Hoofdstuk 2 =D

Albus stapte het perron op waar Hagrid al boven iedereen uit torende en de aandacht van de eerste jaars probeerde te krijgen. Ze liepen gezamenlijk naar Hagrid die hen meteen herkende. “Merlijns harige teen! daar hebben we Albus, Roos enneh…?” Albus dacht dat Olivier flauw zou vallen en toen hij geen antwoord gaf deed Roos het maar voor hem: “Dit is Olivier Hagrid, maar hoe gaat het met je?” “Aha maar ken niet beter, ik was deze zomer in Roemenië op draken expeditie maar dat vertel ik een andere keer wel.” Hij pakte zijn roze paraplu en begon ermee te zwaaien in een poging de aandacht van de eerste jaars te krijgen. Olivier greep Albus schouder vast en fluisterde haast onverstaanbaar: “M-maar dat is Hagrid.” Albus haalde zijn hand weg “Ja dat is Hagrid, wat dan nog?” Hij leek weer tot rust te komen en kuchte even “Niks natuurlijk, wat zou er moeten zijn?” Nog steeds verbaast luisterde Albus nu naar Hagrid. “Oke we hebbe iedereen als ‘t goed is” Zei Hagrid kijkend of er geen eerste jaars meer zat tussen de menigte die naar de koetsen ging. “ Nou eerste jaars volg mij!” Hij begon naar het meer te lopen terwijl de eerste jaars met moeite zijn grote stappen konden bijhouden. “Oke, stap maar in de bootjes maar een belangrijk ding, nooit meer dan vier per boot!” Hagrid, die veel meer weegt dan vier eerste jaars liet zijn bood bijna tot de rand in het water zakken toen hij instapte. Albus stapte in de boot samen met Olivier, Roos en een jongen die hij niet kende. De boten vertrokken en Zweinstein kwam steeds dichterbij en met Zweinstein ook de sorteer ceremonie. Daar aan denkend kwamen Albus’ gedachten ook terug. Hij dacht aan wat Olivier zei over Huffelpuf. Iedereen zou hem een sukkel vinden als hij daar in kwam. De zoon van Harry Potter die nergens thuis hoorde en dus in Huffelpuf kwam. Nee, volgens Roos is Huffelpuf voor harde werkers. Bracht Albus in tegen zijn eigen gedachten. Hij werd echter abrupt uit die gedachten gehaald doordat de boten op de stuiten. Zweinstein was nu vlak voor hem.

De eerste jaars waren druk aan het wijzen en praatte terwijl ze hun eerste stappen het kasteel in zetten. Albus liep naast Roos die hele verhalen aan het vertellen was. Albus zelf zou alleen niet weten waarover ze zouden gaan, hij dacht nog steeds na over de afdelingen. Ravenklauw, bekend voor zijn slimheid, dat zou nog het minst erg zijn. Maar zelfs dat zou niet kunnen voor Albus, iedereen rekende op Griffoendor. Hij werd alweer verstoord in zijn gedachte toen Hagrid het woord nam. “Zo jongens, dit is professor Hovendoorn, hij geeft verweer tegen de zwarte kunsten en zal jullie inlichten” Hagrid ging de grote deuren door die, zo dacht Albus, naar de grote zaal lijden in. De al wat oudere man, Albus schatte hem 70, met grijzend lang haar en middel lange baard nam het woord“Goede avond allemaal, ik ben, zoals professor Hagrid al vertelde professor Hovendoorn en ik zal jullie hier zo meteen ophalen wanneer ze klaar zijn voor jullie, probeer in de tussentijd niks te slopen” zei Hovendoorn glimlachend waarna hij de grote zaal betreden. Albus was net weer in trance toen Olivier hem opeens aan stootte “Dat zijn ze” fluisterde hij nogal hijgend in zijn oor waardoor Albus hem van zich af duwde. “Wat zijn wie?” fluisterde hij terug. Een kreun ontsnapte voor Olivier antwoord gaf “De jongens die me ehm...uit de coupe zetten” Albus keek nu pas echt op wie Olivier bedoelde en grijnsde bij het antwoord “Dat verbaast me niks Olivier, dat is de zoon van Draco Malfidus” Olivier keek hem vragend aan “Je bedoeld die dooddoener die uit Azkaban wist te blijven?” Voor Albus de vraag kon bevestigen ging de deur echter al open, professor Hovendoorn zei dat ze klaar waren voor ze.

Albus volgde de stoet van eerste jaars de grote zaal in, waar zelfs zijn angstige gedachtes hem er niet van konden weerhouden om zijn ogen uit te kijken. Er stonden vier lange tafels verticaal van de ingang en eentje horizontaal met de leerkrachten. Alle stonden ze onder een sterrenhemel. De afleiding was echter van korte duur want professor Hovendoorn had al gevraagd om stilte. “Welkom op Zweinstein, we beginnen met de sorteer ceremonie die bepaalt waar jij geplaatst word. Sommige hebben je misschien wijsgemaakt dat je tegen trollen moet vechten of dat je Hagrids baard hier moet kammen, maar gelukkig is geen van deze waar. We zullen niet van je eisen noch verwachten dat je in een van de twee zult slagen” Albus kon niet anders dan te lachen, net als de rest van de zaal, hij voelde de spanning weg gaan alsof iemand hem betoverd had. “Nee het is eigenlijk heel simpel. wanneer ik je naam noem kom je naar voren en zal ik de sorteerhoed op je hoofd zetten. Hij zal bepalen in welke van onze afdelingen je komt.” Hovendoorn keek naar de eerste jaars die nog altijd aandachtig luisterde “zullen we maar beginnen dan? Benda, Olivier!” Albus voelde Olivier naast hem verstijven voor hij langzaam richting professor Hovendoorn liep die de sorteerhoed op zijn hoofd zetten. Daarna was het stil, dood stil. Het leek wel tien minuten te duren voordat de beslissing genomen werd: “Griffoendor!” klonk er door de hele zaal en de tafel van griffoendor klapte terwijl Olivier er heen liep. Ook Roos werd ingedeeld bij Griffoendor. Het leek eindeloos te duren maar toen werd dan ook zijn naam geroepen. Angstig liep Albus richting de sorteerhoed. De spanning die de grap van professor Hovendoorn had weg gehaald was dubbel zo erg terug gekomen. Albus dacht dat als het niet snel over zou zijn hij over zou geven. Professor Hovendoorn zette de hoed op zijn hoofd en vlak voor hij over zijn ogen zakte zag hij Roos nog naar hem kijken. Toen was het donker, Albus staarde gespannen naar de binnenkant van de hoed toen hij een stem hoorde. “Aha, hier hebben we een Potter, zoon van Harry Potter” klonk de stem. “Waar zal ik de zoon van de befaamde Harry Potter plaatsen? Zwadderich was de eerste gedachte die ik bij je vader had weetje…” Albus slikte en kon alleen maar hopen dat hij het niet meende. “Niet Zwadderich merk ik al? Hmm… dit word nog interessant, Griffoendor is wat je graag wilt, is het niet?” Ja ja ja klonk het in Albus’ gedachte. Ineens kon de hele zaal de stem “Ravenklauw!” horen roepen. Albus bleef verstijfd zitten, Ravenklauw? Er gebeurde zoveel dingen tegelijk, de hele tafel van Griffoendor sprong verbaast op, Ravenklauw klapte en joelde terwijl Albus alleen verbaast op kon staan terwijl hij naar zijn nicht keek, Ravenklauw en niet Griffoendor...

Reacties (1)

  • ChiIdhood

    Owh God, leuk deel hoor, ga verder!

    3 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen