Foto bij I.2

Ik was woedend, om alle verkeerde redenen. Ik was woedend om mezelf en om het feit dat ik me schuldig voelde en op de die ene irritante jongen die mijn gedachten maar niet met rust wou laten. Dat liet ik dan ook merken met elke stap die ik naar buiten zette. Ik trapte de klapdeuren open - gewoon omdat het kon - en gooide mijn beker op de grond. Toen de deuren dichtsloegen, werd alles uit het niets helder. De muziek was uitgedoofd en ik kon terug ademen, al was mijn ademhaling onregelmatig en scherp. Ik kneep mijn handen zo erg tot vuisten dat ik mijn nagels mijn huid voelde doorboren en ik realiseerde me dat ik daar niet kon blijven. Mercedes zou woest zijn. Ze zou me egoïstisch noemen en gestoord en ze zou me vertellen hoe ik alles altijd verpest. Op weg naar mijn auto probeerde ik mijn zowel mijn ademhaling onder controle te houden als het niet uit te schreeuwen. Het was me bijna gelukt ook, toen ik iets hoorde. Een snik. Was er iemand aan het huilen? In de eerste instantie wou ik me gewoon omdraaien en naar huis gaan, maar mijn nieuwsgierigheid won het van die gedachte. Ik sloop naar de bron van het geluid en zag een silhouet tegen het tuinhuis aanzitten. Al gauw kreeg het silhouet meer vorm en daarna een gezicht. Nathan. Hij had zijn ogen gesloten, maar opende ze toen ik over hem heen gebogen stond. Mijn hart maakte een sprongetje. Nog steeds? dacht ik boos in mezelf. Het was nu al jaren geleden, en het maakte ook niets meer uit. Nathan Clark haatte me.
      “Jij”, zei hij, en hij kreeg het nog voor elkaar ook om zijn gezicht samen te persen van afschuw.
      “Ik”, zei ik met een halve grijns. Hij was dan wel niet bewusteloos en hij kon nog praten, de fles wodka en zijn wazige blik wezen erop dat hij al ver heen was. De vraag was: zou ik daar misbruik van maken?
“Waar zijn je vrienden?” vroeg ik. Nathan begon te lachen en ik fronste. “Waarom lach je?”
“Mijn vrienden zijn hier niet”, zei hij als enige verklaring. “Maar Alex is er wel.” Ik zuchtte - ik had geen idee wie Alex was. Toch moest ik Nathan naar hem toe brengen, voor ik iets zou doen waar ik spijt van kreeg. “Kun je wandelen?” vroeg ik. Ik bood hem een hand aan, maar hij wuifde hem weg. Toen hij recht stond - leunend tegen een muur, maar wel recht-, fronste hij alsof hij diep in gedachten was. “Hij zou het moeten begrijpen”, mompelde hij. Ik reageerde niet. Hij zei toch maar wat en niets van wat ik zou antwoorden, zou hij zich de volgende ochtend nog herinneren. Gepijnigd beet ik op mijn lip terwijl ik hem naar het huis begeleidde. Ik kon echter niets vragen, want Nathan was me voor.
      “Hij zou mijn vriend moeten zijn", zei hij, en toen gaf hij over op Mercedes’ terras. “Fuck”, zuchtte ik. Ze zou me vermoorden! Het was zowel een troost als een verontrusting dat de grootste hoeveelheid op zijn shirt was beland. Als Nathan al doorhad wat er zonet was gebeurd, liet hij dat niet blijken. Hij zette zich neer tegen de muur in dezelfde positie als eerder en sloot zijn ogen. Ik schopte hem lichtjes en hij schrok terug wakker.
      “Waag het niet om te gaan slapen”, siste ik. “Ik ga een handdoek halen. Blijf hier, oké?” Hij reageerde niet, maar ik nam aan dat hij de kracht niet eens zou hebben om recht te staan. Gehaast opende ik de schuifdeur naar de keuken en opende ik een paar kasten tot ik een doek vond. Nadat ik hem onder de kraan had gehouden en een dweil had meegenomen, liep ik snel terug naar buiten. Ik schreeuwde bijna van frustratie toen ik een jongen over Nathan zag buigen.
      “Wie ben jij?” snauwde ik hem toe. Hij haalde zijn neus op. “Sparks”, begroette hij me met een stem vol afkeuring. “Heb je hem dronken gevoerd zodat hij met je zou slapen?” Ik keek hem boos aan. “Ik heb een vriendje.”
“Dat hield je daarnet anders niet tegen bij Keith. Geef me die vod.” Met tegenzin wierp ik hem naar de jongen toe. Hij begon Nathan’s shirt verrassend zorgzaam af te vegen. Ik sloeg mijn armen over elkaar en keek hem priemend aan. “Je kent me”, zei ik. Hij trok een wenkbrauw op zonder me aan te kijken. “Dus...?”
“Wie ben jíj dan?” Even stopte hij met vegen om me onderzoekend aan te kijken. “Alex”, zei hij uiteindelijk. “Alex Bone.” Ik opende mijn mond om een opmerking te maken, maar hij onderbrak me. “Waag het niet om commentaar te geven als je zelf de naam van één of andere pornoster hebt.” Ik barstte in lachen uit. “Een pornoster? Dat is nieuw.” Ik durfde te zweren dat Alex bijna glimlachte. Als hij me niet zo kwaad aankeek, zag hij er best wel schattig uit. Hij had blond, warrig haar en kuiltjes die ervoor zorgden dat hij er veel jonger uitzag dan hij waarschijnlijk was. Ondertussen zag Nathan er nog steeds uit alsof hij bewusteloos was, hoewel zijn oogleden zich af en toe openden. Ik keek naar de vlek op Mercedes' terras en boog voorover om het op te kuisen. Zo erg was het niet. Misschien zou ze het niet merken, of toch in ieder geval niet dat ik er mee te maken had.
      “Wat is er mis met hem?” vroeg ik al kuisend. Alex, die inmiddels klaar was met zijn shirt proper te maken, ging naast Nathan zitten en liet zijn hoofd tegen de muur leunen. Ook hij sloot zijn ogen en even dacht ik dat hij geen antwoord zou geven, maar toen opende hij zijn mond. “Hij heeft te veel gedronken”, zei hij. “Is dat niet duidelijk?” Hij opende één oog om me aan te kijken en ik haalde mijn schouders op. “Hij zei een paar dingen.” Alex ging meteen terug rechtop zitten. “Wat voor dingen?” vroeg hij.
“Gewoon, dingen. Ik snapte er niets van, maar het klonk niet erg geruststellend.” Hij ontspande zichtbaar en zuchtte. “Het is een speciale dag voor hem.”
“Wat is er aan de hand, dan?”
“Niets wat jou aangaat.” Ach, ik kon het toch proberen. Even waren we stil. Nathan had zijn hoofd laten zakken op Alex’ schouder en ik kreeg een raar gevoel in mijn buik.
      “Komt alles wel in orde met hem?” vroeg ik en Alex lachte bitter. “Waarom zou dat jou iets kunnen schelen?” Daar had ik geen antwoord op en ik had het gevoel dat hij me hier niet meer wou, dus ik stond op en begon naar mijn auto te wandelen.
      “London!” hoorde ik Alex achter me aan roepen. Ik draaide me om en keek hem vragend aan. “Bedankt.” Met een scheve grijns salueerde ik naar hem en stapte ik in mijn auto. Toen pas merkte ik hoe erg mijn hart in mijn borstkas bonsde. “Fuck”, zuchtte ik, alweer, en ik reed weg.


I'm back!! London is een idioot om aangeschoten naar huis te rijden - dat weet ik - maar haar personage gaat nog veeeel ontwikkelen. Nu dat school begonnen is, heb ik niet zoveel tijd meer om te schrijven, dus ik zal proberen iedere week een nieuw hoofdstukje te uploaden met zeker 1000 woorden.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen