Angmar keek vanaf de heuveltop op de werklui neer. De zon deed hun blote ruggen glanzen van het zweet, maar ze zwoegden zonder te klagen. Opzichters stonden aan weerszijden van het veld, met bogen in de hand. Het waren gevangenen. Angmar had er bewust voor gekozen om zijn nieuwe woning door hen te laten bouwen. Jayne had altijd al te doen gehad met gevangenen. Vond dat eenzame opsluiting geen beter mens van hen zou maken.
      Vanuit het kasteel dat ze bouwden zou hij straks een prachtig uitzicht hebben. Een glinsterend meer dat door wilgen werd omringd, waarin de zon de hele dag weerkaatst werd. Het was zo groot dat hij de overkant niet eens kon zien.
      Hij keek even opzij en beeldde zich in dat ze naast hem zat. Met een trotse glimlach om haar lippen. De laatste jaren had hij zoveel opdrachten voor verscheidenen koningen uitgevoerd dat hij een eigen stuk land had gekregen. Het was er vruchtbaar en was al jaren niemandsland sinds er in de vorige era een grote oorlog had gewoed. Her en der waren wat dorpen, maar er waren nog geen echte steden en de mensen die er woonden waren niet erg rijk. Ze zagen wat meer handel best zitten en vonden het ook geen verkeerd idee dat er een koning was die over hen waakte en de roversbenden die door het land trokken beteugelde.
      Zijn leven had een mooie wending genomen sinds Jayne was gestorven. Hij kon er alleen niet zo van genieten als hij anders zou hebben gedaan. Nog steeds dacht hij haar af en toe te zien als de mist rondom het meer optrok. Het was iedere keer een teleurstelling. Ze was echt weg, en nog steeds kon hij het niet helemaal bevatten. Had hij het gevoel dat ze op reis was en ieder moment haar armen om hem heen kon slaan.
      Hij stond op en liep de heuvel af. Aan de ene kant wilde hij de herinneringen aan haar mijden, omdat ze hem in een droevige stemming brachten. Aan de andere kant was het ook het enige wat er nog van haar restte en wilde hij ze om die reden koesteren.
      ‘Het schiet al aardig op, hè?’ Annatar stond tussen de opzichters. Angmar had niet eens gemerkt dat hij terug was gekomen. Zijn vriend ging en kwam naar believen.‘Het is vast op tijd klaar voor de kroning.’
      Angmar knikte. Hij had de uitnodigingen voor de feestelijkheid nog niet laten bezorgen. Hij wist dat hij het koningshuis van Eriador ook moest uitnodigen en hij had Elrond niet meer gezien sinds ze daar naar hun korte verblijf waren weggegaan. Dat had hij bewust gedaan, omdat hij bang was dat het verdriet van de elf hem woedend zou maken. De twee hadden elkaar immers pas een paar dagen gekend en Angmar trok al zijn leven lang met Jayne op. Ze hadden samen meer meegemaakt dan iemand zich kon indenken en hij vond niet dat anderen het recht hadden om net zo veel verdriet te hebben als hij.
      ‘Nog nieuws?’
      Annatar haalde zijn schouders op. ‘Het is rustig qua opdrachten.’
      Zijn elvenvriend had min of meer Jaynes plaats ingenomen, al was het niet hetzelfde als vroeger. Op Jayne had hij altijd kunnen bouwen. Hij had haar door en door gekend en ze hadden vaak slechts één blik nodig om elkaar te begrijpen.
      Voor Annatar gold dat niet. Hij was soms wekenlang weg zonder dat van tevoren aan te kondigen en Angmar had hij eigenlijk nóóit het gevoel dat hij wist wat er in zijn hoofd omging. Toch mistte hij hem als hij er niet was en keek hij altijd reikhalzend uit naar het moment dat hij terugkeerde. Het verdreef de eenzaamheid een beetje.
      Een beetje. Nooit helemaal.

Reacties (2)

  • Trager

    Besties met Annatar. Goeie zet... D:

    4 jaar geleden
  • SonOfGondor

    Ja, best friends worden met Annatar, goed idee...

    4 jaar geleden

Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen