Ik knik naar Cassi. “Ja, daar zorgen we wel voor. Maar wel morgen, na de wedstrijd ofzo. We kunnen nu maar beter gaan slapen, anders val je morgen op het veld in slaap en daar zullen Paolo en ik -en de rest van de wereld waarschijnlijk ook- je echt voor eeuwig mee pesten. Maar geen zorgen, die wraak komt wel, geloof me.” Cassi gromt wat en laat zich op haar bed vallen. Ik zucht en loop naar mijn eigen bed. “Welterusten Cassi.” Zeg ik.

“Welterusten Fay.” Mompelt ze.

Al snel liggen we allebei te slapen. Heel lang duurt het niet: na wat voelt als een paar minuten -al is het waarschijnlijk een uur- wordt ik wakker door een hand op mijn schouder. Ik schiet overeind. Het enige wat ik zie is een schaduw. Ik wil gillen, maar plots herken ik de donkere ogen. Hij pakt mijn hand vast en trekt me overeind. Ik glimlach -ik weet niet zeker of hij het ziet; het is donker- en klim uit mijn bed. Ik wil vragen wat er is, maar hij gebaart dat ik stil moet zijn en trekt me mee de kamer uit. Ik schiet trek snel mijn schoenen aan en gris mijn jas van de kapstok. Samen lopen we de trap af. Percy Travis is nergens te bekennen, en de deur gaat gewoon open. Zou het echt zo makkelijk zijn?

Blijkbaar wel, want al snel staan we buiten. “Axel? Wat is er aan de hand?” Vraag ik.

Hij glimlacht. “Ik wil je iets laten zien.”

“Wat dan?” Vraag ik nieuwsgierig.

“Je zal wel zien.” Hij pakt mijn hand en neemt me mee.

“Waar gaan we dan heen?”

Hij lacht. “Niet zo nieuwsgierig! We zijn er bijna.”

Ik kijk om me heen. Volgens mij lopen we richting van het voetbalveld aan de rivier. En inderdaad, bij de oever staat hij stil. Ik kijk naar het water. “Wow.” Meer kan ik niet uitbrengen. De volle maan en de sterren weerspiegelen in het water. Zoiets moois heb ik nog nooit gezien. Axel trekt me tegen zich aan, en ik leg mijn hoofd op zijn schouder. “Het… het is prachtig.” Fluister ik.

“Sorry dat ik je wakker gemaakt heb.” Zegt hij.

“Geeft niet.” Lach ik. “Dit is het meer dan waard. Ten minste, zolang niemand merkt dat we weg zijn. Als Cassi of de coach erachter komt hebben we een groot probleem.”

Hij lacht. “We zorgen er wel voor dat we op tijd terug zijn. Maar we hebben nog wel even.”

Ik glimlach en knik. Ik negeer het feit dat het midden in de nacht is, dat we het gebouw uitgeglipt zijn en dat ik hier in mijn pyjama pyjama sta. Ik negeer het feit dat we zwaar in de problemen kunnen komen. Ik negeer de rest van de wereld. En dan zoenen we.

Het liefste zou ik hem nooit loslaten, maar aangezien ik een mens ben, en mensen moeten ademhalen, lijkt het erop dat ik geen andere keus heb. “Axel?” Zeg ik zacht.

“Wat is er?”

“We zijn behoorlijk gestoord, hè? Dat we hier zo staan, midden in de nacht.”

Axel knikt. “Dat kun je wel zeggen. Het is gestoord dat ik je kwam halen, het is gestoord dat je meeging.”

Ik lach. “Ik ben ook gestoord.”

Axel strijkt door mijn haar. “Weet ik. Ik ook. Maar het maakt niet uit, want ik hou van je zoals je bent. Dus beloof me alsjeblieft dat je nooit verandert.”

“Dat beloof ik.” En dan zoenen we weer.

Ik weet niet hoe lang we daar zitten. Het voelt als een paar minuten, enkele seconden, maar waarschijnlijk is het veel langer. De tijd gaat te snel, daar kan ik niets aan doen. Axel trekt me overeind. “Kom.” Zegt hij. “We kunnen maar beter terug gaan.”

Ik zucht en knik, wetende dat hij gelijk heeft. Ik zal toch nog een beetje moeten slapen, anders val ik morgen in slaap tijdens de wedstrijd. En daar gaan Cassi en Paolo me voor eeuwig mee pesten, dus dat risico loop ik liever niet. De Big Waves moeten een sterk team zijn, ze zijn immers de grote favoriet. Maar of we nu tegen ze spelen, of later, maakt eigenlijk niet zoveel verschil. Helemaal niet als we niet eens buiten mogen trainen. We zijn helemaal niet op elkaar ingespeeld, dus ik hoop maar dat het goed komt morgen. Nou ja, er zal wel een idee achter zitten. De coach weet vast wel wat hij doet. Ten minste, dat hoop ik. Maar aangezien coach Hillman hem heeft uitgekozen, moet hij wel een goede coach zijn, vervloekt of niet. Coach Lina bleek uiteindelijk ook het beste met ons voor te hebben, nietwaar? Nou ja, soort van. Niet teveel bij stil staan. Die trainingen op onze kamers moeten toch ook wel enig effect hebben gehad, toch? We hebben uit alle macht geprobeerd er het beste van te maken, en meer konden we niet doen. Hoe dan ook, we gaan winnen! We moeten wel, want we hebben Paolo beloofd dat we daar zullen zijn.

“Waar denk je aan?” De stem van Axel schrikt me op uit mijn gedachten. We zijn alweer bijna bij het gebouw.

Ik haal mijn schouders op. “Oh, gewoon. Aan Paolo. En aan de wedstrijd van morgen. We moeten winnen!”

Axel grinnikt en knikt. “Zeker. Maar dat lukt wel, geloof me. We hebben allemaal getraind, toch.”

Ik zucht. “Ja, maar niet samen. We weten nauwelijks iets van die Archer af, we hebben nog niet één schot van Austin gezien, Jude en Caleb vechten elkaar nog eens het ziekenhuis in en de helft van het team ziet het verschil tussen mij en Cassi niet eens.”

Axel grinnikt. “Ik wel. En Jude ook. En een paar anderen vast ook wel. En jullie lijken ook gewoon heel erg op elkaar, weet je nog?”

“Niet waar! Cassi en ik zijn heel verschillend! Nou ja… een beetje dan… ongeveer… je snapt wat ik bedoel! Ze moeten gewoon beter hun best doen!” Ik sla kinderachtig mijn armen over elkaar, maar zodra ik besef dat ik dan helemaal op Cassi lijk laat ik snel mijn armen weer zakken.

Axel grinnikt. “Het lijkt me beter als we nog wat gaan slapen.” Zegt hij terwijl hij de deur open doet. “Welterusten Fay.” Fluistert hij, en hij geeft me nog een kus.

“Welterusten Axel.” Fluister ik terug. En dan schiet ik zo snel en geruisloos mogelijk de trap op, naar mijn kamer.

Reacties (2)

  • Opperbibbsie

    Het is ook gewoon te leuk om stiekem weg te glippen.
    xD

    En ik vind Fay en Axel zo leuk samen!
    (H)

    2 jaar geleden
  • MrsNeymessi

    Fay, jij stiekemerdxD

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen