Foto bij Hoofdstuk 29

Ik kwam terug boven water en voelde hoe de zijdezachte wind mijn huid streelde. Iemand rolde me op mijn zij en klopte op mijn rug. Ik begon een beetje te kuchen, waardoor al het water dat ik binnen had gekregen, weer naar buiten kwam. Zodra ik voelde dat ik weer normaal kon ademen en stilaan mijn kracht herwon, draaide ik me om, om daar een oude bekende te zien zitten.
‘Jij bent de irritante jongen uit de wachtzaal!’ zei ik enthousiast.
Zijn blik, die eerst nog een heel klein beetje bezorgdheid had uitgestraald, werd nu steenhard. ‘Ik zal eraan denken de volgende keer dat ik overweeg je te helpen,’ zei hij nors.
Ik lachte verontschuldigend. ‘Sorry, zo bedoelde ik het niet.’ Ik zette mezelf recht en keek hem bestuderend aan. ‘Ik heb een paar vragen.’
‘Vraag maar raak,’ zei hij, terwijl een zware zucht over zijn lippen rolde.
‘Eén: Wat is je naam?’ vroeg ik.
‘Tobio,’ zei hij, mijn blik mijdend.
‘Twee: Hoe ben je hier in godsnaam beland?’
Hij keek weg en zweeg. Ik wilde aandringen, maar besloot vervolgens dat de stilte veel dwingender zou zijn dan mijn aansporingen. Hij keek naar de rivier alsof die hem redding kon bieden en zei vervolgens: ‘Er werd op me geschoten?’
‘Wat? Met geweren?’
‘Nee, met een banaan.’ Hij rolde met zijn ogen. ‘Natuurlijk met een geweer, idioot.’ Hij ging in kleermakerszit zitten en begon zenuwachtig een paar grassprietjes uit de grond te trekken. ‘Ze waren blind,’ zei hij. Zijn gezicht werd lijkbleek, alsof hij opnieuw oog in oog stond met zijn belagers en het moment herbeleefde. ‘En toch konden ze me raken…’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Het zaakje stinkt.’
Ik knipperde een paar keer met mijn ogen en liet mijn blik over zijn lichaam glijden. Toen pas viel het kwartje. ‘Ho, wacht eens even… Jij bent de nieuwe waterleider.’ Het was geen vraag, er was geen twijfel mogelijk. Alles aan hem schreeuwde dat hij hier thuishoorde en als willekeurige jongen die hier bovenal gewond terecht was gekomen, zou hij het waarschijnlijk niet gered hebben. Dit was de enige mogelijke conclusie.
‘Bravo,’ zei hij met een mager applaus, alsof hij niet echt onder de indruk was van mijn zeer slimme ontdekking. ‘Nog vragen?’
‘Ja.’ Waarschijnlijk had het geen zin, maar ik kon het op zijn minst proberen. Voor hetzelfde geld wist hij meer, en dan zou ik mezelf tot in de eeuwigheid vervloeken omdat ik het niet gevraagd had. ‘Drie: Heb je een jongen van ongeveer onze leeftijd hier zien ronddwalen? Hij heeft wit haar en blauwe ogen, en…’
‘Zafron?’
‘De bosleider?’
‘Die heeft wit haar en blauwe ogen,’ lichtte Tobio toe. Niet dat ik veel had aan die informatie.
‘Nee, Erin. Hij is in dit bos verdwenen en… Ik voel me schuldig.’
‘Dan is hij waarschijnlijk al dood.’ De hardheid van zijn opmerking zorgde ervoor dat ik bijna terug omver viel.
Ik schudde mijn hoofd, probeerde er niet op in te gaan en vroeg tenslotte: ‘Vier: Waar verblijft de draak?’
Tobio fronste zijn wenkbrauwen. ‘Gast, ik wist dat je dom was, maar zo dom om uit vrije wil een draak op te zoeken…’
‘Niet uit vrije wil!’ zei ik verdedigend. ‘Hij heeft mijn spin!’
Tobio keek me aan alsof ik zonet had gezegd dat ik naar de draak ging omdat hij een snoepje van me had afgenomen. ‘Je spin,’ zei hij. ‘Je gaat naar het hol van de draak voor een spin?’
‘Als je het zo verwoordt, klinkt het een stuk minder nobel dan het is.’
Tobio schudde zijn hoofd afkeurend. ‘Ik ga je niet naar de draak brengen zodat je zelfmoord kunt plegen omwille van een spin.’
‘Je begrijpt het helemaal niet!’ zei ik terwijl ik dreigend opstond.
‘Nee, ik begrijp het inderdaad niet.’ Tobio hield zijn hoofd een beetje schuin en keek me medelevend aan. Dacht hij soms dat ik gek was geworden? De woorden die uit zijn mond volgden, bevestigden die theorie alleen maar. ‘Misschien moet je hulp zoeken.’
‘Ik ben niet gek,’ piepte ik.
Tobio bleef onbewogen zitten. ‘Dat insinueer ik ook helemaal niet. Misschien heb je hulp nodig om die draak te verslaan en je… “spin” te redden.’
Mijn ogen lichtten op. ‘Wil je me echt helpen?’ Mijn mondhoeken krulden omhoog en ik kon mijn vreugde niet verbergen.
‘Nee.’ En daar was Tobio: de botte vernieler van al mijn geluk.
‘Bedankt voor je steun,’ mompelde ik.
‘Sorry,’ zei hij, maar niet echt gemeend. ‘Ik heb alleen de leiding over het water.’ Hij ging terug rechtstaan en keek me peilend aan. ‘Als je je spin wilt redden uit de klauwen van de draak, heb je waarschijnlijk Boris’ hulp nodig.’
‘No. Way,’ zei ik, duidelijk articulerend.
‘Wat is het probleem? Boris doet toch geen vlieg kwaad.’
‘Eh… Hij probeerde Noël te vermoorden en ik vertrouw hem niet.’
Tobio’s ogen werden dof en een opgeborgen woede leek verscholen te gaan achter zijn emotieloze blik. ‘Noël?’ zei hij. ‘De heks?’ Hij beet op zijn kaken. Zijn blik ging van dof naar vurig, om vervolgens extreem ijzig te worden. ‘Je weet toch wel dat ze niet te vertrouwen is, hè?’
‘Ik weet niet meer wat ik moet geloven!’ zei ik, terwijl ik hopeloos mijn handen in de lucht gooide.
‘Geloof mij.’
‘Je lijkt vrij zeker te zijn van je gelijk.’ Dat maakte me bang. Het leek wel alsof Tobio met één enkele blik al mijn vermoedens kon bevestigen.
Hij lachte, maar het was geen vrolijke of vriendelijke lach. Het was een lach die zei: ‘Wat ben je toch aandoenlijk, en zo, zo naïef.’ En ik geloofde die lach. Ik geloofde dat alles wat ik dacht te weten een leugen was. Uiteindelijk zei Tobio wat ik eigenlijk al had geweten zodra hij zei dat Noël niet te vertrouwen was; ze had geprobeerd hem te vermoorden, net zoals ze de vorige waterleider om het leven had gebracht.

Reacties (3)

  • Altaria

    I like Tobio! zie je wel! Noël heeft de vorige waterleiders vermoordt. Ik wist dat dit zaakje stonk!

    3 jaar geleden
  • LilsEvans

    IK BEN NIET GEK. Erin en Zafron zien er hetzelfde uit. Misschien was hij daarom al blind voor hij Jesse kende en is hij wel verliefd geworden op Jesse en omfg I still ship them.

    3 jaar geleden
  • Croweater

    uuuhm volgens mij heb ik Tobio en Erin al een tijdje met elkaar verward :s

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen