Foto bij I promise you

Een zachte, trillerige zucht werd geslaakt. Het was niet mijn zucht. Ik keek opzij. Harry staarde naar de friemelende handen op zijn schoot en ik zag zijn ogen nat worden.
Ik kon niet ontkennen dat ik zelf ook die gedachten had gehad, maar omdat het alweer zo lang geleden was en Harry er zelf niets over zei, wilde ik dat ook niet doen. Straks wakkerde ik datgene in zijn hoofd weer aan, terwijl ik juist zo graag wilde dat hij vooruitging. Maar ik zou nu wel moeten weten dat niemand er controle over kan hebben. Ook Harry niet.
Ik pakte zijn hand en streek met mijn duim over de rug ervan.
Er waren de laatste tijd veel momenten geweest waar ik Harry toevallig in zijn staat van alleen-zijn had gezien, zoals dat hij peinzend uit een boek opkeek of vanaf de zijkant naar de spelende jongens staarde, en ook al werden zijn ogen niet donkerder, zijn blik deed dat wel. Zijn ogen gingen dan voor even dof staan en zijn mondhoeken zakten naar beneden.
Of dat hij, sinds een paar weken, een paar keer per week ’s nachts het bed uitging omdat hij niet kon slapen. Hij dacht dan waarschijnlijk dat ik gewoon sliep, maar ik lag dan op mijn zij en staarde in het zwakke maanlicht naar zijn rug terwijl hij stilletjes de kamer uit schuifelde.
Soms was hij een kwartier weg, soms anderhalf uur. Soms viel ik tussendoor in slaap, soms ook niet, al deed ik wel alsof als hij weer even slaperig als eerst de kamer binnenkwam. Dan was ik op mijn andere zij gedraaid, mijn rug nu naar hem toe, terwijl hij stilletjes in bed kroop en de deken over zich heensloeg. Dan kon ik hem horen ademen, en de spanning in zijn lichaam voelen. Maar me dan aanraken voor gemak en troost deed hij niet. Terwijl ik er zo graag voor hem wilde zijn.
‘Het spijt me.’
‘Waarvoor?’ Ik kneep zacht in zijn hand. Hij zuchtte.
‘Dat ik weer zo ben. We hadden zo’n positieve toekomst voor ons in het verschiet.’
‘En die hebben we nog steeds. Er is nog niets verloren, Harry.’
‘Zo voelt het wel.’
‘Dat begrijp ik, maar dat komt niet door jou. Dat komt door de depressie.’
‘Hm. Dat weet ik wel.’
‘Is het dan nu geen tijd om weer even je psycholoog te bellen? Je hebt dezelfde als eerst, toch? Die je altijd kan bereiken als het weer mis gaat?’
‘Heb ik al gedaan. We mailen een paar keer per week.’
‘Waarom spreken jullie niet in het echt af? Volgens mij is dat een betere manier dan woorden via een toetsenbord en via een scherm.’
‘Weet ik.’
Het bleef stil. Harry’s onderlip trilde.
‘Ik wil alleen niet.’
Ik bekeek de zijkant van zijn gezicht en bedacht tot mezelf dat ik na meer dan tien jaar Harry toch wel beter kende dan we allebei dachten.
‘Omdat hem zien je terugbrengt naar die periodes van toen? En je juist wil blijven doen alsof er niets aan de hand is en je de hele situatie onder controle hebt?’
Een traan ontsnapte en Harry sloot zijn ogen. Zo bleef hij lang zitten.
‘Ik ben niet boos op je, hè.’
‘Misschien wel vanwege andere dingen.’
‘Welke andere dingen, Harry? Je voelt je schuldig maar dat hoeft niet. Ik hou van jou en ik ben er voor je in betere tijden en slechte tijden. Tot de dood ons scheidt.’
Ik staarde naar zijn vingers en draaide met de mijne peinzend aan zijn ringen. Hij liet me.
‘Is dit de reden waarom je nooit meer een aanzoek hebt gedaan?’
De vraag bleef lang in lucht hangen. Ik kon Harry zien twijfelen of hij hem moest grijpen, maar hij voelde mijn hand in de zijne en voelde zich ook blijkbaar verplicht.
‘Ja.’ Hij klonk een beetje schor en schraapte dan ook zijn keel. ‘Dat klopt.’
Ik voelde me enigszins gekwetst. Blijkbaar dacht hij zo hopeloos over de toekomst dat ik er niet in zat. Laat staan de kinderen.
‘Wil je een keertje met me mee? Als we weer thuis zijn?’ vroeg ik zacht.
‘Waarheen?’
‘De vluchtelingenkampen. En vooral de kinderen.’
‘Vind je dat niet erg? Straks gaat alle aandacht naar mij terwijl jij die verdient.’
‘Ik kom er lang genoeg. En als jou zien betekent dat ze voor een paar minuten dolsgelukkig zijn, dan is dat alleen maar mooi meegenomen.’
Harry keek me voor het eerst aan. ‘Wat is dan de echte reden dat je me erbij wilt?’
‘Misschien zodat je je kan richten op de worstelingen van anderen in plaats van jezelf. En je leert meer. En het maakt je in het algemeen ook een beter mens.’
‘Niet op het gebied van gelukkig zijn.’
‘Maar wel van kennis en van waardering. Misschien ontdek je bij jezelf dingen die je nooit gedacht had te hebben.’
‘Wat heb jij bij jezelf ontdekt?’
Ik glimlachte zwakjes en keek over de rand van het balkon.
‘Dat ik heel erg dankbaar ben voor het leven wat ik heb, en dat ik dat mag delen met jou. Dat daar ook twee kinderen bij zitten en dat ik iets mag doen waarbij ik echt het gevoel heb dat ik iets kan betekenen, in plaats van elke dag in een kantoor te zitten.
‘Ik heb ontdekt dat ik er meer voor kinderen dan volwassenen wil zijn, en ik heb ontdekt dat als het moet, ik niet huil, niet schreeuw, maar me beheers en er gewoon ben.’
‘En dit gaat allemaal over de vluchtelingen?’
‘Ja,’ mijn zicht werd een beetje troebel, ‘dat klopt. Echt, Harry, je zou ze echt moeten ontmoeten. De kinderen zijn zo lief, ook al zijn ze behoorlijk getraumatiseerd. Maar als je als een moeder voor je bent zijn ze binnen een maand om. Vooral sommigen van hen, god, ik leer zoveel van ze. Ook al zijn ze vijftien jaar jonger.’
‘Is het wel de bedoeling dat je moeder voor ze speelt? Straks ben je weer weg.’
Ik fronste. ‘Ik speel geen moeder. Ik stel ze gerust, ben er voor ze, en het gevoel wat ze daarbij krijgen is ongeveer gelijk aan dat wat ze hebben bij een moeder. Maar ik maak ze altijd duidelijk dat ik dat niet ben. En ik ga niet weg. Ik ga ervoor zorgen dat elk van hen goed terechtkomt. Met of zonder familie wat later of helemaal niet op komt dagen.’
‘Sturen ze die kinderen zelf de zee over?’
‘In veel gevallen, ja. Uit wanhoop, omdat ze hun dierbaren overal behalve daar willen hebben. Sommigen gaan om in zee, sommigen komen aan in land, en sommigen... verdwijnen dan spoorloos.’ Een vieze smaak in mijn mond. Ik probeerde het weg te spoelen met de thee maar proefde het daarna nog steeds.
‘Waarheen?’
‘Niemand kan het goed aanwijzen. Ze verdwijnen in de wereldhandel van, eh... misbruik. Seksueel misbruik. Omdat er vanaf het begin al geen voogd was die over ze waakten terwijl ze naar hier reisden en toen onderkomen moesten zoeken. Dat is toch het ergste wat kan gebeuren?’ Mijn stem sloeg over, ik bedekte mijn gezicht met mijn vrije hand. Harry trok hem weg.
‘Je doet al heel veel, Aibileen. Je kan niet alles, je kan alleen je best doen. En die wereldhandel is geen plek voor jou om in te wroeten. Dat kan je je veiligheid kosten, me misschien uiteindelijk wel je leven, als je er te diep in duikt. Houd je bezig met de kinderen die er nog zijn, die je wél kan helpen.’ Hij sloeg een arm om me heen en ik legde mijn hoofd op zijn schouder. Het voelde vertrouwd.
‘Ik ga wel met je mee als we weer thuis zijn,’ hij drukte een kus op mijn hoofd, ‘beloofd.’

Reacties (5)

  • Efflorescence

    Heel mooi geschreven. Leuk dat je nog steeds verder schrijft aan dit verhaal.

    2 jaar geleden
  • biancadokkum

    Wauw:D! Echt super geweldig mooi geschreven <3!
    Kudo erbij:D!

    2 jaar geleden
  • Framboise

    Zo mooi!(H)(H)(H)

    2 jaar geleden
  • RiverWild

    Wauw, zo mooi!!
    Snel verder!!

    2 jaar geleden
  • kussmyrnex

    waneer komen er weer romantisch momenten tussen hun?:)love your story. zo goed geschreven

    2 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen