Angmar zakte voorover en gaf over op het gras. Braaksel droop over zijn kin, maar hij nam niet de moeite om het weg te vegen.
Jayne is weg…
      Hij haalde een paar keer diep adem en probeerde zich opnieuw te wapenen tegen de bittere waarheid, die als een woekerende ziekte door zijn gedachten schoot. Zijn keel voelde rauw van het schreeuwen, maar toch kon hij de volgende schreeuw die vanuit zijn tenen leek te komen niet tegenhouden. Ergens in zijn achterhoofd gonsde de waarschuwing dat er nog steeds een briesende draak in de buurt was, maar het beeld van Jaynes brandende lichaam had alle energie uit hem weggevreten. Hij viel op zijn zij, rustte met zijn wang in het gras. Hij hapte naar adem. De tranen gleden via zijn slapen in zijn haren.
      Angmar had geen flauw idee hoeveel tijd er verstreek. Heel ver weg was een stem, die steeds indringender werd.
      ‘Angmar. Angmar.’
      Hij zag Jaynes gezicht voor zich. Hij probeerde zijn hand ernaar uit te strekken, maar zijn vingers voelden loodzwaar.
      ‘Je moet wat drinken. Je ligt hier al een halve dag.’
      Het was een mannelijke stem. Teleurstelling riep de tranen weer in zijn ogen op. Ze was er niet meer. Ze was er echt niet meer…
      Iemand schoof een arm onder zijn schouder en hielp hem overeind te gaan zetten. ‘We hebben de draak gedood.’
      Angmar zweeg. Hij wilde haar stem horen. Hij zou niet overeind komen voordat zij het hem vroeg.

Haar licht melodieuze stem kwam niet. Enkel de stemgeluiden van Annatar en Elros. De eerste ongeduldig, de tweede meelevend.
      ‘Laat me hier maar liggen,’ mompelde hij. Hij wilde dat het echt donker werd als hij zijn ogen sloot. Nu leken er vlammen achter zijn oogleden te woeden, die steeds opnieuw het verdriet aanwakkerden als het door de uitputting ietsje getemperd was.
      ‘Doe niet zo stom,’ bromde Annatar. ‘Je zus zou zich schamen als ze je zo op de grond zag kronkelen. Wees een man.’
      De woorden deden pijn. Zo veel pijn dat hij overeind kwam en Annatar aanvloog. Hij sloeg hem waar hij kon, wurgde hem zelfs zodra hij op de grond viel. ‘Geen woord over mijn zus! Doe niet alsof je iets van haar weet!’
      Hij begon weer te snikken. Zijn vingers verloren kracht en hij rolde van Annatar af. Hij trok zijn knieën op en leunde er met zijn hoofd tegenaan. ‘Ga weg!’ riep hij toen iemand een hand op zijn schouder voelde. ‘Deze tocht is voorbij! Laat me alleen met mijn verdriet.’
      Er ging een nacht voorbij voordat zijn wens werd ingewilligd. Er lag een laagje ijs op zijn armen toen hij hun voetstappen hoorde verdwijnen. Hij veegde langs zijn ogen en staarde naar de hemel totdat deze lichter kleurde. Ze zon kwam op, maar bood hem geen warmte. Hij had het gevoel alsof hij gevangen zat in een berg ijs en alleen Jaynes lach kon het doen smelten.
      En die lach, die lach kwam nooit meer.

De daaropvolgende dagen zwierf Angmar rond. Hij hakte het karkas van de draak in honderden stukken en at ervan. Hij schopte de geblakerde grond opzij en zocht naar iets van zijn zuster. Een lok haar, een sieraad, wat dan ook. Er was niets meer. Helemaal niets meer. Met de dag leek het kouder te worden, alsof haar magie hier nog rondzwierf. Het was zijn enige troost. Hij verwaarloosde zich terwijl hij van plaats naar plaats ging, doelloos. Zoekend niet iets wat hij nooit meer zou kunnen vinden.

• Einde deel 1 •

Reacties (4)

  • Trager

    Arme Angmar.. D:

    4 jaar geleden
  • Vasya

    Nooo Angmar, zo zielig :C
    Ik ben wel benieuwd hoe Annatar Jayne ertoe heeft gezet om er op haar eentje op uit te gaan.

    4 jaar geleden
  • ProngsPotter

    Waaaaat?

    Ik ben het trouwens echt honderd procent eens met Marleen, gehehe:Y)

    4 jaar geleden
  • SonOfGondor

    Weet je hoe geweldig het zou zijn geweest als Angmar Annatar hier gewoon had vermoord?

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen