Foto bij 045 - Gone

Enjoy:)

Yarea
"Stil! Ik hoorde wat, daar!" klonk een stem. Het was die lelijke Giltrar. Degene die ik het meest haatte. Abrupt stond ik stil. Amras was weggegleden en lag nu hulpeloos op de grond. Hij bleef zo stil mogelijk liggen en probeerde zich zo onzichtbaar mogelijk te maken. Wat vrij lastig was, met zwarte kleren in de witte sneeuw. Onze wolven waren nergens te bekennen. Dat was maar goed ook, want als deze mannen onze wolven zouden zien waren we verraden.
Zo zacht als ik kon stapte ik achteruit. Ik hurkte achter een omgevallen boomstronk waar een bosje voor groeide. Met ingehouden adem gluurde ik tussen de met sneeuw bedekte takken door. Mijn hart klopte in mijn keel. Giltrar liep samen met de ander recht op Amras af! Amras lag een meter of tien links van me. Grote kans dat als ze hem te pakken hadden, ze mij dan ook konden zien. Ik pakte de dichtstbijzijnde steen in mijn hand. Het ding was ijskoud. Snel gooide ik het zo ver mogelijk naar rechts. Met flink wat geluid kwam het steentje in de bosjes terecht. Ik keek weer richting Giltrar. Zij hadden het geluid ook op gemerkt.
"Het kwam daar vandaan!" klonk zijn stem. Meteen liepen de twee mannen die richting op.
Vlug stond Amras op liep voorzichtig naar me toe.
"We moeten hier weg. Volg mij." zei Amras bijna onhoorbaar. Witte adem wolkjes verschenen voor zijn gezicht.
Ik hield mijn mond en volgde Amras. Giltrar en de ander waren de andere kant opgelopen en stonden nu met hun ruggen naar ons toe. Snel sprintte we het heuveltje op. Zo zacht en onopvallend mogelijk. Pas toen we beide het heuveltje over waren en uit het zicht van Giltrar en de ander waren, durfde Amras en ik te stoppen met rennen. Snel doken we achter een bosje en bleven daar doodstil zitten. Mijn hart bonsde gestaagd in mijn keel. Onze gejaagde ademhalingen was het enige wat ik op dat moment hoorde. Geen ander geluid te horen. Geen mens wat naderde. Een tijdje bleven Amras en ik in stilte daar zitten. Toen we er van overtuigd waren dat Giltrar en zijn maatje de andere kant op waren gelopen, durfden we op te staan. Zo snel als we konden liepen we richting het kamp. Nog steeds op onze hoede. We mochten Giltrar niet nog een keer tegen komen.
Pas toen we bijna bij het kamp aangekomen waren bleven we stil staan. Onze wolven liepen nog ergens in het bos rond.
"Zullen we ze roepen?" vroeg ik aan Amras.
Die twijfelde even. "Laten we het zachtjes proberen, niet te hard roepen. Komen ze niet, dan laten we ze maar. Ze zullen vast wel terug naar het kamp komen."
Ik knikte. "Ik hoop maar dat ze niet gezien zijn door iemand. Ze zijn nogal...opvallend."

De wolven kwamen niet. Ik zuchtte diep. Ik hoopte maar dat de wolven niet voor problemen zouden zorgen. Terneergeslagen keerde Amras en ik terug naar het kamp. Toen we weer eenmaal binnen de wallen van het kamp waren kregen we al snel een paar verbaasde blikken. Ze wisten dat we er met de wolven op uitgingen, en nu keerde we zonder terug.
Snel liepen we naar de tent van Saed. Bij binnenkomst keek die ons vragend aan.
"Een goede jacht gehad?" vroeg Saed.
Ik en Amras wisselde een blik uit. "Nou...het zit zo," begon ik.
"We waren dus aan het jagen met de wolven toen we plotseling mensen hoorde. Het waren twee soldaten van de lichte kant, twee van het groepje dat ons ook gevangen genomen had." vervolgde Amras.
"Wat!" riep Saed uit. Hij keek ons met een geschrokken gezicht aan.
"Ze hebben ons niet gezien, we konden op het nippertje ontsnappen." voegde ik er snel aan toe.
Hij zuchtte diep en keek erg moeilijk. "Gelukkig maar, we kunnen het niet hebben dat ook maar één iemand onze schuilplaats ontdekt. De komende dagen moeten we extra voorzichtig zijn."
Ik keek naar de grond. Ik voelde me schuldig, het was misschien niet mijn schuld maar ik voelde me toch schuldig.
"Nafal, informeer iedereen. De eerst komende drie dagen verlaat er niemand het kamp." commandeerde Saed. "Ik hoop dat jullie wolven geen aandacht trekken." voegde hij er aan toe. Daarna liep de man de tent uit.
Ik en Amras bleven in stilte achter. Een zucht verliet mijn mond. Ik voelde me schuldig. We liepen samen terug naar onze tent. Eenmaal binnen plofte ik neer op de grond.
"We moeten weer verder binnenkort." zuchtte ik.
Amras knikte. "We moeten verder, het drakenoog stelen."
"Maar hoe?" vroeg ik. Het was iets waar ik nog niet echt over nagedacht had, dus ik had geen idee.
Amras grinnikte. "Ik weet het nog niet. Maar dat komt nog wel. We moeten er eerst heen, dan kunnen we daar ons plan maken."
Ik schudde lachend mijn hoofd, dat was niet erg duidelijk. "Lekker dan."
Amras keek me met een onschuldige glimlach aan. "Ik verzin wel iets." zei hij.
Ik sloeg mijn handen over elkaar. "Ja, ja. Verzin jij maar wat," en ik draaide me om en liep naar de tent. Ik was doodmoe. Langzaam slenterde ik naar mijn tent. Ik dacht aan de wolven. Als ze maar niets over komen was. Wat als ze gezien werden door de soldaten? Ik hoopte maar dat de soldaten dit kamp en de wolven nooit zouden vinden.
Eenmaal in mijn tent aangekomen schopte ik mijn laarzen uit en liet me op mijn matje neerploffen. Maar ondanks dat ik zo verschrikkelijk moe was, kon ik de slaap niet vatten. Mijn gedachtes bleven afdwalen. Niet alleen dacht ik aan de wolven en de soldaten, maar ook aan het drakenoog en onze missie. Hoe gingen wij dat oog ooit stelen? Als dat ding zo belangrijk is dan zal het wel goed bewaakt worden. Verder viel Amras nogal op, ik had gehoord van Saed dat alleen de koninklijke familie wit haar had. Amras viel op. Opeens viel het kwartje. Nu begreep ik waarom die Eric ons had verlinkt. Hij herkende Amras aan zijn haarkleur.

Reacties (1)

  • EvilDaughter

    Oh gelukkig, er is niks ernstigs aan de hand met Amras.
    Maar nu zijn de wolfjes weg!
    En ze gaan nu opvallen, of ze gaan Amras zn haar verven. Ik weet niet of ze haarverf spullen hebben daar

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen