Foto bij Chaos

Ik werd wakker door Matsuda die tegen mijn wang porde. 'Opstaan, slaapkop. De zon is al lang op.' Ik opdoende mijn ogen en keek zoals een tijdje gelden recht in Matsuda's ondersteboven hangende, breed grijnzende gezicht. Ik schoof deze keer een kleins stukje opzij, van zijn gezicht dat wel heel dichtbij hing vandaan voordat ik omhoog kwam. Hij had onderweg een brood gescoord, en samen met mijn appelsap hadden we eindelijk een keer een écht ontbijt. Die dag liepen we veel. We lachten en kletsten. Het was echt leuk. We hadden geen één keer ruzie, en we lachten ons dood toen Mat zich afvroeg of we nog een handstand konden. Die van mij lukte (een beetje), maar Mat viel voorover in de blubber. Na een tijdje voelde ik plotseling iets aan mijn haar plukken. Ik schrok, trok mijn dolk, en draaide me vliegensvlug om. Matsuda stond verstijfd van schrik achter me. 'S-sorry, er zat een takje in je haar...' Zei hij nog steeds geschrokken. Ik zuchtte. 'Wil je het voortaan even zeggen als je zomaar aan me komt?' Vroeg ik geërgerd. 'Z-zo bedoelde ik het niet.' Stamelde hij met een rood hoofd. Hij stak zijn handen zoals altijd zijn handen verdedigend de lucht in, en toen besefte ik dat alles weer was hoe het was. Hoe het hoorde te zijn...

Slaperig deed ik mijn ogen open. De zon was al lang op, maar Matsuda had me niet wakker gemaakt. Hij keek recht voor zich uit terwijl hij een paar bessen at. 'Hoi.' Eerst antwoordde hij niet terug. 'Oh, hoi.' Wat was er met hem? 'Kom.' Hij stond op, en wou gaan lopen. 'Hee, ik heb honger hoor!' Waarschijnlijk had hij gewoon slecht geslapen. Hij plofte weer neer, en gaf me een paar bessen. Toen ik ze op at grijnsde hij breed, en kende ik hem weer. Ook al begreep ik niet wat er nou zo leuk aan was. 'Heb je lekker geslapen?' Vroeg ik toen ik de bessen doorslikte. 'Hm-m' hij knikte. Tijdens het lopen vroeg hij plots: 'hou je van me?' Ik schrok. Waarom vroeg hij dat? 'Nou, je weet dat we gewoon vrienden zijn, maar als vriend hou ik wel van je.' 'Ja of nee.' Drong hij aan met die griezelige grijns. Wat bezielde hem? 'Ja.' Zei ik een beetje opgelaten. 'Ik geloof je niet. Bewijs het,' dit was niks voor Mat. Normaal durfde hij nooit zulk soort dingen te vragen. Hij had zelfs nog nooit gevraagd of we nou echt vrienden waren. 'Hoe dan?' Hij grijnsde breder. 'Pleeg zelfmoord.' Ik keek hem geschrokken aan, en moest toen lachen. Was dit soms zijn idee van een grap? Maar ik hield gauw op toen ik zag dat hij niet lachte. 'Sorry, ik begrijp je niet.' 'Het is heel simpel: ik vroeg of je van me hield, en jij zei nee.' 'Niet waar! Ik zei ja! Of nou ja, als vrienden.' Hij keek nu boos. 'Dood jezelf dan. Ik wil het weten.' Dit was totaal Mat's normale gedrag niet. Hij wou me nooit dood hebben. 'Nee.' En toen, ik besefte het net een seconde te laat, boog hij zich naar me toe, en kuste me. Vijf seconden lang stond ik verstijfd van schrik. Toen ik het gevoel in mijn lijf weer terug kreeg duwde ik hem woest van me af. En toen drong er iets tot me door: dit was Matsuda niet. Gatver, ik hoopte voor zijn toekomstige vriendin dat híj niet degene was die zo slecht zoende, maar het ding die deed alsof hij hem was. Maar misschien was elke kus wel zo. Ik had nog nooit gezoend, dis ik kon het eigenlijk niet weten. 'Jij bent Matsuda niet!' Riep ik kwaad. Maar voordat ik iets kon doen gaf het ding me een keiharde stoot recht in mijn rug. Ik viel met een gil voorover en het ding pakte mijn haren beet. Het zette zijn voet op mijn rug, en trok mijn hoofd omhoog aan mijn haren. Ik jammerde. 'Doe het, doe het!' Krijste het met Matsuda's stem. 'Laat me zien wat vriendschap en liefde is!' Toen ik niks zei sleurde het me aan mijn kraag naar een boom. Daar werd ik vast gebonden, maar toen het weer achter me vandaan kwam, was het Marsuda niet meer. Het had de gedaante van een klein meisje met geel-groen haar en paarse, fonkelende ogen aangenomen. Ze had nog steeds die griezelige, brede glimlach om haar mond. Dit was waarschijnlijk haar echte gedaante. Jakkes, ik had ook nog eens met een meisje gezoend! 'Waar is Matsuda? Wat heb je met hem gedaan?' Ze lachte. Ik was nooit bang geweest voor een klein meisje, maar dit kreng bracht me de stuipen op het lijf. 'Hij is van mij! Van mij!' Ze knipte in haar vingertjes, en Matsuda verscheen op de grond. Hij lag slap bewegingloos. Ik hield mijn adem in. Het meisje zag mijn blik en zei: 'Hij is niet dood. Alleen in een hele, hele diepe slaap.' Ze lachte opnieuw schel. 'Maak hem weer normaal of anders..!!!' Brulde ik. Ik wist dat hij nog leefde, maar waarom lag hij dan zo stil? Zijn ogen waren gesloten, en zijn wenkbrauwen in een diepe frons. Serieus? Hij was halfdood, en zag er nog steeds goed uit! Maar toen begon het meisje hem ook te zoenen. Ik had echt zo veel medelijden met hem! Ik had me ten minste nog kunnen verdedigen! Ik voelde me echt hulpeloos. Waarom kon ik nooit de mensen waar Ik om gaf beschermen?! Maar toen bewoog zijn gezicht een beetje, opende hij zijn ogen, en spring overeind. Hij pakte vliegensvlug zijn dolk, en stak het recht in haar. Ze sperde haar ogen wijd open, en verdween in kleine blokjes die omhoog vlogen totdat ze verdwenen. Toen trok hij een vies gezicht, en veegde zijn mond af met de rug van zijn hand. 'Gatverdegatverdegatver! Wat was dat?!' Oké, het was dus niet Mat die zo slecht zoende. Toen zag hij mij. Gauw sneed hij het touw los, en hielp me omhoog. 'Wat wás dat? En hoe kon je toch ontwaken?' Vroeg ik vol afschuw en ongeloof. 'Dat was Chaos, ze dwaalt al jaren lang rond hier, en lebbert dan vreemdelingen af. Echt ranzig. Ze kan ook verschillende gedaanten aannemen door haar zwarte magie. En die laatste vraag: ik denk gewoon pure wilskracht. Maar waarom zit jij vastgebonden?' 'Nou, eerst deed Chaos alsof je jou was, en dwong ze me zelfmoord te plegen.' Ik zei maar niet dat ik ja geantwoord ha op haar vraag. Tenslotte was het ook omdat we vrienden waren. 'Toen begon ze me te zoenen, en aan mijn haar te trekken.' Zijn felblauwe ogen keken in de mijne. 'Heb je haar weggeduwd?' Waarom zou hij denken van niet? 'Natuurlijk!' We waren allebei geschrokken, maar liepen toch verder. Na een tijdje vroeg hij: 'Ook als ik het echt geweest was?' Wat bedoelde hij daar mee? Dacht hij dat ik hem leuk vond? Wou hij daar iets mee zeggen? Vroeg hij daarmee of hij me mocht zoenen? Zij hij gekwetst zijn als ik ja antwoordde? En zou hij ideeën krijgen als ik nee zei? 'Ja.' Zei ik zacht. 'Oké.' Zei Mat vrolijk. Ik zuchtte van oplichting. Hij had er niks mee bedoeld. Hoe kon ik nou denken dat hij daarmee zou vragen of hij me mocht zoenen? Zo'n knappe jongen zou mij nooit leuk vinden. En ik hem ook niet. Punt. Uit.

Reacties (1)

  • Tijgerbloed

    Die zou ik niet willen tegenkomen!(puh)

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen