Foto bij O61 | Fuin

Door een klein foutje is de laatste paragraaf van vorig hoofdstuk de eerste paragraaf van dit hoofdstuk geworden. Ah well.
Sorry voor de activeer-pauze trouwens, het was echt mijn bedoeling het deel Fuin af te maken voor het begin van mijn herexamens, maar hier ben ik dus helaas niet in geslaagd.

Faelain

Ze landden op de berg. Elrond en Gandalf raakten de grond als eerste, Thranduil, Arwen en Fëa volgden hen al gauw. De ingang van de Doemberg gloeide als een toorts in het donker. Gandalf stak zijn hand op.
'We zullen klaar moeten zijn. Ik voel de aanwezigheid van Ringgeesten, en Sauron heeft de Ene terug bemachtigd. Hij zal echter, na al de jaren van sluimering, nog niet op volle kracht zijn. Indien we snel handelen -'
'Hoe?' onderbrak Fëa, 'De enige die ooit sterk genoeg was om Hem te weerstaan was vrouwe Galadriel, en zij...'
'Zij is bij ons', sprak Arwen. Elrond keek zijn dochter aan, zijn blik onleesbaar. Arwen leek echter overtuigd te zijn van haar woorden.
'Dit is dan het begin.' zei Thranduil. Hij knikte naar de anderen en ze begonnen hun weg naar boven. Plots week Fëa echter naar achteren, de zwarte tanden van een van haar schaduwdraken ontwijkend. Met een snelheid die hen allen verbaasde sprong ze naar voren, haar rechterhand om haar amulet geklemd, de andere om haar dolk. Ze haalde uit en de draak vervloog tot stof. De andere Schaduwdraken kropen dichterbij, hun vleugels dicht bij hun lichaam en hun ogen gloeiend als kolen. Uit hun enorme bekken klonk een duister geklik en ze doken nog dieper naar de grond. Thranduil had al eerder draken bevochten, en hij herkende deze aanvalshouding beter dan hem lief was.
'Wat gebeurt er?'
'Sauron heeft hen in zijn macht. Ga!' Elrond, Gandalf en Arwen leken de situatie even in te schatten, maar toen knikten ze en renden ze naar de ingang van de Doemberg. Een van de Schaduwdraken krijste en beet naar de Elf van Orolim. Ze ontweek het wezen dat eens onder haar controle was en haalde naar hem uit met haar dolk. Het enorme beest ontweek haar echter, en een andere sprong zijn soortgenoot te hulp. Mijn zuster is geen krijger, herinnerde Thranduil de woorden van Araval. Hij trok zijn zwaard en snelde naar haar zijde.
'U kan mij niet helpen!' schreeuwde Fëa, 'Enkel mijn dolk, de dolk die hen opriep, kan hen stoppen. Het echte kwaad is in de Berg. Help de anderen, heer Thranduil. Ik zal mijn rol hier spelen.'
Thranduil aarzelde en een van de draken probeerde hem aan te vallen, maar Fëa sprong tussen hem en het wezen en schreeuwde in de Zwarte Taal. Een zwart aura leek om haar heen te vormen. De draken vielen naar achteren alsof ze neergestoken werden. Het leek slechts een tijdelijke oplossing, want al gauw vertoonden ze weer tekenen van leven.
'Ga! Ik zal proberen hen zo lang mogelijk tegen te houden!' Hoewel het de Elfenkoning tegen de borst stuitte om de Elf alleen achter te laten, besloot hij haar beslissing te respecteren. Met grote passen liep hij achter de anderen van het gezelschap aan.
'Heer Thranduil', hoorde hij achter zich, 'Zeg mijn broer dat hij mijn zegen heeft om zonder mij naar de Onsterfelijke Landen te trekken.'
Niet heel ver van hen vandaan huilden er wolven.

'Andúnë Gurthang. Het ziet ernaar uit dat de Elfen van weleer toch een poging gaan doen om je te redden.' Sauron knielde voor haar neer en streek een zilveren lok uit haar gezicht. De halfelf staarde apathisch voor zich uit, niet in het minste bewust van wat er om zich heen gebeurde. Sirdal jankte ongemakkelijk toen Sauron zich over haar heen boog, maar hij leek te bang te zijn van de Duistere Heer om zich dicht in zijn buurt te begeven. De twee Hobbits klemden zich ondertussen stevig aan elkaar vast. Voor hen stond een Ringgeest, die hen scherp in de gaten leek te houden. Frodo leek elke seconde bleker en zwakker te worden in diens nabijheid.
De Ringgeesten trokken hun zwaarden, en Sam probeerde zich beschermend voor Frodo te positioneren.
Een Tovenaar en drie Elfen betraden de berg. Niemand sprak een woord.
De Ringgeesten waren de eersten die aanvielen. Elrond sprong voor Arwen en pareerde de slag die op haar af kwam gesuisd. Thranduil dook onder een zwaard van een van de Nazgul door en probeerde zijn zwaard door diens mantel te steken.
'Gandalf', zei Sauron. Hij stond achter de halfelf, zijn hand rustte nonchalant op haar sleutelbeen. 'Ik vroeg me al af of je zou komen. Wit staat je.'
'Laat hen gaan. Je hebt haar, noch de Hobbits nu nog nodig.'
Sauron lachtte. 'Ik heb haar niet meer nodig? Jij dwaas.
Wat is meer geschikt dan het bloed van Fëanor, de grootste ambachtsman der Elfen, om de ketenen die Melkor uit deze wereld houden te breken?
Wie anders dan Andúnë Gurthang, die ook het bloed van de Númenor draagt, die mij in het verleden ook geholpen hebben, en Melkor aanbaden? Vertel me, Gandalf, Orolin, kan je een grotere ironie bedenken dat zij alles waardoor die twee bloedlijnen werden vervloekt en uitgespuwd door de Valar, opnieuw heeft gedaan? Ze vermoorde haar soort, niet één keer, maar twee keer, in Lorien en Mithlond. Ze diende mij, bijna trouwer dan degenen die me al eeuwen dienen. Ik win, en jullie met jullie ijdele hoop zijn ten dode opgeschreven. Zij wordt het instrument van de doem van jouw perfecte wereld. Ik heb haar ten zeerste nodig.'
Gandalf rees zijn staf, maar Sauron was hem voor. Met slechts een handgebaar vloog de Tovenaar naar achteren. Sauron streek met een vinger over een litteken dat over Andúnë's hals liep. Langzaam, met een van zijn klauwachtige nagels, zonk hij door het weke vel van haar hals, waar het bloed onmiddellijk uit opwelde.

Reacties (1)

  • Croweater

    Nooo. Let someone do something!!

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen