Foto bij Hoofdstuk 49

Emora en Rhodíq hadden Iram mee teruggenomen naar de Steenbok. Op het plein voor de herberg was wat verwoesting te zien van de brand, maar er leek niet echt veel schade te zijn. De bezoekers van de herberg waren vooral geschokt en Bofur smeekte Rhodíq om ’s nachts te helpen.
Blijkbaar vond niemand het een goed plan om te gaan slapen terwijl er net een brand geweest was op het plein. Rond vier uur ’s nachts was de gelagkamer nog steeds stampend vol. Sedi was inmiddels weg en Bombur was ergens waar niemand hem kon zien. Iets wat hij bijzonder vaak presteerde en wat Rhodíq bijzonder knap vond gezien zijn omvang.
“Krijgen we ze ooit nog weg?” vroeg Rhodíq aan Bofur, terwijl ze twee glazen wijn inschonk.
“Weg?” vroeg Bofur glazig. “Zolang ze blijven betalen, hoeven ze van mij niet weg.”
“Van mij wel,” antwoordde Rhodíq prompt.
Bofur grijnsde. “Ik vrees dat dat jouw probleem is.”
Dat vreesde Rhodíq ook. Ze leverde de glazen af bij twee mannen die met een zwaar accent praatten. Eén van hen had zijn rode baard in een vlecht die zo lang en dun was dat Rhodíq er geïntimideerd naar keek. Toen de man haar blik ving, keek ze snel weg.
“Daar sta je van versteld, hè?” grinnikte hij.
Rhodíq trok een gezicht, wat hij blijkbaar niet als antwoord ervaarde.
“Sta je daarvan versteld?” vroeg hij terwijl hij voorover over de tafel leunde.
“Je moest eens weten.” Rhodíq zette het tweede glas op tafel en de metgezel van de man grinnikte luid. J Geërgerd draaide ze zich om.
“Wil je hem aanraken?”
Met het houten dienblad in haar hand bleef Rhodíq stilstaan. Ze probeerde zich ervan te weerhouden om op de man te reageren, maar haar irritatie had de overhand.
“Nee, bedankt. Ik ben niet zo onder de indruk als u zelf schijnt te zijn.”
Hoewel het behoorlijk rumoerig was in de herberg, hoorde ze het geluid van de achteruitschuivende stoel duidelijk.
“Niet onder de indruk?” Binnen een paar seconden was de man bij haar. Hij liep vlak langs haar heen en bleef bij haar schouder staan. “Dat kan ik nu niet geloven.”
laten klinken.
“Je bent toch niet bang van me?” De warme adem van de man blies tegen haar oor.
Tenzij angst hetzelfde was geworden als walging of irritatie niet. “Nee,” zei ze kortaf. “U bent toch niet bang van mij?”
De man lachte bulderend in haar oor. “Deze heeft een grote mond!” brulde hij naar zijn metgezel. Aan het lachsalvo dat als antwoord klonk, oordeelde Rhodíq dat die dat ook buitengewoon grappig vond.
“ ‘Deze’ is helaas aan het werk en zal een praatje voor de volgende keer moeten bewaren,” reageerde Rhodíq kil. “Tot ziens.”
“Wacht!” Tot haar ongenoegen greep de man haar bij de arm vast. “Wij hadden graag twee maaltijden.”
Rhodíq weerhield zich ervan om te vragen of de man wel wist hoe laat het was. Ze knikte kort en trok zich toen los.

Reacties (1)

  • Croweater

    Wat is ze toch droog. :'D

    Ik ben erg benieuwd of die gast nog een grotere rol gaat spelen. :3

    5 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen