"No shelter, TV says 'bad weather'
Could you take me, take me by surprise?"

• • •

Ellis wist wel dat hij niet helemaal in orde was. Hij had het altijd al geweten, ergens. Een keer toen hij vier was, zo had zijn broer het verteld, wou hij naar een speeltuin gaan verderop in de straat en zijn moeder had geweigerd. En Ellis, die het niet gewoon was zijn zin niet te krijgen, had een mes uit de lade gepakt en geschreeuwd dat hij haar zou opensnijden. Op zijn tiende verjaardag had hij een chocoladetaart gekregen in plaats van een ijstaart en hij had hem van de tafel gegooid, met de kaarsen er nog op. Zijn huis was bijna in brand gevlogen toen het gordijn in vlammen uitbarstte. In die tijd hadden zijn ouders en alle therapeuten het nog op zijn jeugd gestoken. Hij is nog jong, zeiden ze. Hij weet niet wat goed of kwaad is. Misschien was dat ook wel zo. Nu hij echter zeventien was en bewust van zijn acties, had hij ook wel door dat het niet normaal was een blackout te krijgen wanneer hij weer eens te kwaad werd, maar hij kon het niet helpen. Het kon hem niet eens meer zoveel schelen, de laatste tijd.

Nu dat Caden in een hoekje gedrukt zat, zijn ogen groot en zijn handen trillend, wist Ellis het nog steeds - ergens ver weg in zijn achterhoofd. Toch liet hij het rood zijn zicht overnemen en liet hij zijn hand het mes naast het hoofd van Caden gooien op maar een paar centimeter na. De jongen liet een kreet van afschuw horen. "Waarom", begon Ellis, die langzaam naar Caden toeliep. Hij leek bij elke stap kleiner te worden. "Waarom heb je dat gelul over me verspreid?"
"Ik- ik weet n-niet waar je het over hebt", snikte Caden. Ellis schopte hem in zijn mag en hij liet nog een kreet horen. Leugenaar, dacht hij. Hij had het iedereen verteld, het ongeluk... het had niet moeten gebeuren, maar Ellis was dronken. En de vreemde jongen, zijn lippen, ze hadden de leegte eindelijk opgevuld. Had hij geweten dat er iemand had staan toekijken... Hij balde zijn vuisten. Deze school zat vol met leugenaars en hij was de grootste van hen allemaal. "Waarom?" riep hij nu, harder en Caden kromp zo mogelijk nog harder ineen en begon onverstaanbaar te jammeren. Ellis liet een grom van frustratie horen en liep terug naar de tafel, waar hij zijn messen had neergelegd. Hij hief zijn lievelingsmes op - hij had een donkerblauw handvat bedekt met zwarte edelstenen en de punt was zo scherp dat je hem door de lucht kon horen suizen. "Ik vraag het je nog één keer", zei Ellis. Hij liet zijn vinger over de scherpe kant van het mes glijden en er verscheen een snee die hevig begon te bloeden. Hij grijnsde ernaar, maar verving die blik snel terug door een moordende. "Waarom heb je dat gelul over me verspreid?" Hij schudde zijn hoofd. "Ik was het niet, ik zweer het, ik doe alles wat je wil maar alsjeblieft-" Het geluid dat hij liet horen toen het mes naast zijn hoofd belandde sneed door de lucht. Ellis durfde te zweren dat de glazen ruiten begonnen te trillen en dat er de seconden daarna niets te horen was naast de echo van Caden's gil. En hij genoot ervan. "Jouw keuze", fluisterde Ellis in zijn oor en toen liet hij de jongen alleen achter in het afgelegen klaslokaal, trillend, bang, op de hoogte van het verborgen dreigement in Ellis' woorden.

Ellis' handen trilden en zijn ademhaling werd onregelmatig terwijl hij door de gangen van de school zwierf. Niet weer, dacht hij. Verdomme, niet wéér. Toen zijn handen zo erg trilden dat zijn hij zijn tas amper nog kon vasthouden en zijn zicht een waas werd van blauw en grijs en Caden's doffe, bange ogen, zocht Ellis met zijn laatste kracht naar het potje pillen in zijn jaszak. Hij schudde wat pillen in zijn handen, meer dan eigenlijk de bedoeling was, maar hij was te ver weg om zich daar zorgen om te maken. Zonder er ook maar aan te denken ze met water door te slikken, nam hij ze droog in. Ze schuurden zijn keel en het voelde als de verlossing waar hij nu al jaren naar zocht. Hij wist wel dat dat slechts schijn was, want dat gevoel had hij iedere keer. Maar voor nu was het goed genoeg. Nog steeds trillend liet hij zich langs de muur omlaag zakken met zijn hoofd verborgen in zijn handen.

Hij wist niet hoeveel tijd er voorbij was gegaan. Een paar minuten? Een uur? Hij had geen idee. Ook de tijd was een vuile leugenaar. Zijn ogen vlogen open na al die minuten of uren of, als het aan hem lag, dagen, om een ander paar ogen te ontmoeten. Op de één of andere manier had hij zijn aanwezigheid in de gang al gemerkt voor hij hem hoorde of zag. De jongen keek hem met een frons aan en nieuwsgierig liet hij zijn ogen over Ellis' lijf glijden. Het beviel hem niets. "Wat moet je?" snauwde hij. De jongen kromp een beetje ineen (hij was niet dom - hij wist wie Ellis was), maar bewoog of antwoordde niet. "Ga verdomme uit mijn zicht als je niets te zeggen hebt." Nu verscheen er een grijns op zijn gezicht. "Wie had ooit kunnen denken", mompelde hij. Ellis snapte er niets van en het ergerde hem mateloos. "Waar heb je het over?" Er verschenen pretlichtjes in de ogen van de jongen voor hem. "Wie had ooit kunnen denken dat Ellis Cooper in dezelfde ruimte als mij zou zitten janken." Ellis' hart stopte even. Hij had niet doorgehad dat hij aan het huilen was. "Ik ben niet aan het janken", mompelde hij zwak. De jongen lachte en stak zijn hand uit. "Ach, trek het je niet aan. Ik ben al lang blij dat je niet gewoon een emotieloze robot-psychopaat bent." Ellis keek fronsend naar de hand, om hem daarna te negeren en zelf recht te staan. Nu hij oog in oog stond met de jongen verbaasde hij zich erover hoe groot hij was. En hoe de grijns op zijn gezicht hem veel te hard aan de zijne deed denken. "Wat is je naam?" vroeg hij, niet uit interesse maar omdat het hem misschien nog goed uit zou komen. Ellis hield ervan om op de hoogte te zijn, het was de beste manier om zijn reputatie hoog te houden. "Cole", zei de jongen meteen. Hij keek op Ellis neer met diezelfde lichtjes in zijn ogen, alsof hij wist hoe vervelend hij het vond om kleiner te zijn dan anderen. "Oké, Cole." Ellis deed een stap naar achteren om het verstikkende gebrek aan ruimte te doorbreken. "Maak dat je weg komt."
"En anders?" vroeg Cole speels. Ellis draaide met zijn ogen. "Wil je echt daarheen gaan? Ik moet je niet vertellen wat ik anders zal doen." Cole leek nog steeds niet van zijn stuk gebracht te zijn. "Jij doet helemaal niets", zei hij zelfverzekerd. Bij dit antwoord trok Ellis een wenkbrauw op. Was deze jongen mentaal gehandicapt? Of gewoon gestoord? "Ik vertel de hele school dat ik je betrapt heb terwijl je huilt." Ellis grinnikte en weerspiegelde de grijns op Cole's gezicht die verzwakt was door Ellis' reactie. "Wie gaat jou geloven? Ik betwijfel of je überhaupt wel iemand hebt om het aan te vertellen." Cole's mond zakte een stukje open, op zoek naar woorden. Maar daar moest Ellis niets van hebben.

"Je kan de duivel niet beduvelen, idioot", grijnsde hij in zijn oor en hij stompte hem in zijn maag voor hij een sigaret opstak en wegliep.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen