Foto bij Bagagedrager

Schrijfwedstrijd Rhyme
Opdracht 2: Dialogen


Een verhaal staat of kraakt bij het schrijven van dialogen. Het is een belangrijk onderdeel van je verhaal, aangezien je personage niet de enige is die in jou wereld bestaat. Voor deze opdracht moet je een dialoog gaan schrijven, tussen twee of meerdere personen. Onderwerp voor het dialoog mag je zelf helemaal weten, maar ik zou deze graag wel even van tevoren willen weten. Laat je onderwerp dus even onder in een reactie achter of in de inleiding van je tekst! (Je mag gaan schrijven en tijdens het schrijven het onderwerp bepalen als jij het fijn vindt, maar laat het onderwerp dan in ieder geval even weten vlak voor je het inlevert.)

Het hoeft helemaal geen gek gesprek te worden. Desnoods knoop je een gesprek aan met je personage of hij een kop thee wil. Of beschrijf je een gesprek wat je zelf de afgelopen dagen hebt gevoerd. Waar ik bij deze opdracht echter dan wel op ga letten, is hoe jij het gesprek beschrijft. Een gesprek is namelijk niet alleen mensen die tegen elkaar aanpraten. Er gebeurt veel meer in een dialoog. Er zit emotie misschien wel achter of iemand krabt aan zijn neus. Ik zal even een voorbeeld laten zien wat ik NIET wil zien met deze opdracht, en waar je voor het deel 'houden aan de opdracht' ook 0 punten voor scoort als ik het wel zie, kijk daarvoor maar even onder de spoiler!

Als twee personen verdwaald zijn...


‘Jij bent verdwaald.’ De woorden schieten uit haar mond, alsof ze ze naar hem uitspuugt. Ze legt nadruk op het derde woord, waarbij haar stem overslaat.
De blik van de jongen blijft ver vooruit wijzen, terwijl hij haar negeert en door blijft trappen. Echter raakt ze er nog geïrriteerder door.
Ze springt van de bagagedrager en landt met twee voeten op de grond. Door het plotselinge gewichtsverlies zwenkt de fiets naar rechts, de berm in. Fens valt in het hoge gras.
‘Heb ik het je niet gezegd? We moesten bij de ruïne naar links.’
‘Dat is niet waar. Jij zei dat je de vorige keer rechtsaf ging!’ Fens kijkt haar met een priemende blik aan. Hij probeert de Gazelle van zich af te duwen, maar Mia is hem voor en legt haar voet op het zadel, waardoor de trapper in zijn onderbuik prikt. ‘Dit doet pijn,’ kreunt hij.
Mia laat een sadistisch lachje horen en schudt haar hoofd. ‘Nonsens.’
‘Ik kan er ook niets aan doen!’ moppert hij, terwijl er een zucht over zijn lippen rolt.
Plotseling omklemmen zijn vingers Mia’s enkel, waarop ze begint te gillen. De afleidingsmanoeuvre geeft Fens de ruimte om onder de druk van de fiets uit te rollen en in een paar tellen op beide benen te staan.
Woedend kijkt hij Mia aan en legt zijn hand om Mia’s mond, om haar tot zwijgen te brengen. ‘Doe niet zo belachelijk. Wat maakt het nou uit wiens schuld het is dat we nu de weg niet meer weten? We zijn allebei verdwaald en we komen geen centimeter vooruit als je zo door blijft gaan.’
Bliksemschichten springen over, heen en weer tussen Fens en Mia. Tot Mia een paar keer met haar ogen knippert en Fens’ hand wegrukt. ‘Je stinkt.’
‘Ik zei dat je niet zo belachelijk moest doen.’ Toch rolt de jongen met zijn ogen en tilt een van zijn mondhoeken op. ‘Je hebt toch een landkaart bij? Misschien kunnen we met behulp van die kaart de weg terug vinden.’ Hij tilt de fiets op en veegt het zand van het zadel.
‘Ja, baas.’
Mia begint te rommelen in haar rugzak. ‘Zakdoekjes. Een pen. Kauwgom. Wil je een kauwgompje?’
‘Graag.’
Ze vist een bottle-verpakking Sportlife uit haar tas, pakt er eerst zelf een en biedt Fens daarna eentje aan. ‘Wist je dat uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat kauwgom een echte dorstlesser is? Het stimuleert de aanmaak van speeksel in je mond, waardoor er vervolgens een strijd wordt aangegaan tegen het dorstgevoel. Ideaal, vooral als we nog uren verdwaald blijven en we dorst krijgen.’ Gretig pakt hij er eentje aan.
Misschien wilde hij het kauwgompje iets te graag, want de verpakking valt op de grond. Alle dorstlessers rollen door het zand en er komt stoom uit Mia’s oren.
‘Dit meen je niet. Serieus, Fens? Dit meen je toch niet?’ Ze begint te stampvoeten en draait hem de rug toe. ‘Alsjeblieft, ik wil hier weg. Ik wil naar huis.’
‘Mia, sorry!’
In dit geval is het excuus te laat aangeboden, want het meisje gooit haar rugtas op de grond en beent weg. Pas na een aantal passen beseft ze dat ze de verkeerde kant op loopt. Op haar hielen draait ze zich om en haast zich in de tegengestelde richting.
‘Je gaat de verkeerde kant op!’ begint Fens haar te pesten en om haar nogmaals tot desoriëntatie te brengen.
‘Ga fietsen, man!’
‘Je vergeet je tas!’
‘Rot op!’ gilt ze. Ze begint te rennen.
‘Goed plan, trouwens,’ mompelt Fens en zet zijn voeten op de trapper. Net op tijd vergeet hij niet de tas mee te nemen, maar als hij vaart maakt en op de trappers gaat staan verliest de ketting het contact met de tandwielen. Zijn voeten schieten van de trappers en hij valt op het harde asfalt.
Met een klap raakte zijn hoofd het wegdek en werd de wereld te donker om nog bij bewustzijn te kunnen blijven. Hij ziet Mia pas weer als ze met haar neus boven zijn gezicht hangt.
‘Ah, je leeft nog,’ klinkt ze opgelucht.
‘Ben je daarom zo blij?’
‘Je bloedt.’ Ze fronst haar wenkbrauwen en trekt haar tas op schoot, waaruit ze zakdoekjes tovert. ‘Hier, druk dit tegen je hoofd aan. Dit moet ervoor zorgen dat het bloeden stopt. De rechterkant van je voorhoofd is gewond; het bloed drupt langs je slaap naar beneden. Als je het doekje tegen je voorhoofd houdt, komt het wel goed. Ik ga hulp zoeken.’
Hij krijgt de zakdoekjes in zijn handen gedrukt en Mia springt op. Ze kijkt een paar keer om zich heen, om vervolgens een willekeurige kant op te lopen. Fens duwt zichzelf overeind. ‘Mia?’
‘Gewoon blijven ademen. Rustig blijven liggen. Ik kom zo terug.’
‘Mia!’ Ze draait zich om en plant haar handen in haar zij. Ze wacht af tot haar broer zijn mond opentrekt, wat hij na enkele seconden doet: ‘Je gaat de verkeerde kant op.’
Ze rolt met haar ogen. ‘Oké.’ Dan draait ze zich om en holt de juiste kant op.
Fens schudt grinnikend zijn hoofd en krabbelt overeind. Dat zusje van hem is echt te bezorgd. Overbezorgd. Hij begint langzaam achter haar aan te sjokken en kan het niet laten haar na te roepen: ‘Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat kauwgom kauwen positieve effecten heeft op het geheugen.’ Op normale luidheid voegt hij toe: ‘Althans, ze zijn nu bezig met het uitzoeken of deze effecten inderdaad positief zijn. Maar ik kwam er net achter dat dit onderzoek in de praktijk toepasbaar is.' Zijn spraak wordt even onderbroken door een grijns, waarop hij vervolgt: 'Als je kauwgom aan je zusje geeft, komt ze weer bij haar positieven en herinnert ze zich weer hoe het werkt om aardig te zijn.’

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen

Add Your Banner Here