Foto bij Agent Holemen & the Sword of Perseus [Part 7]

On the road, Delaware, 10:32 AM US Eastern time, December 5th 2015

Als een halfgod die al 24 jaar leefde én ook nog eens een agent van SHIELD was, zou ik me eigenlijk moeten schamen dat ik nog nooit in Camp Half-Blood was geweest. Des te beter dat ik er nu heen ging.
      Uit mijn ooghoeken zag ik dat Amy me in de gaten hield. De hele rit hadden we nog niet zoveel tegen elkaar gezegd. Ze had gevraagd: 'Is dat echt het zwaard van Perseus?'
      Ik had geantwoord: 'Ja.'
      En dat was het.
      Ik had in stilte naar buiten gekeken. Ik wist niet precies waar we waren, maar ik had het idee dat we vlakbij Philadelphia reden. Mijn moeders huis. Al die dingen die ik haar moest vertellen en vragen... het waren er te veel.
      In ieder geval kon ik naar haar toe gaan als dit alles voorbij was. No way dat ik op het kamp zou blijven. Ik was niet eens voor 50 % Grieks, volgens Quirinus. Waar hoorde ik dan wel?
      'Ik ben nog nooit eerder een volwassen halfgod tegengekomen,' zei Amy, waarschijnlijk proberend om een gesprek te starten.
      'Hmm,' bromde ik terug.
      'Hé,' zei ze, 'ik probeer alleen maar met je te converseren.'
      Ik keek haar even aan. 'Het is een lang verhaal dat ik zelf ook niet echt begrijp. Ik hoop eigenlijk dat ik in het kamp antwoorden vind.'
      'Dat hoop ik dan ook voor je.' We reden een paar kilometer in stilte verder, totdat Amy vroeg: 'Hoe ben je eigenlijk aan dat zwaard gekomen?'
      'Dat is geheim,' zei ik haast automatisch. That's classified was zo ongeveer het motto van SHIELD geworden en werd zo vaak gezegd dat het een natuurlijke respons voor de meeste agenten was geworden.
      Amy kreunde. 'Oh nee, je bent toch geen agent van SHIELD? Ik dacht dat je een halfgod was!'
      'Dat ben ik ook,' zei ik. 'Ik ben een halfgoddelijke agent van SHIELD met het legendarische zwaard van een mythische held. Nu goed?'
      Nu fronste ze. 'Hoe is dat nou weer zo gekomen?'
      Ik zuchtte. 'Geloof me, ik heb echt geen idee.'


On the road, Delaware, 11:02 AM US Eastern time, December 5th 2015

Nadat we even in de file stonden, moesten we bij een tankstation stoppen om naar de wc te gaan en om broodjes te kopen. Ondanks dat het nog niet echt lunchtijd was, rommelde mijn maag zo erg dat Amy even zuchtte en besloot om maar voor een brunch te zorgen.
      Blijkbaar werkte Amy voor het kamp: ze kon monsters zien, dus als ze halfgoden in gevaar zag, hielp ze hen naar het kamp te komen. Ze had meestal ook een voorraad aan ambrozijn en nectar (helaas was deze net op) en een eigen wapen van Goddelijk Brons (ze wilde niet vertellen wat voor soort – ik vond haar wel een type voor een speer).
      Ze was vaak genoeg in Camp Half-Blood geweest, maar nog nooit in Camp Jupiter, al had ze wel verhalen gehoord (zoals dat de Romeinen een olifant hebben. Toen ze dat vertelde, zag ze er nogal ongelovig uit). De Grieken vond ze iets leuker, maar dat van die olifant was wel gaaf.
      Op dit moment stond ik, geleund tegen de felroze MINI, te wachten totdat Amy terugkwam uit het winkeltje van het station. Ik had haar heel wat dingen verteld over de missie van Harpe en ik had haar geprobeerd te overtuigen dat SHIELD-agenten heus niet zo slecht zijn, al wist ik niet zeker of dat wel gelukt was. Ik vertelde haar niet over mijn droom met Quirinus, wat zelf begreep ik nog niet echt wat dat betekende. Ik moest in ieder geval op zoek gaan naar mijn vader, waar hij ook mag zijn.
      En dat betekende dan een roadtrip naar mijn moeder in Phillie, waar we langs zouden rijden, maar waar we niet konden stoppen. Dat moest ik dus later doen. Er stond me vast een hoop te wachten.
      Ik keek even achterom naar waar Amy was gebleven. Ze bleef wel heel lang in dat winkeltje. Het was niet heel veel bijzonders, gewoon een standaard winkeltje naast elke tankstation. Misschien hadden ze gewoon een groot aanbod aan broodjes.
      Na nog een paar minuutjes wachten besloot ik om maar naar binnen te gaan. Ik voelde me nogal gestrest en nog langer wachten zou dat niet verbeteren.
      Ik bevond me net een paar meter van de elektrische schuifdeuren van de winkel vandaan toen ik opeens omver werd geduwd door iemand en hard op de grond terechtkwam. Mijn knieën schaafden open en pisnijdig keek ik op naar diegene die me had geduwd.
      Het bleek gewoon een doorsnee jongen te zijn. Donkerblond haar, ongeveer mijn leeftijd. Eerst had hij een kille blik in zijn ogen, maar toen hij beter naar me keek, leek hij me te… herkennen?
      Geschrokken deinsde hij achteruit. ‘Jij.’
      Ik krabbelde overeind. ‘Ik,’ antwoordde ik, voor extra dramatisch effect. ‘Ken ik jou soms?’
      Hij bleek in tweestrijd te zijn en twijfelde duidelijk over wat hij moest doen. Instinctief had ik mijn hand op Harpe gelegd, maar ik bedacht me dat hij gewoon een sterveling was en dat dit eigenlijk niet nodig was. Nou ja, niet dus.
      Hij knipperde met zijn ogen en opeens waren ze inktzwart. Zijn oogwit was helemaal verdwenen. Met een kille blik keek hij mij aan en ik keek geschrokken terug. What the hell was dit?
      Hij kwam naar me toe gelopen, nog steeds met die nachtzwarte ogen, en het angstwekkende van alles was dat hij glimlachte. Serieus.
      Ik greep naar mijn zwaard, maar hij was sneller. In een flits omklemden zijn handen mijn keel en tilde hij me van de grond. Ik begon te stikken en had zo ongeveer het idee wat hij zou doen: óf hij zou me laten stikken óf hij zou mijn nek breken. Beide leken niet echt aangename vooruitzichten.
      Hij bracht zijn gezicht naar de mijne en lachte nog iets breder. ‘Smile.’
      Toen, met een onzichtbare kracht, katapulteerde hij me tegen een muur aan die zo’n twintig meter verderop stond. Met een enorme knal kwam ik er tegenaan en ik viel op de grond neer. Voor een paar seconden werd het zwart voor mijn ogen en ik voelde iets warms op mijn gezicht. Maar een bloedneus zou niet mijn grootste probleem zijn.
      Nadat ik weer helder kon zien, zag ik dat hij met zijn handen in zijn zakken aan het kijken was hoe ik als een hoopje ellende op de grond lag. Hij leek niet de intentie te hebben om me nog iets aan te doen, wat ik nogal vreemd vond. Tegelijkertijd viel het me op dat er geen enkele omstandiger aanwezig was. Waar waren alle gillende stervelingen die niet begrepen wat er aan de hand was? Niet dat ik het zelf wel begreep, maar alsnog.
      En waar in godensnaam was Amy gebleven?! Hoorde zij halfgoden niet te beschermen? Waar kon ik een klacht indienen?
      Ik besloot mezelf bijeen te rapen en stond op. Ik trok mijn zwaard en besloot om die gast eens een lesje te leren, maar toen ik naar hem keek, was hij niet echt onder de indruk.
      Hij trok een wenkbrauw naar me op. Nog steeds had hij dat enge glimlachje op zijn gezicht dat me de stuipen op het lijf jaagde.
      'Ik zou je verder graag willen martelen,' zei hij, 'maar ik moet helaas gaan.' Hij draaide zich om en stond op het punt om weg te lopen.
      'Wat?!' Dreigend wees ik met de punt van mijn zwaard naar zijn rug, ook al kon hij me niet meer zien. 'Jij lafaard! Kom hier en vecht met me!'
      Ergens wist ik ook wel dat ik niet zo slim bezig was, maar mijn roekeloosheid won het van mijn verstand.
      De jongen, het monster, de wat-het-ook-was, stond stil. 'We zullen elkaar snel weerzien,' zei hij alleen maar. Toen knipte hij met zijn vingers en was hij verdwenen.

'Rebecka?!'
      Nog steeds beduusd en met mijn zwaard in mijn hand, draaide ik me om. Daar, voor de ingang van de winkel, stond Amy met een zak broodjes en twee bekers in haar handen. Ze keek me verbaasd aan. Toen keek ze even naar mijn zwaard en mijn bloedende knieën en gezicht. 'Heb ik iets gemist?'
      'Oh, niet zo veel, hoor,' zei ik terwijl ik mijn zwaard weer in mijn riem stak. 'Alleen een monsterlijke jongen met zwarte ogen en telekinetische gaven die me aanviel. Heb je zoiets ooit eerder gezien?'
      Ze schudde haar hoofd, maar even leek het alsof ze aarzelde. Misschien wist ze het wel, maar vond ze het beter als ik het niet wist, voor mijn eigen veiligheid. Dat vond ik niet echt een goede reden.
      'We kunnen beter in beweging blijven,' zei ze en ze liep naar haar auto.
      Ik ging haar achterna. 'Ik heb geen zin om je bekleding onder te bloeden.'
      'Dat maakt niet uit,' mompelde ze. 'We moeten zo snel mogelijk naar het kamp.'
      Ik had het idee dat ze daar nog iets aan toe wilde voegen, een 'voordat het te laat is', wat me niet echt gerust stelde.
      Ik stapte bij haar in de auto en voordat ik het wist, nam er een plotselinge vermoeidheid het over. Ik sloot mijn ogen.


Half-Blood Hill, Long Island, New York, 11:43 AM US Eastern time, December 5th 2015

'Rebecka! Wakker worden! Joehoe! Wakey wakey!'
      Iemand schudde aan mijn schouders. 'We zijn er! Monsters!'
      Onmiddelijk was ik wakker. 'Monsters?!'
      Het was Amy. Ze knikte. 'We zijn er, maarre... er zijn wat complicaties.' Ze knikte naar wat er voor ons gebeurde.
      We waren op een compleet andere plek. Ik zag de weg waar we op stonden, een besneeuwde heuvel met een dennenboom en daarop... Rivka en Clint?
      Ze zaten nogal in de problemen. Een stel empousai had het op hen gemunt en weerhield hen ervan om door het magische schild rond het kamp te gaan. Clint schoot zijn pijlen op hen, maar die zorgden ervoor dat ze alleen maar op afstand bleven. Rivka hanteerde een Goddelijk Bronzen zwaard dat ik niet herkende. Ze probeerde de monsters aan te vallen, maar die deinsden terug. In totaal waren het er drie, en Rivka en Clint waren maar met z'n tweeën, dus ze konden niet gemakkelijk de monsters ontvluchten en het kamp betreden.
      'We moeten ze helpen.' Amy ging de auto uit.
      'Wacht! Hoe lang heb ik geslapen?' Ik keek naar de klok. Kwart voor 12. Huh? Toen we weer de snelweg opreden, was het volgens mij net tien voor half 12.
      Ik ging de auto uit en strompelde achter Amy aan, die bij de open kofferbak bezig was. 'Wacht! Hoe komt het dat we nu al hier zijn? We zijn iets van een half uur geleden vertrokken! Hoe is dit mogelijk? Het is iets van drie of vier úúr van rond Philadelphia naar New York!'
      Toen ik buiten stond, zag ik dat de roze MINI rookte en roodgloeiend was. Ik legde mijn hand op een deur en trok die gelijk terug. Het ding was loeiheet.
      Ik keek Amy aan en die keek twijfelend terug. 'Ik leg het je later uit, oké?'
      'Oh, oké...?' antwoordde ik aarzelend.
      Amy knikte en haalde iets uit de kofferbak. Het bleek een pijlkoker vol met Goddelijk Bronzen pijlen te zijn. Ze hing het op haar rug en pakte toen een grote boog van hetzelfde materiaal met prachtige, cirkelende inscripties. Ik wist gelijk dat Clint jaloers zou zijn.
      Ze sloeg de kofferbak dicht. Voor het eerst zag ze er echt uit als een halfgoddelijke krijger waarmee je niet moest spotten.
      'Ben je er klaar voor?' vroeg ze.
      Ik trok Harpe uit mijn riem en keek even naar de monsters. Ik was er bijna, het einde van deze idiote missie. 'Ik ben klaar als jij dat bent.'

Het was een geluk dat zowel de monsters als Rivka en Clint nog niet door hadden dat we er waren.
      In totaal waren er drie empousai die inmiddels een ondoordringbare driehoek rondom mijn vrienden hadden gevormd. Hun ongelijke benen hinderden ze helaas niet en ze waren enorm snel.
      We renden naar ze toe. Amy legde kalm een pijl op haar boog. De empousa die met haar gezicht naar ons gericht was, keek geschrokken en kwaadaardig op. Voordat ze iets kon doen, werd ze geraakt door een bronzen flits en viel ze dood neer. Haar lichaam veranderde in klompjes goudkleurig stof.
      De overige twee monsters waren voor een paar tellen te verbaasd om te reageren. Nu was het mijn beurt.
      Ik viel de empousa die het dichtst bij me stond aan. Voordat ze ook maar iets kon doen, zwaaide ik met mijn zwaard en had ik haar doormidden gesneden.
      Ik nam niet de tijd om te zien hoe ze tot stof verging en draaide me gelijk om naar de laatste empousa, die met vlammend haar en klauwen op me af kwam.
      Ik dook weg voor haar klauwen en belandde zo half op de grond, in de sneeuw. De empousa probeerde me opnieuw aan te vallen, maar ik zwaaide met mijn zwaard en hakte zo in haar zij.
      Haar ogen lichtten op, ze schreeuwde en veranderde in stof dat deels op me neer daalde. De lucht leek na te rimpelen, alsof haar vurige ogen me nog nakeken, maar verder was het gevaar geweken en de stilte teruggekeerd.
      Ik stond op. 'Hoi. Ik ben nog niet dood.'
      Rivka en Clint keken me verbaasd en opgelucht aan. Rivka maakte een geluidje en omhelsde me onstuimig. 'Je leeft nog!'
      'Uh, duh. Zo makkelijk komen jullie niet van me af.'
      Ik liet Rivka los en keek naar Clint, die me een lichte klap op mijn rug gaf. 'We wisten wel dat je nog zou leven,' zei hij, maar ik kon duidelijk zien dat er een zware last van zijn schouders was gehaald.
      'Volgens mij is het tijd dat we dat zwaard leggen op de plek waar het hoort,' zei Amy achter ons. Ze had haar boog op haar rug gehangen.
      Ik zag hoe Clint even jaloers naar haar pijlen keek voordat hij antwoordde. 'Dat is even een probleempje. Ik ben geen halfgod, dus ik kan het kamp niet in.'
      'Dat maakt niet uit,' zei Amy. Ze ging de grens van het kamp over en zei: 'Ik, Amy Louisa Song, geef toestemming aan...' Ze keek Clint even vragend aan.
      'Clint Barton,' zei hij snel. 'En anders de fameuze Hawkeye.'
      'Ik geef toestemming aan Clint Barton om het kamp te betreden,' eindigde ze. Er gebeurde niets, geen explosie, vuurwerk of iets anders.
      Clint stapte zonder problemen het kamp binnen. 'Cool.'
      Ik liep achter Clint aan. 'Niet schrikken, maar ik ben ook een halfgod blijkbaar. Ik heb die hocus pokus dus niet nodig.'
      Clint en Rivka knikten. 'Dat wisten we al,' zei Clint. 'We vonden in je rugzak een stuk Goddelijk Brons met hoogstwaarschijnlijk jouw bloed erop en dat is alleen mogelijk als je een halfgod bent.'
      Ik fronste. Dat avontuur bij de militaire haven in Washington D.C. leek zo lang geleden. Ongelofelijk dat ik toen al had kunnen weten wat ik was.
      Ik draaide me om naar Amy toen ik me iets besefte. 'Zei jij niet tegen me dat je naam Amy Louisa Pond was? Je zei net Song als je achternaam.'
      Amy werd rood. 'Ik uh... ik gebruik allebei de namen door elkaar. Ligt aan de situatie. Het is een lang verhaal.'
      Voordat ik haar verder kon ondervragen, kwam Chiron in zijn centaurvorm naar ons toe. 'Hallo, welkom op Camp Half-Blood. Ik zie dat jullie een zware reis achter de rug hebben.'
      Ik zag hoe Clint verbijsterd naar Chirons onderlijf, een witte hengst, keek. Hij vroeg zich waarschijnlijk af hoe raarder deze dag wel niet kon worden en ik was het helemaal met hem eens.
      'Dat kunt u wel zeggen, Chiron,' zei Amy. 'Gelukkig is Harpe nu terecht en kan het op een veilige plek opgeborgen worden.' Ze keek even naar mij.
      Om eerlijk te zijn had ik helemaal geen zin om het zwaard weg te geven. Voor het eerst voelde ik me echt krachtig en onverslaanbaar, alsof ik letterlijk elk monster aan zou kunnen. Ergens wist ik wel dat dit kwam door het aura van het zwaard en dat het nodig tijd werd om het te dumpen.
      Chiron stak zijn hand op. 'Geef me het zwaard, Rebecka.'
      Hoe wist hij mijn naam? Door SHIELD? 'Nee,' zei ik standvastig.
      Chiron keek streng en zuchtte. 'Rebecka, het zwaard van Perseus is gevaarlijk. Hij heeft dit zwaard gekregen van niemand minder dan Athena, vandaar de macht die het uitstraalt. Er zijn nog steeds sporen van Medusa's giftige bloed erop. Perseus mag dan wel aan een goed einde gekomen zijn, de meeste mensen die dit zwaard hanteren, eindigen tragisch. Geef me het zwaard, Rebecka.'
      Ik maakte nog steeds geen aanstalten om het zwaard te overhandigen. Ik hield het zo erg hard vast dat mijn knokkels wit werden.
      'Becky,' zei Rivka naast me. 'Kom op, geef hem het zwaard.'
      Ondanks dat mijn hele lichaam 'Eh, NOPE' vond, overhandigde ik Harpe aan Chiron. Meteen voelde ik me vermoeid en hongerig. Voor het eerst begonnen mijn opengehaalde knieën pijn te doen.
      Rivka moest me ondersteunen. 'Volgens mij kunnen we beter ergens gaan zitten.'
      Grimmig keek Chiron naar mijn toestand. 'Kom maar mee, zo snel mogelijk naar het Grote Huis.' Hij knikte naar de babyblauwe boerderij voor ons en we gingen.


Camp Half-Blood, Long Island, New York, 12:18 AM US Eastern time, December 5th 2015

Inmiddels zaten we op de veranda van het Grote Huis. Will Solace, een jongen met blonde krullen en een zoon van Apollo, had mijn knieën en gezicht verbonden.
      Rivka, Clint en Amy zaten aan de warme chocolademelk. Binnen het kamp konden ze zelf bepalen hoe het weer was. Ondanks het koude seizoen lag er maar een heel klein beetje sneeuw op de velden en was het er niet echt heel koud. Er waren maar een paar kampers aanwezig die trainden of nieuwsgierig naar ons kwamen kijken.
      Ik kon er niets aan doen, maar ik keek net zo nieuwsgierig terug. Het kamp leek precies hetzelfde als in mijn droom met Quirinus, waar ik het waarschijnlijk nodig met Chiron over zou moeten hebben.
      Ik vroeg aan Will waar de centaur was gebleven en hij stond op. 'Ik kan wel even kijken voor je.' Hij liep naar binnen.
      Clint keek me onderzoekend aan. 'Gaat het een beetje?'
      Ik knikte. 'Ik ben alleen nogal verward. Ik heb heel wat vragen die beantwoord moeten worden. Eigenlijk weet ik niet waar ik moet beginnen.'
      'Bij het begin, lijkt het me.' Chiron, dit keer in een rolstoel zoals hij bij SHIELD kwam, kwam bij ons. 'Vertel ons alles.'
      Dus dat deed ik. Ik vertelde over de missie, mijn rare droom met Quirinus, mijn ontmoeting met Amy, de monsters die ik versloeg en de reis naar het kamp.
      Na het einde bleef het even stil. Iedereen staarde nadenkend voor zich uit. Ik kuchte even. 'Ik denk dat het wel duidelijk is dat ik bij mijn moeder in Philadelphia langs moet gaan.'
      Chiron knikte. 'En je vader? Wie is hij?'
      'Geen idee,' antwoordde ik. 'Ik heb hem nooit gekend.'
      Chirons blik werd iets onheilspellender. 'Het zou eigenlijk niet mogelijk moeten zijn, maar als wat ik denk juist is...'
      Ik ging iets rechter zitten. 'Wat?'
      'Het is duidelijk dat je een halfgod bent,' zei Chiron. 'Maar niet van de eerste generatie, zogezegd. Van de tweede, wat betekent dat je ouders allebei halfgoden zijn.'
      Mijn moeder, een halfgod? Dat was bijna lachwekkend. Mijn moeder was de vriendelijkste vrouw die ik kende, geen vechter.
      Chiron ging verder. 'Quirinus vertelde dat hij familie van je is, maar ook dat je niet eens voor de helft Grieks was. Hij noemde je zowel zorgwekkend als fascinerend.' Hij keek me aan en ik had het door.
      'Ik ben zowel Grieks als Romeins,' zei ik. 'Maar dat kan toch helemaal niet? Grieken en Romeinen kwamen elkaar pas weer tegen bij de Gigantenoorlog na iets van 150 jaar.'
      Chiron knikte. 'Ik weet ook niet hoe dit zo gekomen is. Een van je ouders is Grieks, de ander een Romein. Ik herken de naam van je moeder niet en de meeste Griekse halfgoden worden niet oud genoeg voor het krijgen van kinderen, dus ik tast ook in het duister.'
      Rivka schraapte haar keel. 'Zou het mogelijk kunnen zijn dat wij familie zijn? Aangezien ene fishlet graecus, oftewel Poseidon, je gered heeft.'
      Chiron schudde zijn hoofd. 'De laatste kinderen van Poseidon, naast jou en Percy dan, leefden rond de Tweede Wereldoorlog. Dat zou iets te oud zijn voor een vader of moeder van Rebecka. Poseidon zal zo eigen redenen hebben gehad om haar te redden.' Hij keek even schuin naar Rivka. 'Zoals het ondersteunen van zijn dochter.'
      Rivka glimlachte even. 'Altijd leuk om te weten dat hij wel om me geeft, afgezien van mijn keuze.'
      Ik zuchtte. 'Ik zal naar mijn moeder in Phillie gaan. En ik eis minstens drie weken vakantie van SHIELD.'
      'Wacht eens,' zei Clint. 'Je komt uit Philadelphia?'
      Ik knikte. 'Dat had ik je toch al een keer vertelt? Het staat in mijn dossier.'
      Hij keek nadenkend voor zich uit en mompelde: 'Philadelphia... Delphi...' Toen keek hij me aan. 'PhilaDELPHIa. Het is al die tijd al duidelijk geweest.'
      'Oh mijn goden,' zei ik. 'Jij bent echt erg, Clint.'
      'Dat valt toch best wel mee.'
      Ik haalde een wenkbrauw op en nipte even van mijn mok chocolademelk, die inmiddels nogal afgekoeld was. 'Ik heb al een keer gehoord dat je een agent zo erg plaagde dat ze haar voornaam zelfs moest veranderen, omdat die toevallig ook een biermerk was! En je haar alleen maar bier gaf van dat merk!'
      'Zo erg was het nou weer niet,' zei Clint. 'Die naam had ze toch al van haar weeshuis, dus wat maakt het uit?'
      Ik schudde mijn hoofd. 'Nog steeds erg, Clint.'
      Amy glimlachte even en stond op. 'Chiron, heeft u nog wat ambrozijn en nectar voor me? Mijn voorraad is op.'
      'Natuurlijk,' antwoordde Chiron. 'Volg me maar.' Hij reed er in zijn rolstoel vandoor.
      Amy pakte haar boog en pijlen die ze nonchalant in een hoekje had gegooid en draaide zich naar ons om. 'Ik zie jullie vast wel ergens weer.' Ze knikte naar me. 'Veel geluk met je zoektocht, Becky.' En weg was ze. We waren weer met z'n drieën.
      Ik had pas door dat ze me nog niet uitgelegd had hoe het nou zat met de tijd en haar auto toen het al te laat was. Jammer. Misschien was het wel een tijdmachine.
      Rivka en Clint staarden me aan. 'Dus je gaat weg,' zei Clint.
      'Tijdelijk maar,' zei ik. 'Ik verdien een vakantie. Het is niet dat ik gelijk met pensioen ga.'
      Clint knikte. 'Maak het niet te lang.'
      'Tuurlijk niet.' Ik nam weer een slokje chocolademelk. 'Dachten jullie echt dat ik dood was?'
      'Eigenlijk wel, maar we hoopten dat we het mis hadden,' zei Rivka. 'Mensen van SHIELD gingen gelijk naar je op zoek in de rivier, maar er was geen spoor van je te vinden.'
      'Ze zijn ook op zoek gegaan naar de dieven,' voegde Clint daaraan toe. 'En ze hebben die gevonden. Rivka en ik zijn hierheen gegaan in de hoop dat, mocht je nog leven, je hier met het zwaard te vinden was. Want dit is waar het zwaard hoort, ongeacht wat SHIELD vindt.' Hij wisselde een blik uit met Rivka.
      Ik fronste. 'Hoe bedoel je? SHIELD heeft toch niet de plannen gewijzigd en gezegd dat het zwaard naar ze toe moet?'
      Rivka schudde haar hoofd. 'Niet zo letterlijk, maar je hebt toch die doos met stukken Goddelijk Brons gevonden in een gebouw bij de militaire haven in D.C.?'
      Ik voelde hoe mijn gezicht bleek werd. 'Hoe weten jullie dat?'
      'Beveiligingsbeelden,' zei Clint. 'Relax, we hebben ze gewist.'
      Rivka knikte. 'Maar die doos is eigendom van SHIELD, niet van het kamp. Al dat Goddelijke Brons. We denken dat ze nog meer hebben.
      'Maar waarom dan?' vroeg ik. 'Dat is niet logisch.'
      'Het zou kunnen dat ze dat spul willen gebruiken voor een wapen,' zei Clint. 'Net zoals bij de Tesseract. Aangezien er een nieuwe dreiging is, namelijk mythologische monsters die alleen gevoelig zijn voor dat materiaal, heeft SHIELD iets nodig waarmee ze zich kunnen verdedigen. En we weten hoeveel ze houden van het maken van gevaarlijke zooi.'
      Ik wilde het niet geloven, maar ergens bedacht ik me dat het wel aan te nemen dat dit waar was.
      'We kunnen dit beter laten rusten,' vond Clint. 'Becky, ga op vakantie en op bezoek bij je moeder. Op dit moment is dat belangrijker.'
      Ik knikte. Rust zou ik ook echt nooit kunnen krijgen. Ik zou mijn antwoorden vinden, koste wat het kost.

Reacties (1)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen