Geschreven vanuit Jake.

Geschreven vanuit Jake

Ik word wakker met een vreselijke pijn in heel mijn lichaam, maar met name in mijn hoofd.
Even begrijp ik niet waar ik ben, of wat er is gebeurd, maar dan kimt alles terug.
Ik had Carissimi bijna vermoord, ik heb haar laten leven, maar wel vastgebonden, gewoon voor het geval dat ik van gedachte veranderd zou zijn - maar dat is niet gebeurd.
Ik herinner mij dat ik besefte dat Vagro haar zelf ging vermoorden en dat ik dat niet wilde laten gebeuren.
Ze was op een open plek in het bos, samen met Gamora en een moordlustige Vagro.
Ik wilde hem tegenhouden, maar ik zag te laat de hardhouten knots in zijn handen, waarmee hij mij bewusteloos heeft geslagen.
Daarna was er alleen maar zwart en leegte.
Plots hoor ik gesnik en gebroken gefluister.
Gelijk herken ik de stem van mijn moeder.
'Niet weg gaan, Carissimi. Blijf alsjeblieft bij me, Kersje van me.' hoor ik haar zachtjes huilen.
De woorden alarmeren mij.
Gelijk weet ik dat er iets is is met Carissimi.
Zou Vagro haar toch te pakken hebben gekregen?
Bij die misselijkmakende gedachte open ik mijn ogen en werk ik mijzelf op een elleboog wat omhoog.
En dan zie ik hen.
Carissimi ligt slap in de armen van mijn moedeloze Gamora, die nog steeds huilt en woorden tegen haar prevelt.
Is ze dood?
Dat mag niet.
Ze mag niet dood zijn.
D-dat klopt gewoon niet.
Ze is niet dood, want straks zal ze gewoon weer wakker worden en mij haten om wat ik haar heb aangedaan - en ik zal haar gelijk geven en accepteren dat ik haar heb verloren, maar ik zal blij zijn dat ze nog leeft.
Voor ik het weet sta ik naast mijn moeder en haar - en ik zou niet weten hoe ik daar terecht ben gekomen, maar mijn onderbewustzijnde heeft mij ernaartoe gebracht.
Haar gezicht is grauw en wit weggetrokken.
Haar kleren zitten onder het bloed.
Ik vraag mij niet eens af hoe het met Vagro is, ij wil alleen maar dat ze enige blijk van leven geeft.
Ik weet dat Gamora mij al opgemerkt heeft, maar ze begroet mij niet en gaan onverstoord door met mompelen en snikken.
'Carissimi, wordt wakker. Alsjeblieft.' rolt er smekend over mijn lippen.
En net nadat in die woorden uitgesproken heb, doet ze dat.
Ze opent haar ogen en hapt naar adem, alsof ze een minuut lang onder water is gehouden.
Gamora's snikken van verdriet veranderen in die van blijdschap.
Ik ruk haar uit mijn moeders armen, ook al probeert ze haar bij haar kleren bij haar te houden - ik ben sterker.
'J-Jake.' weet ze uit te brengen en ze worsteld zich uit mijn armen. Ze gaat op handen en kniën zitten en kijkt gedesoriënteerd om zich heen.
Ik kan noet eens verontwaardigd zijn dat ze zomaar van mij weg is gekropen - iets wat overkomt als een afwijzing.
Ik kan alleen maar blij zijn dat ze nog leeft.
Net wanneer ik mij weer wat ontspan, laat Carissimi zich met een gil achterover vallen.
Ik snel naar haar toe om te vragen wat er aan de hand is, maar dit keer is Gamira mij voor.
'W-wolf!' schreeuwt Carissimi en ze wijst naar de bosjes.
Ik en mijn moeder volgen haar blik.
Het voelt alsof een koude hand zicht om mijn hart sluit en die samenknijpt: ze heeft gelijk.
Ik zie een wolf met een roestbruine vacht, dezelfde kleur als ik heb.
Mijn keel lijkt wel dichtgeknepen terwijl ik de naam van mijn tweelingzus - die maarliefst al zeven jaar lang doodgewaand was - uitbreng.
'Tara.'

Reacties (2)


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen