Hier gaan we dan! het eerste hoofdstuk! De eerste 2 stukken moeten nog herschreven worden omdat ik er niet helemaal tevreden mee ben dus lees over de slechteheid heen:)

Albus stond naast zijn broer, ze zwaaiden hun ouders, ooms en tantes uit. Nadat ze uit het zicht waren ging James naar zijn vrienden. Albus, die nog geen vrienden had ,het was tenslotte zijn eerste jaar, zocht zijn nicht Roos op. Ze zat alleen in een coupé een boek te lezen. Na even naar James, twee coupes verder te hebben gekeken stapte Albus naar binnen. Roos keek op van 'een beknopte geschiedenis van Zweinstein': “Spannend hé, ik wed dat we allebei in Griffoendor komen” deelde ze glimlachend mee. Albus lachte als reactie terug, ze bracht net dat genen ter sprake waar hij bang over was. “Roos? Wat als een van ons nou bij een andere afdeling komt?” Roos keek een beetje verbaasd, “onze ouders zaten er ook dus kleine kans dat, dat gebeurt” ze ging verder lezen en schonk Albus geen aandacht meer. Haar antwoord had zijn zorgen niet echt weg genomen, eigenlijk zelfs vergroot. Als hij nu niet naar Griffoendor zou gaan zou hij haar teleurstellen.

Zo zaten ze een tijd tegenover elkaar, Roos lezend en Albus met de minuut angstiger denkend, zelfs de gedachte aan wat zijn vader had gezegd hielp niet meer. Gelukkig kwam er afleiding in de vorm van een nerveuze jongen die binnenkwam lopen. “Kunnen we je helpen?” Vroeg Roos meteen. De jongen streek zijn haar uit zijn gezicht en zei stotterend: “Eh, mag ik misschien hier zitten?” Albus en Roos keken elkaar even aan. Na een korte stilte nam Albus het woord: “Tuurlijk, ga zitten.” De jongen bleef nog even staan waarna hij snel naast Roos ging zitten. “Ik ben Roos en dat is Albus, wie ben jij?” “Ik ben Olivier, Olivier, maar jij bent toch niet Albus Potter of wel?” Albus, die zich altijd ongemakkelijk voelde als hij herkent werd zei zachtjes van ja. “Zat je eerst in een andere coupé of stond je de hele tijd op de gang, we zijn namelijk al bijna een uur onderweg?” Vroeg Roos hem. De jongen, die wat tot rust was gekomen werd meteen weer nerveus. “Ik uhm, ik ben mijn coupé uit gepest.” “Oh uhm, je bent hier welkom hoor” Was het iets wat ongemakkelijke antwoord. Na een tijd stilte besloot Albus het woord te nemen. “In welke afdeling hoop je te komen Olivier?” Olivier schrok op uit zijn gedachte: “Ik heb geen idee, als het maar niet Huffelpuf is, daar zitten alleen maar de overblijvers.” Albus wilde er tegen in gaan maar Roos was haar voor “Volgens een beknopte beschrijving van Zweinstein is het voor trouwe en harder werkers daarnaast zat de peetzoon van Albus vader erop” Olivier was onder de indruk maar Albus kon niet zeggen of het was omdat Roos een beknopte beschrijving van Zweinstein al uit haar hoofd wist of omdat hij zijn mening had veranderd. “Laten we knalpoker spelen” Zei Albus om over een ander onderwerp te beginnen.

Ze speelden knalpoker en praatte wat tot Zweinstein in zicht kwam. “We moeten nog omkleden!” riep Roos opeens waardoor zowel Olivier als Albus een sprongetje van schrik maakte. “We hebben nog genoeg tijd Roos he-” Voor Albus zijn zin af kon maken gooide ze zijn gewaad al in zijn gezicht. “Schiet op Albus, zij hebben ook al hun gewaad aan!” zei ze wijzend naar de mensen in de coupé tegenover hun. Ze trokken hun gewaad aan, op naar Zweinstein...

Reacties (1)

  • GoCrazy

    Ooh echt een leuk begin!! En ik heb eigenlijk neit echt iets van schrijffouten gezien:D

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen