Foto bij Hoofdstuk 46

Ja, wat zal ik zeggen... Het is een tijdje geleden. Dit hoofdstuk had ik overig al pittig lang staan, maar ik was het verhaal again een beetje uit het oog verloren.
Met wat aanmoediging van Natas ben ik maar weer eens verder gegaan, dus bij deze. Ik ga proberen om hier net als bij I Dare You op een vaste dag in de week te activeren.

Emora en Rhodíq hielden steeds genoeg afstand om net niet gezien te worden door de rest. Ze naderde het vuur nu via de andere kant van de stad, waar het grotendeels donker en verlaten was. Toen ze in de buurt van de Steenbok kwamen, was het schijnsel van de vlammen al te zien. Rhodíq ging de hoek om en zag dat de rest verderop stilstond.
“We wachten hier,” fluisterde ze tegen Emora. Haar woorden werden echter overstemd door een knal.
“Wat was dat?” vroeg Emora gespannen?
Rhodíq schudde haar hoofd ten teken dat ze het niet zeker wist.
“Ontploffende kruitvaten,” vermoedde ze. Toen de dwergen voor hen de hoek om gingen, liep ze snel een stuk naar voren. Ze was ongeveer drie meter van de hoek vandaan toen Fíli en Gandalf plotseling terug naar achteren stapten. De rest volgde hen. Rhodíq drukte zich tegen de muur aan en hoopte dat ze hen in het donker niet op zouden merken. Ze wisselde een korte blik uit met Emora, die precies hetzelfde deed.
Een tijd lang bleven ze zo staan.
“Moeten we niet naar ze toe gaan?” fluisterde Emora toen. “Ze zullen ons nu toch niet meer terug sturen?”
Rhodíq schudde haar hoofd ter bevestiging. “Noch naar de zaal, noch naar de Steenbok.” Of ze er blij mee zouden zijn, was een ander verhaal.
Kíli stapte achteruit en maakte een geschrokken geluid toen hij tegen Rhodíq op botste. Hij en Iram draaiden zich tegelijkertijd om.
“Wat doen jullie hier?” siste Kíli geschrokken. “Het is hier gevaarlijk.”
“Voor jullie ook.” Rhodíq probeerde langs hem heen te kijken. “De Steenbok is ons huis en we stellen het op prijs als het niet afbrandt.”
Kíli keek om naar Iram. “Dat stel ik ook op prijs,” bevestigde die met een flauw glimlachje. Hij pakte Kíli’s arm toen hij zich naar de rest van de groep toedraaide. “Het is niet jouw verantwoordelijkheid,” fluisterde hij.
“Het is een afleiding!” Thorins stem was voor hen net te horen. De man keek met een verwilderde blik in zijn ogen naar Gandalf.
Het contrast tussen de dwerg en de tovenaar was bizar. Gandalf stond erbij alsof hij een situatie als deze niet vreemder vond dan het bestellen van een glas wijn in de Steenbok.
“Dat is het inderdaad,” zei hij peinzend, “maar ik weet nog niet waarvoor.”
Thorin leek al niet meer te luisteren, hij leunde om de hoek van de muur heen.
“Waarvoor zou het kunnen zijn?” vroeg Fíli.
“Als ik dat wist, beste jongen, zou ik het je zeker vertellen.”
“Het vuur dooft uit.” Thorin draaide zich weer om en leunde met zijn rug tegen de muur. “Wat er gebeurd is, is gebeurd.” Hij wierp een blik om zich heen alsof hij alsnog probeerde uit te vinden wat er gebeurd was.
Rhodíq vermoedde dat ten minste één van de drie Emora en haar nu opgemerkt moest hebben, maar het leek niemand echt wat te kunnen schelen.
“Ze gaan er vandoor,” siste Thorin toen hij weer om de muur keek. De vlammen weerspiegelden in het staal toen hij zijn zwaard trok.
“Dat lijkt me een goed teken,” merkte Gandalf op. Thorin draaide zich om en keek hem aan alsof hij nog nooit zoiets bizars gehoord had.
“We kunnen ze hier niet zomaar binnen laten treden.” Terwijl hij een stap naar voren zette, schoot er een pijl vlak langs hem heen. Het ging zo snel dat Rhodíq hem pas opmerkte toen hij al in Irams arm bleef steken.
Iram maakte een onderdrukt geluid van pijn en wankelde achteruit. Hij leunde met zijn rug tegen de muur, terwijl hij zijn arm net onder de pijl vastgreep.
Kíli’s blik schoot geschrokken heen en weer tussen Iram en de plaats waar de pijl vandaan kwam. Toen haalde hij een pijl uit zijn pijlenkoker en sprong naar voren.
“Kíli!” Thorin volgde zijn neefje snel toen hij om de hoek verdween.
“Breng hem weg van hier,” gebood Gandalf Rhodíq en Emora. Hij leek plotseling op zijn hoede. Terwijl Emora Irams andere arm pakte en hem meenam, ging hij en Fíli ook de hoek om.
“Waar brengen we hem heen?” vroeg Emora.
Rhodíq beende terug in de richting waar ze vandaan kwamen. “Weg van daar.”
“Ik kan zelf ook wel lopen.” De onderdrukte pijn klonk door in Irams stem.
“Terug naar de zaal,” zei Rhodíq. Ze keek om om te controleren of Emora en Iram volgden.

Reacties (2)

  • Croweater

    Jaaa eindelijk! more mo r e MORE!

    5 jaar geleden
  • chanyeoI

    Op zich ben ik het met Thorin eens. Ik kan me ook niet helemaal voorstellen hoe dat een goed teken is.
    +kudo

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen