Foto bij Bloed, takjes en vogels

Ik opende mijn ogen en keek met moeite om me heen. Ik zag geen steek voor ogen, maar wist wat er gebeurd was aan de pijn in mijn linkervleugel. Ik voelde de tranen opkomen en gilde van frustratie. Mijn hele familie, vrienden en andere feeën waren morsdood. Ik bleef gillen van pijn, angst en verdriet. Het verdriet om verloren geliefden sneed door me heen. Ik wou opstaan, maar kon niet eens rechtop zitten. Ik zat gevangen in een kooi. 'Hou toch je kop, waardeloze trut!' Hoorde ik van voor. Ik huilde verder in stilte, en wist precies wie het had gezegd. De man waarvoor mijn familie, correctie: mijn DODE familie me voor gewaarschuwd had. Oslo. Ik beukte zo hard als ik kon (en dat was behoorlijk hard) tegen één van de wanden van de kooi aan, maar er kwam geen beweging in. Ik was al achttien, dus behoorlijk groot, en mijn vleugels zaten opgepropt. We stopten met rijden, en ik werd ruw uit mijn kooi getrokken. Toen ik eruit was werd ik hard in mijn nek gegrepen en meegesleurd. Ik verzette me, en even raakte Oslo uit evenwicht. Ik stopte met mijn elleboog in zijn gezicht, maar hij greep me weer stevig vast. Ik werd in een donkere kamer gesmeten, en alleen achtergelaten. Na ongeveer een uur werd de deur opengedaan, en liep ik gehoorzaam naar buiten. Daar werd ik geboeid, en naar een grote zaal geleid. Degene die me vasthield deed geen moeite om voorzichtig te zijn. Ik werd neergeduwd op de grond. Daar werd ik aan kettingen aan de grond geketend. Ik zag hoe Oslo opstond van zijn soort van troon aan de andere kant van de zaal, en langzaam naar me toe liep. 'Zo, zo...' Hij wou mijn naam zeggen, maar wist die niet. 'Wat is je naam?' Zijn stem klonk zacht en dreigend. Ik zweeg, en kreeg een harde schop. 'Erza.' 'Zo, zo Erza, je bent de enige overlevende fee. Hoe oud ben je?' Ik zweeg weer, en voelde hoe zijn vieze laarzen in mijn kastanjebruine haar gezet werden, en mijn hoofd tegen de grond duwden. 'Achttien.' 'Brave meid.' Hij ging zitten, en haalde wat uit de zak van mijn mantel. Ik keek wat het was, en gilde:' blijf daar met je vieze poten van af, hypocriet!' Hij had het allerlaatste takje van de boom uit het feeënrijk te pakken. 'Deze bewaar ik nog even.' Ik mompelde verwensingen, en hij duwde harden met zijn voet. 'Waar ben ik?' Gromde ik. 'Het is nu geen tijd voor jou om vragen te stellen, waardeloos stuk verdriet, maar deze zal ik je geven. Je bent op de grens van het Rijk Van Het Witte Woud, en het Rijk Van Legendes. Maar laten we nu maar beginnen. Ik kan geen fee meer overlaten, dat begrijp je.' Wow, dacht ik bij mezelf. Het Rijk Van Het Witte Woud, en het Rijk Van Legendes waren heel ver van het feeënrijk vandaan. ze kagen zelfs helemaal aan de andere kant van alle rijken. 'Dood me dan, als je durft.' Zei ik. Ik was altijd een stoere geweest, vroeger wou ik altijd met je jongens meespelen, en laatst was ik weg geweest om een moeilijke klus te klaren. 'Nee, dat zal ik niet doen. Maar wist je dat als een fee geen vleugels meer heeft, dan zijn alle magische krachten weg, en is het geen fee meer! Tenslotte zijn ze veel geld waard.' Ik slikte, en voelde een harde ruk aan mijn gewonde vleugel. 'Shit, mompelde Oslo. Die vleugels zitten steviger vast dan ik had gedacht.' Hij zette zijn voet op mijn rug, en trok harder. Hij haalde een mes tevoorschijn, en maakte een lange snee in mijn rug. Ik gilde van de pijn, en balde mijn vuisten. 'Monster!' Gromde ik. Hij trok weer heel hard, en ik gilde harder. Het deed meer pijn dan levend verbranden. Hij pakte het mes weer en sneed ook in mijn vleugel. Ik krijste het uit toen mijn vleugel brak door het harde trekken. Er spoot een fontein van bloed uit mijn rug, en ik voelde beetje bij beetje mijn magie wegebben. Mijn vleugel brak nog een keer, op een andere plek, en er werd nog meer gesneden. En toen was mijn linkervleugel weg. Foetsie. Er staken nog wat veren uit de rafelige wond. Er lag een verkreukelde en met bloed besmeerde vleugel naast me. De marteling ging verder, en hij ging verder bij mijn rechtervleugel. Na een hoop snij, trek en krijs werk voelde ik de daden waarmee mijn vleugel vastzat breken, en spoot
Het bloed alle kanten uit. Ik had geen stem meer over, en gorgelde zacht. En toen viel er ook een tweede bebloede vleugel naast me neer. Ik voelde me slap van de pijn, en het verlies van mijn magie. Ik werd na een paar trappen losgemaakt van de grond, en weer meegenomen naar mijn kerker. Ik kreeg niks voor mijn wonden die over mijn hele rug liepen, en werd zonder eten achtergelaten.
Ik zat een paar dagen lang vast in mijn cel, toen ik weer eruit gehaald werd. Deze keer werd ik zelfs losgemaakt van mijn handboeien. Ik werd doodsbang toen ik Oslo's gezicht weer zag, en mijn bloed op de grond. 'Buig voor je meester, jij onbeleefd wicht!' Snauwde hij vanaf de andere kant van de zaal. Ik dacht aan het bloed op de grond, en boog. Blijkbaar was hij nu mijn meester. 'Ik was eerst van plan om je toch te doden, maar ik heb bedacht dat ik wel wat 'entertainment' kan gebruiken.' Ik keek hem een beetje verbaasd aan, entertainment? Ik dacht er aan dat hij mijn kostbaarste bezit, het takje, nog bad en vroeg gauw: 'moet ik voor u zingen meester?' Hij schudde zijn hoofd. 'Heb je huisdieren gehad?' Wat een rare vraag. 'Een vogeltje.' Zei ik. 'Roep het.' Ik deed niks. Hij haalde het takje uit zijn zak, en hield het bij een kaars. Gauw floot ik op mijn vingers. Jet, mijn vogeltje, volgde me altijd en overal. Ik wist dat ze in de buurt moest zijn. Ik zat een paar minuten in stilte, en toen kwam Jet door het open raam vliegen. Ze landde op mijn uitgestoken vinger, en ik bekeek met trots haar prachtige, lichtpaarse veren. 'Het is een heel tamme vogel, ze kan zelfs een paar trucjes...' Begon ik. 'Ja, ja, ja,' zei Oslo ongeduldig toen ik over haar kopje aaide. 'Dood het.' 'Wat?!!' 'Dood het. Knijp het fijn.' Zei Oslo koel. Ik keek hem woedend aan. Hij hield opnieuw het takje bij een kaars, en ik zuchtte. 'Goed, meester.' Ik wou die vieze moordenaar geen 'meester' noemen, maar ik moest wel. Jet ging op mijn hoofd zitten, maar ik haalde haar er vanaf. 'Het spijt me,' fluisterde ik met tranen in mijn ogen. Ik sloot mijn hand om het breekbare, onschuldige, prachtige lichaampje heen, en kneep hard. Het bloed stroomde over mijn handen, en de tranen liepen geruisloos over mijn wangen. Ik liet me op mijn knieën vallen. Oslo kwam op me aflopen, en duwde me. Ik viel voorover, en hij schopte tegen de ontstoken wonden in mijn rug. Hij verplaatste zijn gewicht naar zijn voet, en draaide hem heen en weer alsof ik een deurmat was. En toen viel er iets naast me. Het was het takje met het lichtroze blaadje eraan. Ik stopte het vlug in mijn zak, en keek hem met een nep- glimlach aan. 'U-u bent groots meester. I-ik ben zo blij.' De tranen stroomden nu echt. Hij schopte me naar de deur waar ik mijn handboeien weer om kreeg.

Reacties (1)

  • Snufkin_

    (Ja ik had in de tijd dat ik dit schreef geen idee wat een hypocriet was en gebruikte het in totale verkeerde contextxD)

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen