Ongelofelijk! Ik stond gisteren heel lang in de top, en nog hoog ook!
Ik had vijf(!) kudo's gekregen!
En dan ook nog alle reacties... jullie zijn geweldig!
Bedankt!

Ik sta meteen op en loop een willekeurige kant uit.
‘Als je opzoek bent naar je kamer zou ik de andere kant op gaan,’ giechelt Valoria.
‘Nee… ik eh… ik ging naar… ja! Ik ging naar de keuken!’ verzin ik snel.
‘Dan moet je die kant op,’ zegt Jade droog. Ze wijst naar een deur die ik straal voorbij gelopen was. Zonder een woord te zeggen draai ik me om en loop ik naar de keuken. Daar pak ik… wat is het? Het ziet er in ieder geval vrij eetbaar uit. Voorzichtig neem ik een hap. Een bom van zoete smaak explodeert in mijn mond. Het is zo ongelofelijk zoet dat ik niet zeker weet of het wel eetbaar is. Ik doe het eerste wat er in me op komt. Ik smijt het overige eten weg. Het smakt tegen de muur en druipt langzaam naar beneden.
Ik kijk er fronsend naar. ‘Ach, het had erger gekund… er zaten tenminste geen glitters in,’ mompel ik. Ik pak een gewone appel - zelfs die is onmogelijk zoet - en loop de gang op. Ik kijk naar alle naambordjes en vind uiteindelijk mijn slaapkamer.
Het is werkelijk immens! Hier zouden we met het hele gezin in kunnen wonen, met gemak.
Ik schuif de kleding van het bed en laat me met een zucht vallen. Het bed is zo dik en zacht dat ik er helemaal in weg zak. Hoe raar het ook klinkt: ik mis mijn eigen bed. Ook al was dat matras helemaal versleten, het was van mij, zoals hier nu niets meer van mij is. Zelfs ikzelf ben niet meer van mij. Ik ben door een dom briefje hier beland en ben nu niets meer dan amusement voor het Capitool. Als ik eindelijk in slaap val, word ik voor mijn gevoel een paar minuten later alweer gewekt door Valoria. 'Kleed je vlug om, er liggen kleren klaae, over minder dan een kwartier gaan we het Capitool binnen!’
Ik klim uit het reusachtige bed en kijk naar de kleren die in een verfrommeld hoopje op de grond liggen. Ik pak het op een kijk er met opgetrokken wenkbrauwen naar. Waarom zit alles hier onder de glitters?!
'Opschieten!’ zegt Valoria met een hoge stem. Haar hakken tikken op de vloer.
'Ik ga dit echt niet aantrekken hoor!’ schreeuw ik terug. Ik gooi het weer op de grond en strijk de ergste kreukels uit mijn shirt en fatsoeneer mijn haar een beetje.
'Maar de mensen zouden er dol op zijn als je dat aantrekt!’ protesteert Valoria pruilend. 'Zeeappelgroen met glitters is helemaal in!’
Ik open de deur. Valoria staat er vlak voor en kijkt me smekend aan. 'Nee,’ zeg ik kortaf.
Valoria trekt me mee te kamer in. 'Stilstaan,’ commandeert ze. Ze trekt de kast open en komt met een doos glitters er weer uitzetten.
Ik stap meteen naar achteren. 'Nee, gewoon niet,’ brom ik. 'Overleg dat maar met de kledingkiezers.’
'Stylisten,’ corrigeert ze me teleurgesteld. 'Ik overleg wel met je stylisten, maar wil je het niet nou één keer overwegen?’
Ik blijf even stil. 'Ik heb het overwogen. Het antwoord blijft nee.’
Dan kiepert ze ineens de hele doos met glitters over me heen. Ik wil boos tegen haar uitvallen, maar er komen glitters in mijn mond. Hoestend geef ik haar een dodelijke blik, maar ze lacht enkel verrukt. 'Die glitters staan je beeldig!' roept ze uit.
Ik klop de ergste glitters van me af en schud mijn hoofd. Er vallen zoveel glitters uit dat ik meteen tien kilo lichter ben. Ik loop richting de badkamer om de rest van de glitters weg te halen, als het ineens helemaal donker wordt. 'Wat? Wat is er aan de hand?’ vraag ik gealarmeerd.
Valoria giechelt. 'Er is niets mis. We rijden nu onder de bergen door. Nog heel even en we zijn in het Capitool!’
Het wordt ineens weer licht. Valoria slaakt verrukt een gilletje. 'Kom! Dit moeten jullie zien. Dit is heel wat anders dan domme bomen!’
'Die domme bomen zijn anders wel onze bron van inkomen.’ Ze hoort het niet. Met kleine sprongetje trippelt ze de kamer uit. Het is dat ik te nieuwsgierig ben naar het Capitool, anders was ik gewoon hier gebleven. Ik kijk snel of de meeste glitters weg zijn en slenter dan achter haar aan naar de punt van de trein. Valoria, Mary en Jade staan er al. Ik kom naast Jade staan - die overigens ook onder de glitters zit, ik ben niet de enige - en kijk uit het raam. Mijn mond valt open van verbazing. Met een noodgang rijden we op een immense stad af. Het is ongelofelijk! Nu pas realiseer ik me hoe oneerlijk het eigenlijk verdeeld is. Ik heb altijd wel geweten dat het niet eerlijk was, maar dit overtreft al mijn verwachtingen. Het Capitool is ongelofelijk en reusachtig. Ik vond ons district altijd arm, maar na de beelden van andere boetes, zoals District 12 denk ik daar wel anders over. De trein gaat de stad in en begint langzamer te rijden. Overal, echt overal krioelen mensen. Ze gillen en zwaaien. De trein staat stil en de deur gaat open. ‘We gaan naar het appartement. Morgen is het correctiecentrum en later die dag de Parade.’ zegt Mary kortaf. Ze wijst richting de deur. ‘Jullie moeten eerst.’
Jade’s gezicht betrekt. Ik trek mijn gezicht in een glimlach en loop naar de deur. ‘Komen jullie?’ vraag ik, vlak voordat ik naar buiten stap. Direct hoor ik overal gegil. Ik word omringt door zeeappelgroene mensen en heel, heel veel glitter. Ik hoor dat mijn naam geschreeuwd wordt en dan ook die van Jade. Ik draai me om en zie haar onzeker uit de trein stappen. Ik glimlach naar de menigte en draai me om naar Jade. Ik wenk haar en ze komt vlug naar me toe. ‘En nu?’ vraagt ze zacht.
Ik bied haar lachend mijn arm aan. ‘Zwaaien, lachen en heel snel doorlopen!’
Mary komt naast ons lopen. ‘Rechtdoor lopen, daar in het appartement. Ik wacht daar op jullie.’ Binnen een paar tellen is ze weer weg.
‘Die houdt vast niet van mensen,’ zeg ik schouderophalend.
‘Of misschien niet van zeeappelgroene, beglitterde mensen?’ suggereert Jade.
Ik grijns. ‘Dat is ook een mogelijkheid.’
We zwaaien en glimlachen. De enige reden dat ik het lachen vol kan houden totdat we helemaal binnen zijn is dat Jade zachtjes commentaar geeft op alle bijzondere verschijningsvormen van mensen, en dat zijn er vrij veel in het Capitool. ‘Zou het de bedoeling zijn dat ze zoveel op een nijlpaard lijkt? In het Capitool weet je het maar nooit,’ peinst ze met een blik op een vrij stevig vrouw, met een dikke, grijze, beglitterde huid.
Pas als we een reusachtig gebouw inlopen is het weer stil. Eindelijk geen zeeappelgroen meer.
Mary kijkt ons strak aan als we naar binnen stappen. ‘Volg mij,’ zegt ze enkel.
Valoria friemelt aan haar hoed en kijkt stralend rond. ‘Wat is het toch heerlijk om weer terug te zijn!’ zegt ze uitgelaten.
We stappen een lift in en Mary klikt op de knop met het getal zeven. ‘Wij zitten op de zevende verdieping, omdat we District 7 zijn. Morgen moeten jullie om elf uur in het correctiecentrum zijn. Gedraag je tot dan.’
De lift schiet omhoog. Ik kijk naar de oplichtende knoppen. Bij zeven gaat de deur open. ‘Tactiek bespreking en overleg komt na de parade. Geniet tot dan maar van de luxe van het Capitool.’

Reageer (4)

  • MrsNeymessi

    Zeeappelgroen?? Glitters?? Je bent echt niet goed snik Ilse HAHAHAHA

    6 jaar geleden
  • AmeranthaGaia

    Ik ben echt zo benieuwd hoe dit verdergaat! Zeker niet stoppen met schrijven.

    6 jaar geleden
  • Samanthablaze

    *Telt af naar Lunay en De Bosjesmannen*

    6 jaar geleden
  • RefIection

    ZEEAPPELGROEN EN GLITTERS!!!!! :)

    6 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen