind goed al goed ^^

    En ik ben wel erg benieuwd naar die andere verhalen :')

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen