‘Toen bracht Lina me naar een weeshuis, het heette De Zonneschijn. Terwijl ik meer tijd met de kinderen doorbracht begon mijn ziel langzaam te helen.’
Terwijl vader verder praat loop ik weg bij Raimon en ga ik bij Genesis staan. Izzy knuffelt me haast dood en ik hoor haar zacht snikken.
‘Dankzij jullie zag ik weer licht in het duister, dus je zou wel kunnen zeggen dat jullie mijn leven hebben gered, en daar ben ik jullie eeuwig dankbaar voor.’ Vertelt vader door. ‘Totdat vijf jaar geleden de Aliusrots neerstortte. Ik begon steeds meer aan wraak te denken en ik wilde de dood van mijn zoon wreken. Ik heb jullie daarbij gebruikt en… het spijt me.’
Het blijft stil. Isabelle laat me los uit haar knuffel en pakt mijn hand vast. Dan begint alles ineens te trillen en te schudden.
Net zoals onder de wedstrijd, maar dan veel en veel heftiger. Brokken puin vallen naar beneden.
‘Het stort in!’ schreeuwt iemand in paniek.
‘We moeten hier nu weg!’ roept Mark. Ik ren richting een uitgang, maar er klinkt weer een explosie. Vlak voor me valt weer een lawine van stenen omlaag. Ik val naar achteren en word net niet bedolven onder het puin.
‘Cassi! Kom hier!’ schreeuwt iemand verschrikt. Verdoofd staar ik naar de berg stenen waar ik bijna onder had gelegen. Ik trekt me overeind en duwt me terug naar de groep. Dan vliegt met piepende banden het Inazuma busje het veld op.
‘Allemaal instappen!’ schreeuwt meneer Veteran. Raimon rent direct op de bus af, maar Genesis blijft vertwijfeld staan.
‘Die bus in!’ schreeuw ik ze toe. Isabelle zegt wat tegen de rest van het team en ze rennen allemaal de bus in. Nog steeds vallen er brokken puin omlaag.
Ik pak Xavier bij zijn arm. ‘De andere teams! Waar zijn ze?’ vraag ik in paniek. Hij fronst even. ‘Gemini Storm, Prominence, de andere teams! WAAR ZIJN ZE?!’ schreeuw ik.
‘Ik… ik denk binnen,’ mompelt Xavier. ‘Maar je kan ze niet gaan halen, Cassi. Dat wordt je dood!’ hij duwt me naar de bus, maar draait zelf dan weer om. ‘Vader! Kom!’ hij rent naar meneer Schiller toe, die nog steeds op zijn knieën op het veld zit.
Ik ren meteen weg in de richting van de uitgang. Hij is half bedolven onder het puin, maar ik klim erover heen.
‘Cassi! Kom terug!’ hoor ik Fay vanuit de bus roepen. Haar stem breekt. ‘Het is te gevaarlijk, ik kan je nu niet kwijtraken!’
Ik slik de brok in mijn keel weg en kijk van de bus naar de kleine opening die de Alius Academie binnenleidt. ‘Jordan! Claude! Is daar nog iemand?’ schreeuw ik naar binnen. Er storten weer stenen omlaag, maar het blijft stil. Dan neem ik een besluit. Ik draai me om en ren terug naar de bus. Mark, Xavier en vader gaan net de bus binnen. Ik sprint zo hard mogelijk naar de bus en spring een tel voordat de bus wegschiet naar binnen. Ik zit op mijn knieën in het gangpad. Mijn longen branden en mijn spieren doen pijn van het werken op volle kracht zonder begrenzer. Ik moet dat echt onder controle leren krijgen. Toch is het knagende het schuldgevoel dat ik niet zeker weet of de rest in veiligheid is erger. Fay knielt naast me neer en slaat haar armen om me heen.
In sneltreinvaart schiet de bus door de gangen van de Academie. Er klinken nog wat explosies. Dan schieten we ineens het daglicht in. Met gierende banden komt de bus iets verderop tot stilstand. Er klinken weer explosies en dan stort de hele Academie in elkaar. Iedereen gaat de bus uit.
Genesis zit verdrietig bij elkaar op de grond. Ik kijk naar ze en kijk Fay dan aan. Ze begrijpt me meteen en laat me los. Ik kijk nog even toe hoe Axel zijn armen beschermend om haar heenslaat. Ik loop naar ze toe en steek ik mijn hand uit naar Izzy. Ze neemt hem verbaasd aan en ik trek haar omhoog. Ik sla mijn armen om haar heen. ‘Het komt goed. En ik ben er voor je. Daar zijn we vriendinnen voor.’ Fluister ik vastbesloten in haar oor.
Ik laat haar los en help ook de rest van Genesis overeind. Vader wordt door twee politieagenten meegenomen.
‘Vader! Ik… ik zal op u wachten!’ roept Xavier. Ik bijt op mijn lip. Hij klinkt zo verloren. ‘Dank je, zoon.’ Zegt vader, voordat hij in de auto wordt geduwd.
Detective Gregory loopt naar Genesis toe. ‘Kom op, er is hier niets meer te zien. Jullie kunnen met mij meekomen.’
‘Meneer detective?’ vraag ik zacht. Hij kijkt me streng aan, maar als zijn ogen de mijne vinden verzacht zijn blik. Hij leg een sterke hand op mijn schouder. ‘De kinderen van de andere teams zijn in veiligheid gebracht, Cassiane. Er zal goed voor ze gezorgd worden.’
Ik knik langzaam. Coach Lina loopt naar het team toe, maar ik loop naar de enige speler van Genesis die niet achter detective Gregory aan is gelopen. Xavier.
‘Hoi,’ zeg ik zacht. Xavier glimlacht geforceerd. ‘Je hoeft niet te lachen hoor,’ grinnik ik. ‘Ben je oké?’
Xavier zucht zacht en knikt dan. ‘Zo goed als, denk ik,’ zegt hij verdrietig.
Zonder na te denken sla ik mijn armen om hem heen. ‘Ik… het komt wel weer goed, Xavier. Je mag me altijd bellen, weet je. En ik kom jullie nog wel opzoeken, en…’
Ik laat hem los en stap iets naar achteren. Xavier glimlacht, ‘dat weet ik, Cassi.’
Ik glimlach. Coach Lina loopt naar Xavier toe. Ze steekt haar hand uit. ‘Kom, Xavier, we gaan.’
Hij twijfelt even en neemt haar hand dan aan. ‘Tot snel, iedereen.’ Glimlacht hij zwak.
‘Je blijft toch wel voetballen, hè Xavier?’ vraagt Mark.
Xavier knikt. ‘Zeker!’

We zitten in de bus terug naar Raimon. Voor het eerst voel ik me niet helemaal een buitenstaander meer. Behalve Sue kijkt niemand me meer raar aan.
Dan staat de bus ineens stil, hoewel we nog lang niet bij Raimon zijn. ‘Wat is er aan de hand?’ vraagt Mark.
‘Een klein technisch probleempje, denk ik… ik heb misschien iets teveel van het busje gevraagd,’ mompelt meneer Veteran.
‘Geen probleem!’ lacht Mark. Hij rent de bus uit en pakt een voetbal van achteren. Dan rent hij zo de heuvel af tot een gras veld naast de weg. ‘Laten we dan gaan voetballen!’
Iedereen doet mee, zelfs Nelly en Celia. Fay schiet haar IJsvlinder op Mark af. Ik glimlach blij, maar doe zelf niet mee. Ik zit op de heuvel toe te kijken, Silvia staat naast me.
‘Waarom doe jij niet mee?’ vraagt ze nieuwsgierig.
‘Je hebt toch gezien wat er met de spelers van Genesis gebeurde toen ze zonder begrenzers op hun best speelden? Nou, ik had ook een begrenzer, maar die had ik deze wedstrijd niet, terwijl ik wel op mijn best gespeeld heb, waardoor ik ongeveer hetzelfde heb als zij hadden. Simpel gezegd: enorme spierpijn.’ Lach ik.
‘Oh,’ Silvia kijkt me bezorgd aan. ‘Kan ik iets voor je doen?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Nee hoor, dat is echt niet nodig! Maar wel bedankt!’ lach ik.
Als de bus gemaakt is rijden we verder.
Als we op Raimon aankomen is de sfeer compleet anders dan de vrolijke stemming die in de bus hing. Er hangt een dreigende mist en iedereen stapt de bus uit.
‘Er is iets mis,’ zeg ik zacht.
Vanuit de mist stap een man naar voren. Het is Godric Wyles, de assistent van vader.
‘Dag kleine Raimonneten,’ zegt hij. Ja, het is echt een rare man. Achter hem staan elf figuren in zwarte mantels.
‘Het is nu tijd voor de laatste strijd, je zo het ook wel de strijd der strijden kunnen noemen.’ Gaat hij verder.
‘De allerlaatste strijd…’ stamelt Mark. Godric glimlacht gemeen en één van de figuren stapt naar voren. Hij komt naast Godric staan en zet zijn kap af. Zijn blauwe haar valt los langs zijn gezicht en zijn ogen staan kil. Ik heb hem nog nooit zo gezien.
Verbijsterd stap ik naar voren. ‘Nathan…?’ piep ik onzeker. Hij richt zijn kille ogen op mij en grijnst gemeen. ‘Cassiane Bianchi, is dat even lang geleden! De laatste keer was toch toen je ons verraadde voor die aliens?’
Ik krimp ineen. De rest van de figuren doen nu ook hun kappen af. Het zijn allemaal bekenden. Vrienden, teamgenoten. Kevin, Steve, Tod.
‘N-nathan? Wat is dit?’ vraag ik met een brok in mijn keel.

Reacties (3)

  • DeNaamIsGideon

    Dat was rude

    3 jaar geleden
  • Amberfoster

    NATHAN N NIET ZO GEMEEN CASSI IS VERANDERD, JIJ IDIOOT XD hbsdgfvjcbhjsdgbwghchwghegc

    3 jaar geleden
  • MrsNeymessi

    NATHAN WAT DOE JE ME AAN! YOU STUPID, YOU SCREWED UP more than me tho

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen