Foto bij An Oppertunity - 1 // 2

Een beetje zenuwachtig stond ik aan Kings Cross station. Een déja - vu overviel me. Jaren geleden stond ik hier als tienjarige, samen met Lily en Tuun. Tuun was tot haar grote spijt geen heks, wat ze uitte in het beledigen van haar zus. Ik wist nog dat Lily en ik instapten, ons verheugend op Hogwarts. Mijn ouders waren beide halfbloods, zo ik wist iets meer over Hogwarts dan Lily. Toch waren mijn ouders er nooit erg open over geweest. Gelukkig waren er nog Emilia Bones, Emmeline Vance en Marcy Hamilton. Emilia en Emmeline waren lid van de orde, maar waren eruit gestapt omwille van hun zwangerschap. Ik had ze daarna nog maar één keer gezien en dat was geen al te beste ontmoeting geweest. Een pijnlijke steek van verlies drukte op mijn borst. Lily en Marcy waren er niet meer een Emilia en Emmeline wilden me niet meer zien. Wat had ik toch een prachtleven. Mijn aandacht werd getrokken door een paar ogen. Amandelvormig, felgroen en...Ik snakte naar adem. Het was Harry Potter.

Zijn ogen waren identiek aan die van Lily's. Voor de rest leek hij als twee druppels water op James. Naast hem stond een Weasley, zo te zien hun jongste zoon. Een meisje met bruin, krullend haar kwam aanlopen en groette hen. Een hand op mijn schouder maakte een einde aan mijn gestaar. Snel draaide ik me om. Ik keek recht in de ogen van Nymphadora. "Hey!" zei ik opgewekt. Ze glimlachte en haar haar werd geel, wat betekende dat ze blij was. Ze omhelsde me en het voelde fijn om mijn jongere vriendin terug te zien. "Dora, ben je schouwer?" probeerde ik enthousiast uit te roepen toen ik Alastor Dolleman achter haar zag. Ze grijnsde en haalde haar schouders nonchalant op, maar haar rode haar verraadde haar. "Sorry Annabelle, maar ik moet er echt vandoor," glimlachte ze. Ik glimlachte geforceerd terug en wachtte tot Dora weg was voordat mijn gezicht betrok. Na een snelle blik op de klok geworpen te hebben stapte ik in de trein. Leerlingen liepen wild door het gangpad. De paar die al rustig een coupé hadden gevonden keken me belangstellend en fronsend aan. Ik negeerde hen en vond ongeveer in het midden van de trein een lege coupé.

Ik installeerde me en keek uit het raam. Ouders die hun kinderen een laatste knuffel gaven, leerlingen die bijpraatten en het geluid van verschillende dieren mengden zich in een chaotisch lawaai. Een intens gevoel van verdriet overspoelde me. Waar was de tijd dat ik daar zelf stond? De tijd dat ik nog gelukkig was. Ik keek op toen de Zweinsteinexpres begon te rijden. En hoewel het verdriet diep zat, voelde ik toch een soort euforie toen ik Kings Cross station achter me liet.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen