Foto bij Cleraness

Luna was opgestegen en vloog samen met Kyle en Dina door de lucht. Falash was er ook bij gekomen en liep bij Maartens voeten. We waren niet ver van Cleraness meer. Wannes was in een goede bui en zat samen met Matsuda grapjes te maken. Wolf en Pica lachten, maar ik zat met mijn gedachten ergens anders, en zo leek Maarten ook. 'Toch, Erza?' Vroeg Mat. 'Huh?! Wat?' Vroeg ik. 'Dat ik toen in de modder viel?' 'Wanneer?' Hij zuchtte. 'Toen ik die handstand maakte.' 'Ja.' Ik stemde toe, maar kon het niet meer goed herinneren. Ik zat bij mijn gedachten bij het ronde litteken op mijn arm. De drager van het ossenteken? Wat had dat te betekenen? En Maarten was de drager van her vossenteken. Betekende dat iets? Betekende dat dat ik ook een uitverkorene was? Ík? Ik lachte schamper. Ha! 'Zullen we gaan slapen?' Vroeg Wannes. 'Ja.' Antwoordde Matsuda. 'Hier?' Hij wees naar een beschut plekje onder de bomen. De sneeuw was daar gesmolten en de bladeren vormden een mooie ondergrond. 'Pica?' Vroeg ik. 'Mag ik vannacht weer een boek van je inkijken? Ik wil weten wat dat ossenteken te betekenen heeft. 'Erza!' Zei ze geschrokken. 'Je hebt al twee nachten niet meer geslapen!' 'Ik kan het aan.' En ik geeuwde opnieuw. 'Bekijk het dan morgen ochtend.' Zei Matsuda. 'Nee, het is echt goed. En zo kan ik ook weer op Wolf letten.' 'Laat mij dat doen.' Zei Wannes. 'Ik heb best zin in een nachtje door het bos lopen.' 'Nee, ga slapen. Je zal het nodig hebben.' 'En jij niet dan?!' Ik keek hem fel aan. En daarme gaf hij zich gewonnen. 'Dank je.' Zei ik blij. Matsuda schoot in de lach. De jongens gingen weer liggen en Pica ging weer naast mij zitten. Toen ze allemaal sliepen, en Wolf een wolf was, zei Pica: 'Eigenlijk lijken wij best op elkaar.' Zei Pica. 'Wij zijn allebei het meisje tussen de jongens. Allebei een beetje onzeker. We vallen allebei op donkerharige jongens.' Ik kreeg een blos. 'Soms denken we ook hetzelfde.' 'Wacht eens... Hoe weet jij dat!?' 'Ik kan jou ziel lezen.' Zei ze grijnzend. 'Je kan wat...!?' Vroeg ik geschrokken. Ze grijnsde nog breder. 'Als je je mond maar houdt!' 'Rustig maar. Ik zal zwijgen als een krokodil met een zonnebril.' 'Als een wát?' Lachte ik. 'Welterusten.' Zei ze. Met opgetrokken wenkbrauwen pakte ik het boek. Ik had een boek met allerlei tekens en wat ze betekenden. Toen ik het net wou opgeven zag ik het staan: het ossenteken is een teken van heling en moed. Ja, wat had ik daar aan!? Maar toen ik het boek weg wou leggen om te gaan slapen zag ik dat het al ochtend was. Ik gaapte voor de zoveelste keer. 'Morgen.' Geeuwde Matsuda. 'Morgen.' Zei ik terug. Toe iedereen wakker was zei Matsuda somber: 'We hebben geen eten meer.' 'Ik ga wel!' Riepen ik en Wannes tegelijk. 'Ga samen maar. Misschien komt er wel iemand van Oslo langs, en samen zijn jullie sterker.' Zei Maarten. Hij sprak over Oslo alsof hij zich echt in de situatie verdiepte. Dus zo liepen Wannes en ik even kater door het bos, op zoek naar eten. 'Ik mis Wolk.' Zei Wannes. 'Wie is Wolk?' Vroeg ik verbaasd. 'Mijn paard. Ik heb hem gekocht op de Kaster, Wolfs oude huis. Ik zou het fijn vinden om weer eens lekker paard te kunnen rijden.' 'Het komt wel goed.' Zei ik. 'We zijn al bijna bij Cleraness, en ik denk echt dat Matsuda's oom jullie kan helpen.' Het was even stil. 'Als hij zich maar niet vergist heeft, en ons naar zijn andere oom stuurt.' Lachte Wannes. 'Ik zou hem daar best voor aan zien, maar zijn andere oom is dood.' Zei ik, half lachend, half serieus. 'Oh. Het was niet mijn bedoeling om daar een grap over te maken.' Zei Wannes beschaamd. 'Geeft niet. Hij heeft het toch niet gehoord.' Hij moest weer lachen. 'Kijk!' Wannes wees, en ik volgde zijn vinger. Een appelboom! Dat waren een van de dingen waar Chastrifol bekend om stond, zijn appelbomen. 'Maar de appels hangen veel te hoog.' Zei ik. 'Je mag op mijn schouders staan.' 'Kan je mij wel houden?' 'Zo zwaar ben je niet. Je bent broodmager.' Ik kreeg een kleur. Wannes haakte zijn vingers in elkaar en ik zette voorzichtig mijn voet in zijn handen. 'Als je zo blijft staan kan ik er ook bij. Ik hoef niet op je schouders te staan.' Ik had voor iedereen een appel geplukt, en onderweg kwamen we ook nog wat bessen tegen. 'Dank je...' Zei ik toen Luna trots met een dooie muis aan kwam lopen en het op mijn schoot liet vallen. Daarna maakten we lol met bessen naar Luna, Dina en Kyle te gooien, en te kijken hoe ze ze vingen. 'Kijk!' Riep ik. 'Cleraness!' Ik had gelijk, we hadden Cleraness gevonden! Ergens voelde ik verdriet. Ik was ze echt als vrienden gaan beschouwen. Ik zou ze missen. 'Kom!' Riep Matsuda. We liepen een kruidenwinkel in. 'Frederik!' Riep hij, de man achter de balie omhelzend. 'Ha, die Mat! Wat doe je hier, jongen? Ik heb van je moeder gehoord dat je op reis was, maar ik had dit bezoek niet verwacht.' 'Hoi! Ik heb hier vier vrienden: Maarten, Pica, Wannes en Wolf. Zij komen niet van hier en moeten weer terug naar hun eigen land. Jij kunt dat toch wel?' Ik grijnsde. Hij had hun namen in alfabetische volgorde gezegd. 'Niet van hier? Die kinderen moeten inderdaad naar huis! Kom mee!' Ik vond deze man heel aardig. We volgden hem een trap op, een kamer in. 'Wilt u dit echt doen?' Vroeg Maarten. 'Natuurlijk! Jullie moeten naar huis! En zo spannend is mijn leven nu nou ook weer niet. Ik vind het leuk om weer eens wat magie te gebruiken.' Frederik rommelde in wat kasten met potjes en flesjes met rare vloeistoffen, kruiden en planten. 'Ik heb geluk dat het net vanavond volle maan is...' Mompelde hij terwijl hij een klein flesje met een blauwe bloem tevoorschijn haalde. 'Het is pas morgen klaar. Mijn huis is niet groot, maar ik heb vast nog wel wat dekens en matrassen. Jullie mogen de badkamer gebruiken en hier overnachten. Ga je gang en doe alsof je thuis bent.' Zei hij, nog steeds in de kast. Hij klonk heel nonchalant over opeens zes gasten. Of nou ja, vijf. Wolf ging vannacht jagen. Ik gaapte, en wreef in mijn ogen. We maakten in bijna volmaakte stilte de bedden op. 'Ik ga in bad!' Riep Pica plots. Ik schrok en drukte mijn hand tegen mijn hart. 'Pica, je geeft me zowat een hartaanval!' Maar ze was al weg. 'Erza.' Zei Matsuda, en hij kwam naast mij op één van de matrassen zitten. 'Ik wil dat je met je ogen dicht tot zestig telt.' 'Oké...' Ik gehoorzamende aarzelend. Ik wist niet wat hij van plan was, maar voor hem zou ik het doen. Mijn liefde voor hem was vandaag weer een beetje gegroeid. Ik lachte steeds om zijn grapjes, zelfs als ze niet grappig waren. 'Één, twee, drie, vier...' Ik gaapte opnieuw. 'Vijf... Zes... Zev...' Ik was voor de acht al in slaap gevallen tegen zijn schouder. 'Goed zo.' Zei hij zachtjes, maar hij wist dat ik hem niet hoorde.

Ik werd weer langzaam wakker. Snel ging ik recht zitten, want ik had nog steeds tegen Matsuda aan geleund. Hij en Wannes voerden op gedempte stem een gesprek. Pica lag vredig te slapen. Het was al donker, en ik vermoedde dat Wolf buiten rondsloop. Falash, Dina, Klye en Luna zouden ook wel ergens buiten zijn. Ik wist alleen niet waar Maarten was. 'Hoi.' Fluisterde Mat. 'Hoi.' Zei ik terug. 'Ik ga even naar de badkamer.' Zei ik, en rekte me uit. 'Doei.' Zei Wannes toen ik de deur zachtjes achter me dicht deed. In de badkamer keek ik in de spiegel. Ik zag er niet uit. Snel haalde ik een kam uit mijn zak, en begon mijn vlechten er uit te kammen. Toen deed ik mijn haar in een losse paardenstaart, gooide wat water in mijn gezicht, en ging naar de wc. Toen ik terug keerde naar de slaapkamer lagen Matsuda en Wannes te slapen. Ik ging ook liggen. Ondanks dat het heerlijk was om weer eens in een écht bed te liggen kwam ik maar niet in slaap. Ik gaf het op. Ik had toen het licht was al geslapen. Zo zacht als ik kon sloot ik de deur. Ik wou naar buiten kunnen kijken. Ik wou weten waar Luna was, en wat Wolf nu deed. Op mijn blote voeten sloop ik de trap af, en kwam weer in de winkel terecht. Het geluid van de rammelende deur stierf weg in de nacht. Op slot. Toen ik weer boven was zag ik een raam in de keuken. Ik liep er naartoe, bedenkend dat het best wel onbeleefd was wat ik deed, zo rondneuzen in iemand anders huis. Maar ik zag bijna niks vanuit het raam. Als ik nou uit het raam klom... Ik kon dan wel op het dak zitten. Met de gedachte dat ik echt kierewiet was zette ik mijn voeten op de vensterbank en sloot mijn vingers om de rand van het dak. Het verbaasde me hoe makkelijk ik mezelf optrok en op de dakkapel kon gaan zitten. Ik schoof wat naar achteren, en daaide me om. Ik moest mijn handen voor mijn mond slaan om niet te gillen. Er zat al iemand! 'Maarten! Wat dóé je hier!?' Siste ik. 'Ik kan het zelfde aan jou vragen.' Hij leek helemaal niet geschrokken. 'Goed punt.' Zei ik, en schoof verder naar achteren, naast hem. 'Ik wou gewoon even frisse lucht.' Zei ik droog. 'En ik neem aan dat jij hier daarom ook bent?' 'Ja en nee. Ik wou inderdaad naar buiten, maar ik wou vooral even nadenken. Wat moeten we doen als we weer terug in Lindon zijn? Moeten we heel Ban afspeuren naar Viperus de schim?' Ik zei niks maar keek naar de maan. Luna cirkelde hoog in de lucht rond en leek hetzelfde zwakke, witte schijnsel uit te stralen als de bijna volmaakt ronde maan. 'Grappig eigenlijk. Pica zei dat jullie twee best op elkaar leken, maar buiten ons geslacht en uiterlijk lijken wij ook best op elkaar.' 'Oh ja?' Vroeg ik verbaasd opkijkend. 'Ja. We zijn allebei de drager van een teken, dapper, maar toch soms bang. Ik heb mijn vader nog, maar we zijn allebei onze moeder verloren. En nog veel meer.' Hij lachte even. 'Behalve dat gedeelte over dat jij op donkerharige jongens valt.' Eerst wou ik ook lachen, maar toen zei ik: 'Wacht eens! Hoe weet jij dat?!' 'Ik sliep niet. Maar er is meer. We geven onszelf allebei de bijnaam Ijzerhart. Of nou ja, Falash noemde mij zo. Toevallig, maar we zijn ook allebei Helers.' Ik schudde mijn hoofd. 'Ik ben geen heler, ik heb nog nooit íemand geheeld.' Hij lachte. 'Pica vertelde over toen met Chaos, Matsuda werd wakker uit een slaap waar hij niet uit hoorde te ontwaken!' 'Hij zei dat dat waarschijnlijk gewoon pure wilskracht was!' Zei ik koppig. 'Wáárschijnlijk!' Zei hij fel. 'Kunnen we het ergens anders over hebben?' Vroeg ik smekend. 'Ik ga slapen.' Zei Maarten. 'Ja, ik ga het ook wel nog proberen.' Stemde ik toe.

Er zijn nog geen reacties.


Meld je gratis aan om ook reacties te kunnen plaatsen