Foto bij De Wezens

'Dit is hopeloos.' Zuchtte ik. 'Ik krijg het toch nooit terug.' 'Zeg dat niet.' Zei Matsuda fel.'Maar nu gaan we slapen.' Hij ging op de grond liggen. 'Jakkes, we slapen toch niet op de grond?!' Hij knikte verbaasd. 'Ja, dat deden we altijd.' De grond lag minder erg dan ik gedacht had. Het gras kriebelde in mijn nek en het rook naar verse aarde. Die volgende drie dagen bleven we in het dorpje, maar Matsuda besloot dat het geen zin meer had, en ik volgde met tegenzin. Toch begon ik hem steeds aardiger te vinden.
Voordat we vertrokken ging Matsuda hulp vragen ik een winkel. 'Hallo? Kunt u ons helpen? Weet u iets over geheugenverlies?' 'No mio alu Rukinyri's.' (Ik spreek alleen Rukinyri's) 'Watte?' Vroeg ik. 'Hij zegt dat hij alleen de taal uit het Rijk Van Legendes kan spreken.' Zei Matsuda. 'Dat was vroeger de taal van tovernaars. In de Oude Oorlog gebruikten de mensen uit Het Rijk Van Legendes die taal als geheimtaal. Het heeft zelfs een eigen alfabet. Sommige mensen spreken het nu nog steeds.' 'En jij kan dat zeker spreken?' Vroeg ik. Hij knikte. 'Knoji jat nos happie?' (Kunt u ons helpen?) 'Kare?' (Hoe?) vroeg de man. 'Zat knoji choim membo.' (Zij kan zich niets herinneren) Zei Matsuda. 'Kare?' (Hoe?) vroeg de man opnieuw. 'Un gazuto.' (Een pop) De man begon te lachen. 'Laka choim!' (Niet lachen!) Zei Matsuda boos. 'Ay, wodo.' (Ja,sorry) 'Nos taté mati zintie membo!' (Mijn vriendin moet iets herinneren!) 'Ay! Jat mati hanaho saf ha Feeënrijk haden.' (Ja! Je moet water uit het Feeënrijk hebben.) Ik had geen idee waar ze er over hadden, maar schrok toen ik het woord Feeënrijk hoorde. 'Cho. Choim pet. Wodo. Nos da ha zet.' (Nee. Niet goed. Sorry. We doen het zelf wel.) 'No gazoté jat taizai et rem.' (Ik geef jullie fruit en noten.) De man verdween. 'Wat zeiden jullie? Vroeg ik. 'Hij stelde water uit het Feeënrijk voor, maar dat kan niet. Dat duurt te lang. Hij is nu fruit en noten halen.' Zei hij luchtig. 'Arrigato.' (Bedankt) Zei Matsuda toen hij het eten kreeg. 'Muzi!' (Dag!) zei hij, en zwaaide. Ik zwaaide ook. Hopend dat 'arrigato' iets positiefs was riep ik: 'Arrigato!' We liepen er van door. 'Wat riep ik net?' Fluisterde ik. 'Je zei dankjewel.' Ik ademde opgelucht uit. Die hele dag liepen we, maar vonden niks.

Bij het ontbijt aten we het fruit dat we van de man gekregen hadden. Ik keek somber voor me uit. Wat als we het nooit vonden? Wat als ik altijd zo bleef? Onwetend en in de war? 'Het komt wel goed.' Zei Matsda. Hij klopte op mijn hand. 'Ik beloof het. En weet je? Ik heb een goed gevoel voor vandaag.' 'Echt?' 'Echt.' Ik schonk hem een warme glimlach. 'Weet je wat raar is?' Vroeg ik. Hij schudde zijn hoofd. 'Dat ik niet eens weet hoe ik er uit zie.' Hij lachte ook. 'Nou, je hebt grijze ogen, bruin haar, en je bent niet lelijk. Un otoshimono ka odoza.' 'Wat zei je?' Hij stak zijn tong uit als een klein kind. 'Zeg ik lekker niet. 'Je zei toch niet dat mijn gezicht er uit ziet als poep?' Hij lachte. 'Natuurlijk niet.' 'Wat zei je daaaan?' Vroeg ik ook als een klein kind. Hij maakte een gebaar alsof hij een rits voor zijn mond dichttrok. Ik keek hem kwaad aan. 'Doe niet zo kinderachtig, ik zei mar wat.' Lachte hij. Na een tijdje lopen voelde ik plotseling mijn voeten een beetje wegzakken in de grond. Ik keek geschrokken. 'Wat?!' Ik probeerde verder te lopen, maar dat ging niet. Naast me probeerde Matsuda zijn voeten ook los te trekken. Ik raakte in paniek. De blubber kwam nu al tot mijn middel. 'Help!' Gilde ik. De blubber kwam tot mijn schouders. 'Gooi je rugzak af!' Riep Matsuda. Maar dat lukte niet. De blubber kwam namelijk al tot mijn kin. Ik sloot mijn ogen, nam een laatste hap lucht, en voelde hoe de blubber mijn neusgaten binnendrong.

'Hallo? Hallo?!' Hoorde ik een piepstemmetje boven me. Ik deed loom mijn ogen open. 'Tering!!!' Riep Matsuda geschrokken. 'Mat!' Zei ik boos. 'Let op je taalgebruik! Holy shit!!!' Er stond iets voor me... Iets! Het was een klein wezentje met enorme ogen, geen neus of mond, en een rare, groenachtige, doorzichtige huid. Je kon alle organen, botten en spieren zien zitten. Ik keek heel eventjes gefascineerd hoe twee harten bloed door het lijfje pompte. 'Nymph zagt jullie door grond vallen. Nymph heeft jullie gehelpt.' Zei het wezentje. Ik wilde vragen: 'Wie ben jij?' Maar op weg naar mijn mond verdwaalde die woorden. 'Wát ben jij?' Vroeg ik. 'Nymph ist Wezen. Oudste schepsel op aardste.' Zei Nymph trots. Ik keek Matsuda bang aan, maar hij leek helemaal niet bang. 'Zijn er nog meer Wezens, Nymph?' Het Wezen knikte. 'Jazeker Matsui. Ist veel Wezens hier.' Hoe wist ze zijn naam, en waarom sprak ze het niet normaal uit?' Ze zag me kijken. 'Nymph lezen ziel, Erzie.' Ik moest mijn best doen om niet te lachen. Erzie! 'En ikke kunt u helpsken met probleem.' 'Echt?!' Riep Matsuda opgewonden. 'Dat is geweldig! Dank je wel Nymph!' Hij deed echt alsof ze nu al meteen zijn beste vriendin was. Even keek hij alsof hij niet goed wist wat hij moest doen. Toen klopte hij haar even op haar hoofd. 'Maar Erzie zullent alles vergeten van vandaag.' Zei Nymph. 'Geen probleem.' Zei ik, en klopte haar ook even op haar hoofd. Et was vreemd, als of ik op water klopte. 'Ikke komt jullie halen als ik ben klaar.' Zei Nymph, en verdween tussen de struiken. Ik kreeg voor het eerste de kans om om me hee te kijken. Ik lag in een groot veld met bloemen, bomen en rotsen. In de verte zag ik een ander Wezen vliegen, of zwemmen. Het was een soort van zwemmen door de lucht. 'Erza?' Zei Matsuda. 'Duw me alsjeblieft niet weg.' Hij sloeg zijn armen om me heen. Steeds strakker en strakker. Ik moest heel eerlijk toegeven dat het helemaal niet zo vervelend was. Toen aaide hij even over mijn hoofd. 'Ik ben heel blij dat je je straks alles weer kan herinneren. En we zijn echt al super snel op een oplossing gekomen! Het was best zwaar voor me, weet je? We waren echt goede vrienden. Of ten minste, voor mij.' Dat laatste zei hij zacht, alsof hij zich ervoor schaamde. 'Nymph ist klaar!' Hoorde ik het piepstemmetje weer. Het Wezentje vloog-zwom door de lucht, voor ons uit. We kwamen bij een open plek aan. Mij werd bevelen om op een halve boomstam te gaan liggen. Nymph legde haar koude handjes op mijn hoofd. Ik keek nog even hoe ze naar me lachte. Ja, zelfs zonder mond lachte ze, haar ogen deden het. Toen sloot ik mijn ogen. Ik voelde hoe de koude handjes via mijn armen omlaag gleden naar mijn tenen, weer terug, e toen duwde ze zachtjes op mijn voorhoofd, vreemde woordjes fluisterend. Ik sperde mijn ogen wagenwijd open, herinneringen flitste voor mijn ogen, spoelde mijn hoofd binnen. Ik kreeg er hoofdpijn van! En toen viel ik slap van de boomstam af. 'Wat is er met haar?!' Vroeg Matsuda geschrokken. Hij keek naar mijn slappe lijf. Ik hoorde het allemaal niet meer, ik was al buiten westen. 'Herinnering ist veel voor Erzie. Ze kunt wakker worden als ze in het land van Wezen niet meer ist. Nymph brengt jullie naar eigen wereld.' Voorzichtig tilde Matsuda mijn slappe, bewusteloze lichaam op. Hij ondersteunde mijn hoofd dat anders in een onnatuurlijk hoek zou liggen. 'Het komt allemaal goed.' Prevelde Matsuda zachtjes. 'Ikke stuurt jullie naar eigen land.' Nymph legde haar handjes tegen Matsuda's knieën, (verder kwam ze niet) sloot haar ogen, en toen stonden we weer op het bospaadje. Teder legde hij me neer op de bosgrond. Ik opende langzaam mijn ogen.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen