“Verrassingsaanval!” Vanuit een lage tak van de boom waarin ik me verscholen hield, stort ik me op mijn zusje. Maar hoewel ik had gehoopt enigszins zacht te landen, beland ik met een dreun op de harde grond, met mijn neus in de grassprietjes.

Mijn zusje, die me door simpelweg opzij te stappen heeft ontweken, kijkt geërgerd op me neer. "Kun je niet één keer gewoon voorzichtig doen? Je bent al bont en blauw voor de Boete begonnen is, en als je zo de arena in moet…" Haar stem sterft weg, terwijl ze haar hoofd schudt en zucht. Niet praten over wat zou kunnen gebeuren, alleen over wat gebeurd is. Het is een van de regels die ze sinds haar thuiskomst vanuit de arena lijkt te volgen. Ze trekt me overeind en raapt het wapen waarmee ik haar aan probeerde te vallen op. "Hoe vaak moet ik nog zeggen dat een stuk bamboe niet echt op een zwaard lijkt?"

“Ik moet toch ergens mee oefenen?” Beteuterd klop ik het zand van mijn knieën en maak een schatting van de schade: een licht geschaafde elleboog en weer een broek met weinig stof op de knieën. Dat wordt maar weer gewoon doen alsof het een bewuste stijlkeuzes is - en eerlijk is eerlijk, de 'nonchalante' look staat me prachtig. Ik pak mijn 'zwaard' aan, om het vervolgens meteen een eind verderop in het gras te gooien. “Stom stuk hout,” mok ik. Ergens weet ik wel dat het me niet zal helpen als ik echt naar de Spelen moet, maar de trainingen hebben me het afgelopen jaar houvast gegeven, toen mijn zusje als mijn steun wegviel. Het is een beetje jammer dat ik op een stok moet steunen, maar ik sta nog steeds.

Een bekend gegrinnik trekt mijn aandacht, en als ik opkijk, zie ik dat Nate aan komt lopen. "Relax, Chris." Hij raapt de stok weer op, en duwt hem met een bemoedigende glimlach in mijn hand. "Het komt goed. Als je echt getrokken wordt, maak je iedereen in met je verassings-luchtaanvallen en je onverwachte steken." Hij maakt een paar karate-achtige bewegingen en lacht.

"Hij heeft een punt. Je hebt meer getraind dan ieder ander uit 11." Mijn zusje werpt een blik op de stok en probeert - zonder succes - haar onzekerheid over de situatie te verbergen. "Ik had niet getraind, en kijk eens waar we nu staan," voegt ze er dan snel aan toe, met een flauwe glimlach op haar gezicht.

Ik weet dat ze gelijk zou moeten hebben. Dit is de winnaarswijk. Het is een enorm huis met een nog grotere tuin. Sinds mijn zusje, Luna Yue Swan, de Hongerspelen won, zijn we de rijkste mensen van het district. We hebben het zo goed voor elkaar. We hebben eten, we hebben een warm huis, we hebben zelfs stabiele elektriciteit. En toch haat ik het. Ik haat alles hier. Want alles heeft een prijs, en voor dit leven hebben we met de onschuld van mijn zusje betaald. Ik ben mijn wederhelft verloren, en toen ik haar terugkreeg, was ze nog maar een schim van wie ze vroeger was.
Mijn zusje was in de arena een tribuut, een moordenaar en een winnaar geworden. Overdag is ze die dingen nog steeds. Maar als de nacht valt, is ze weer een mens, een kind, dat verdrinkt in de herinneringen van bloed.
Er zijn momenten geweest waarop ze alleen lichamelijk aanwezig leek te zijn. Momenten waarop de blik in haar helderblauwe ogen leeg was, en het leek alsof haar ziel nog altijd in de arena opgesloten zat. En op het moment dat ik haar voor het eerst zo zag, wist ik dat ik de echte Luna voor altijd kwijt was. De maan was verdwenen - alleen haar reflectie in het water was nog over. Dat moment begon ik de wereld om me heen te haten.

"Chris, niet zo afdwalen." Nate geeft me een por tegen mijn schouder. "Waar zit je met je gedachten? Is het een meisje?" Zijn grijns wordt steeds breder. "Hoe heet ze?"

"Wat?" Ik staar mijn vriend verdwaasd aan. "Waar heb je het over?" In theorie heeft hij gelijk - Luna is inderdaad een meisje, waar ik aan dacht - maar het is duidelijk dat hij daar niet op doelde. Waar hij dan wel precies op doelde, is voor mij echter een groot raadsel. Waarom zou ik in hemelsnaam aan een meisje denken?

"Ja, duidelijk een meisje," concludeert Nate uit mijn verwarde blik. Hij richt zich met een twinkeling in zijn ogen tot Luna. "Weet jij wie het zou kunnen zijn?"

Luna kijkt me even met opgetrokken wenkbrauw aan, en haalt dan haar schouders op. "Ik kan me Chris niet met een meisje voorstellen," zegt ze, en hoewel ik enigzins beledigd ben door de onderliggende suggestie dat ik niet leuk genoeg ben - want hallo, ik ben toch op zijn minst een 7 waard -, ben ik het verder wel met haar eens. Het idee van mezelf met een of andere troela van school bezorgd me koude rillingen.

"Het kan iedereen wel zijn," peinst Nate ongestoord verder. "Ik bedoel, hij is wel de broer van de grote winnares van de vorige Hongerspelen. Welk meisje valt daar nou niet voor? De broer van de grote Luna Yue Swan, die koelbloedig een ellendige beroeps neerstak."

Ik kijk hem verontwaardigd aan, klaar om commentaar te leveren - want hij had toch op zijn minst iets kunnen zeggen over dat ik een goede vriend ben, of dat ik humor heb, of zelfs alleen maar dat ik er nonchalant, maar wel erg goed uitzie - maar als hij Luna's moord op een van de beroeps noemt, doe ik mijn mond weer dicht. Dat had hij beter niet kunnen doen.

Naast me is Luna verstard. De flauwe glimlach is van haar gezicht geveegd, en haar blik is fel, maar ijskoud. Ze zegt niets, maar de boodschap is duidelijk: als hij nog zo'n opmerking maakt, zal ze die actie met plezier op hem demonstreren. Het is een simpele waarschuwing.

"Sorry," mompelt Nate schuldbewust. Hij schuifelt ongemakkelijk een stukje achteruit en ontwijkt haar blik.

"Het is dat je familie bent van Jaden." In haar woorden weerklinkt dreiging, maar haar stem trilt als ze de naam van haar mede-tribuut noemt. De jongen met wie ze samen de arena in ging, stierf al tijdens het bloedbad. Die avond stond Nate voor het eerst bij ons op de stoep, en zo was de eerste dag van de Spelen toch niet de zwartste dag van mijn leven.
Ik zie nog voor me hoe de jongen in elkaar zakte, slechts een minuut of twee na de gong. Dood, morsdood. De hele dag hadden talloze gezinnen in 11 naar de televisie gestaard. Zodra Jaden stierf, gaven veel van hen een overwinning voor ons district op. Luna hadden ze al afgeschreven, als een vloek waar ze eindelijk van verlost zouden worden. Voor sommigen was het alleen maar een reden om te feesten. Voor mij was het eenzaamheid.
En dat gevoel verdween niet, ook niet toen Luna terugkwam. Nates vriendschap vulde de leegte een beetje op, maar het was nooit genoeg genoeg zonder de Luna die ik kende. Ik heb gehuild. Ik heb gesmeekt en gebeden. Maar ze is nooit meer helemaal teruggekomen. En dus blijf ik me incompleet voelen.

De stilte die valt is verschrikkelijk. De laatste tijd gebeurt dat heel vaak, dat er stiltes vallen. Het is alsof alles al gezegd is, en die gedachte maakt me ongemakkelijk. Ik schraap mijn keel en verander het onderwerp terug naar mijn liefdesleven. "Weet je, ik denk dat Luna gelijk heeft," zeg ik. "Ik hoef geen meisje. Ik blijf gewoon single."

"Dat is in ieder geval beter dan in zo'n 'gedoemde geliefden'-situatie terecht te komen." Nate werpt een vlugge blik op Luna en maakt dan de verstandige beslissing om zijn verhaal niet te vervolgen. Toch weet ik waar hij op doelt. De afgelopen jaren zijn er meerdere koppels de arena ingegaan, stellen die elkaar in het Capitool ontmoetten, verliefd werden en vervolgens gewoon in een arena gegooid werden om elkaar af te slachten. Ik wil niet een van die mensen zijn, dat nooit.

Ook al noemde Nate geen namen, ik weet dat mijn zusje specifieke mensen in gedachten heeft. Haar felle houding van eerder is vervaagd, en heeft plaats gemaakt voor hangende schouders. Als je haar zo ziet, lijkt ze zowel vijftien als honderd tegelijkertijd: ze is een kind, jong en kwetsbaar, maar heeft ondertussen de ervaringen en het verlies van een heel leven op haar schouders rusten. En bovenal lijkt ze ontzettend moe. "Ik… Ik ga me vast omkleden. Dat zouden jullie ook moeten doen." Zorgvuldig iedere vorm van oogcontact vermijdend, loopt ze terug richting ons huis.

Ik laat me met een zucht in het gras zakken. "Trek het je niet aan," probeer ik mijn vriend wat gerust te stellen. "Ze is gewoon zenuwachtig omdat de boete straks is."

"Ben jij niet juist degene die zenuwachtig zou moeten zijn?" Nate komt naast me zitten, pakt de bamboe van me aan en laat het hout door zijn vingers glijden. "Haar naam zit niet meer in de bollen dit jaar."

Ik haal mijn schouders op. "Vergeet niet dat ze mentor moet zijn," breng ik hem ter herinnering. "Ze is waarschijnlijk gewoon zenuwachtig, omdat ze bang is dat ze het niet goed doet. Ze is bang om haar tributen, of in ieder geval één van hen, te zien sterven. Ze is bang dat die kinderen geloven in haar 'vloek'."

Nate knikt, en kijkt schuldbewust naar zijn voeten. “Ik hoorde vroeger ook bij die mensen," geeft hij toe. "Iedereen zei het, dus…" Hij haalt zijn schouders op. "Ik dacht niet na. Maar toen zag ik haar huilen, die eerste avond. Ze is gewoon een mens, gewoon een meisje in de Spelen. Er is nooit een vloek geweest."

Natuurlijk was er nooit een vloek geweest. Luna was gewoon Luna. Als er al een vloek is, dan zijn dat de Spelen geweest. De Spelen hebben haar veranderd, hebben haar van me afgepakt en gebroken teruggegeven. Maar dat Nate het zegt, betekent toch heel veel. Hij staat aan onze kant.

Luna heeft me alles verteld. Over haar Spelen. Ze heeft er een jaar over gedaan, maar in dat jaar heeft ze me haar hele verhaal verteld, dat van haar bondgenoten, de Beroeps, het Capitool. Ze heeft verteld over Abbony, haar vriendin, over Robert en Levi, de Beroeps waarmee ze gestreden heeft, en over Josiah.

Josiah. De naam van de jongen uit District 4 is vaker gevallen dan ik kan tellen. Josiah: tribuut, tragedie, moordenaar, held. Hij heeft levens genomen, dat kan ik niet ontkennen, maar hij heeft mijn zusje drie keer gered, en ik kan hem daarvoor nooit bedanken.

Wanneer ze over Josiah sprak, was haar stem een mengeling van verdriet en waardering. Maar wanneer het over de Beroeps ging, weergalmde haar stem van berouw en angst. De twee jongens hadden haar opgejaagd, met haar gevochten, haar bondgenoot vermoord, en uiteindelijk zijn ze gestorven in gevecht met haar. In haar nachtmerries keren de jongens steeds weer terug, jagen ze haar na of sterven ze door haar. Daar ziet ze Abbony keer op keer haar laatste adem uitblazen, ziet ze Josiah iedere keer weer vallen, blijft ze het gedreun van de kanonnen horen, de stemmen van de tributen, het gegil. Het stopt nooit, en dat weet ze. En ik weet het ook. Meer dan een schouder waar ze op kan leunen en zich in kan verschuilen, kan ik niet zijn, ook al jaagt het de nachtmerries niet weg.

"Chris." Nate port me met de stok in mijn zij, waardoor ik opschrik uit mijn gedachten en verontwaardigd de stok afpakt. "Moet jij je niet ook eens gaan voorbereiden op de Boete? Omkleden enzo."

"Hoezo dat?" Ik kijk hem beledigd aan, maar als ik omlaag kijk, begrijp ik wat hij bedoeld: mijn val heeft mijn broek flinke schade toegebracht, en ik zit onder de grassprietjes. Ik veeg er een paar van mijn benen af. "Oh," mompel ik. Toch kan ik mijn verontwaardiging niet helemaal onderdrukken. Oké, in deze toestand misschien geen zeven, maar een voldoende zou nog moeten lukken, toch?

"Zie ik je straks dan?" Nate krabbelt overeind, veegt ook wat grassprietjes van zijn broek af en haalt een hand door zijn haar. Dit is niet eerlijk. Individueel zou ik die voldoende makkelijk halen, maar in vergelijking met mijn vriend valt dat cijfer waarschijnlijk aanzienlijk lager uit. Het zou verboden moeten worden om middelmatig knappe mensen en écht knappe mensen naast elkaar te laten staan. Niet dat ik het hem niet gun - Nate is een goede vriend - maar ik gun mezelf die waardering ook. Misschien zelfs net ietsje meer.

"Na de Boete." Ik knik naar hem. "Vieren dat dit jaar beter is." Na de Boete van vorig jaar, zou dat toch te doen moeten zijn?

"Dat mag ik hopen." Nate lacht, ook al is de herinnering nog zo bitter. Zijn broertje is dood, mijn zusje is een wrak. Maar wij zijn er nog, en wij zullen er ook nog even blijven. "Hopen dat die wereld waar je zo de pest aan hebt ons één keertje niet in de steek laat."

Ik doe geen poging om te protesteren, want hij heeft gelijk. De wereld heeft me al vaak genoeg in de steek gelaten, maar niet vandaag. Zonder Luna's naam in de bollen, is de helft van mijn zorgen al weg. Dit jaar is anders. Dit jaar zal beter zijn.

Reacties (9)

  • Marveldrake

    Nice

    4 maanden geleden
  • Incidium

    yo chris ben eens aarig voor je zus, ze is een klein groot beetje getraumatiseerd, niet zichzelf verloren ofzo
    also chris is zo ijdel wat is dit. Heeft niemand die arme jongen ooit uitgelegd wat gay zijn is? het was heel hetero van hem (100%) om ineens te beginnen over dat Nate knap is sws

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Luna kan gelukkig heel wat hebben
      Oh en jep Chris is ijdel, de idioot
      En waaat gay zijn wat is dat? Niet Chris hoor totaal niet

      1 jaar geleden
  • Wilbur

    "Ik kan me Chris niet met een meisje voorstellen," zegt ze

    and here the saga starts

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Luna knowsxD
      Alternatieve titel van dit verhaal: "I'm not gay- oh cute boy nevermind"

      1 jaar geleden
  • Megaeraaa

    want hallo, ik ben toch op zijn minst een 7 waard
    Is Alex het daar ook mee eens?

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Alex moet het er maar gewoon mee eens zijn en anders is zijn mening fout

      1 jaar geleden
    • Megaeraaa

      Hij vond Chris nochtans "gewoon" bij de herhaling van de boete. Hij staat niet eens in zijn top 3

      1 jaar geleden
    • Megaeraaa

      Hij vond Chris nochtans "gewoon" bij de herhaling van de boete. Hij staat niet eens in zijn top 3

      1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Maar de top 3 zijn ook allemaal minstens 9ens (behalve May. Chris snapt niet waarom hij May knap vindt)

      1 jaar geleden
  • RefIection

    want hallo, ik ben toch op zijn minst een 7 waard

    jazeker chris, je bent absoluut op zijn minst een zeven waard

    1 jaar geleden
    • Samanthablaze

      Een zekere specifieke 7 ghehe

      1 jaar geleden
    • Megaeraaa

      Die had ik niet door..

      1 jaar geleden
    • Megaeraaa

      Kijk, Alex was blij met een roze oven in de arena. Zegt dat niet genoeg?

      Volgens mij deed haar haar hem aan aardbeien en tomatensaus denken

      1 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen