“Goedemorgen Axel.” Zeg ik als ik de volgende morgen de keuken in stap. Geen reactie. Ik kijk om me heen. Axel is er niet. Vreemd, ik dacht echt dat ik hem net hoorde. Nou ja, hij is vast naar buiten gegaan om te trainen.

Ik prop een broodje in mijn mond, trek mijn schoenen aan en loop naar buiten. Ik zie dat Thor en zijn broertjes een eindje verderop aan het voetballen zijn. Ik loop er naartoe. “Goedemorgen!” Roep ik.

Thor loopt naar me toe. “Goedemorgen Fay.”

“Heb jij Axel vanochtend nog gezien?”

Thor knikt. “Hij ging iets van een half uur geleden die kant op.” Hij maakt een vaag gebaar naar de bossen achter hem.

“Oké, dan ga ik hem even zoeken! Tot straks!” Ik ren weg.

Dit bos is enorm. Zeker als je naar iemand op zoek bent, die zijn telefoon niet opneemt en niet reageert als je hem roept. Ik slenter nu al een halfuur tussen de bomen door, en nog steeds geen spoor van Axel. Langzaam maar zeker begin ik me te irriteren aan het constante gezang van de vele vogels. Uiteindelijk kom ik aan bij een grote, uitstekende rots, vanwaar je prachtig uitzicht hebt op een groot deel van het eiland. En daar staat hij. Ik ren op hem af. “Axel? Ik heb het halve eiland afgezocht naar je!”

“Ze komen eraan.” Zegt hij. Geen begroeting, alleen die drie woorden. Hij kijkt niet eens op. Hij heeft zijn blik gevestigd op de eindeloze golven.

“Huh? Wie komen eraan? Wat bedoel je?”

“Raimon.” Hij scheurt zijn blik los van de zee en kijkt me recht in de ogen. “Mark, Jude en alle anderen… ze zijn onderweg hierheen.”

“Echt?! Maar… dat is geweldig nieuws!” Zeg ik blij.

“Dat is het ook. Deels.”

Ik slik. “Deels?” Dat klinkt niet goed.

Axel knikt. “Als Raimon hierheen komt… Zal Alius Academie ze zeker volgen.”

“Dus dat betekent…”

“Dat betekent dat we ons zullen moeten verstoppen.”

Ik bijt op mijn lip. “Maar het betekent ook dat we moeten gaan trainen. Als we terug kunnen naar het team moeten we klaar zijn voor de strijd."

Axel kijkt me even aan en knikt dan. “Ik denk dat je gelijk hebt.”

Ik pak zijn hand. “Kom.” Zeg ik. “We kunnen hier wel eeuwig staan piekeren, maar daar schiet niemand iets mee op. Laten we gaan trainen.”

Axel knikt en samen lopen we terug naar Thors huis. Axel lijkt de weg te weten, en binnen een kwartier zijn we er. Een hoop lawaai stijgt op van het veld. Ik en Axel kijken elkaar even aan en rennen er dan op af. Het zijn Candance en zijn voetbalteam. Als Candance ons ziet, zwaait hij naar ons en passt hij mij de bal.

“Hallo!” Roep ik. “Vind je het erg als we mee trainen?”

“Natuurlijk niet!” Ik dribbel naar voren en pass naar Axel… maar de bal wordt onderschept! Ik kijk naar Candance. Hij lacht. “Maak kennis met onze ritmische voetbalstijl!”

Met grootst mogelijke moeite weet ik de bal terug te veroveren. Candance is een briljante spelmaker, zoveel is me wel duidelijk. Hij denkt razendsnel en controleert elke beweging van elke speler. Ongelooflijk...

Zo trainen we de hele middag door. Het gemak waarmee ze de bal afpakken, hun perfecte timing… als ik het niet met mijn eigen ogen zou zien zou ik het niet geloven.

Thor komt aanrennen. “Wie heeft er honger?”

“Ik!” Roept het hele team in koor.

“Ik had het niet tegen jullie.” Hij kijkt mij en Axel aan. “Komen jullie nog?”

“Eh, ja. We komen eraan!” Roep ik terug. Ik draai me om nar het team. “Tot later!” En ik loop van het veld af. Axel komt naast me lopen. Hij lacht naar me, en ik lach terug. Hij pakt mijn hand. We negeren het gejoel dat van het veld opstijgt en lopen naar Thors huis.

Tijdens het eten zegt Axel helemaal niets. “Is er iets?” Vraag ik hem. Hij schudt zijn hoofd en een eet zwijgend verder. “Geloof je het zelf?” Weer schudt hij zijn hoofd. “Gaat dit om Julia?” Raad ik.

Axel kijkt op bij het horen van Julia's naam. Tranen springen in zijn ogen. Ik schuif mijn telefoon naar hem toe. “Bel haar anders even.” Hij knikt, pakt mijn telefoon en loopt naar buiten.

“Hoe wist je dat?” Vraagt Thor.

“Ik heb ook een zusje. Ik weet hoe hij zich moet voelen.”

Thor werpt een blik op Freya, die stil zit te eten, en knikt dan.

Ik sta op. “Ik denk dat ik maar even bij hem ga kijken.”

“Wacht.” Zegt Thor. Hij staat ook op. “Laat mij maar even.” Hij loopt naar buiten.

Ik aarzel even, maar loop dan achter hem aan. In de gang blijf ik staan. Ik hoor Thors stem: “Je had zo'n honger dat je voor drie man hebt gegeten, maatje. Zullen wij daar eens even wat van gaan verbranden op het veld?”

Axel kijkt even naar de voetbal, die voor hem op de grond ligt, en knikt dan. Hij staat op en loopt met Thor naar het voetbalveld.

Ik loop terug naar binnen en besef dan dat ze me hebben achtergelaten met vijf kleine kinderen. Dit worden lange avond...

En het begint al zodra ik de kamer in stap. Ik voel iets tegen mijn been en kijk naar beneden. Freya. Ik hurk bij haar neer, zodat ik op gelijke hoogte met haar ben.

“Vind jij Axel lief?” Vraagt ze.

Ik glimlach. “Ja.” Zeg ik. “Ik vind hem heel erg lief.”

“Gaan jullie later ook trouwen?”

Ik grinnik. “Misschien. Wie weet.”

“Mag ik dan ook komen?”

Ik lach en til haar op. “Natuurlijk mag jij ook komen! Hoe zou ik zo'n lief meisje nou kunnen weigeren?”

Opeens stormen haar broers binnen. “Fay, Axel heeft een super cool schot! Hij deed boem, en toen maakte hij een goal!!!”

Ik zet Freya neer. “Wacht even, ik ben zo terug. Ga maar even tekenen.”

Ik sprint naar buiten, en zie nog net hoe Axels nieuwe schot het net in vliegt. Ik ren op hem af. “Axel! Het is je gelukt! Je hebt je nieuwe schot af!!!” Ik geef hem een knuffel.

“Vind je hem mooi? Ik noem hem Vuurbal Storm. Voordat Willy hier is en hem een naam geeft.”

“Het is prachtig.” Fluister ik. En dan zoenen we.

De volgende ochtend maakt Axel me wakker. “Fay, wordt wakker.” Zegt hij zacht.

Ik doe mijn ogen open. “Hoi Axel. Wat is er?”

“Kleed je maar om en kom dan mee. Trek een jas aan.”

Ik knik. Even later sta ik met mijn jas aan beneden. Axel komt aanlopen. Hij heeft de capuchon van zijn vest over zijn hoofd heen getrokken. Ik kijk hem verwonderd aan. “Waar gaan we helemaal heen dat je je kap op zet?”

“Wacht maar af.” Zegt hij. Hij slaat zijn tas over zijn schouder en pakt mijn hand. We lopen naar buiten. Na een eindje lopen zijn we weer bij de rots van gisteren. Hij zet zijn tas neer en blijft een paar meter van de rand staan. Ik ga naast hem slaan en hij slaat zijn arm om me heen. Dan wijst hij opeens naar een stipje in de verte. Een boot.“Daar zijn ze.” Zegt hij. “Raimon. Ze komen eraan.”

Ik pak zijn hand stevig vast. We kijken toe hoe de boot steeds dichterbij komt. Mijn angst maakt steeds meer plaats voor blijdschap. Laat ze maar komen!

Reacties (3)

  • MrsNeymessi

    Straks komen ze in gevaar :c

    3 jaar geleden
  • Amberfoster

    lol kyky en jude een perfecte combiexD

    3 jaar geleden
  • Kyonakoenen

    Raimon, dat betekent JUDE!!!!!!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen